Vastelaoves meziek

Vastelaovesquiz! 
1 / 41
next
Slide 1: Slide
MuziekBasisschoolGroep 8

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Vastelaovesquiz! 

Slide 1 - Slide

Vier jij carnaval?
Vier jij vastelaovend?
Ja, dit heb ik wel eens gedaan.
Nee, dat vind ik niet leuk.
Nee, dat mag ik niet.
Ja, dat vind ik geweldig!

Slide 2 - Poll

Slide 3 - Video

Wat is de titel van het nummer dat je zojuist hoorde?

Slide 4 - Open question

Wanneer werd vastelaovend voor het eerst gevierd?
A
Gouden eeuw
B
Middeleeuwen
C
prehistorie
D
1950

Slide 5 - Quiz

Wat betekent het woord 'carnaval'?
A
vaarwel vlees
B
feest
C
vastentijd
D
polonaise

Slide 6 - Quiz

Tijdens dit feest probeerden ze ook de boze geesten te verdrijven. Hoe deden ze dat?
A
Door te dansen
B
met grote vuren
C
met veel muziek
D
met maskers en ratels

Slide 7 - Quiz


Welk antwoord hoort er niet bij?
A
Rob Kemps
B
De Zanger van de Snollebollekes
C
Winnaar Slimste mens van Nederland
D
Uit Limburg

Slide 8 - Quiz


In welke stad vieren ze zo carnaval?
A
Parijs
B
Barcelona
C
Milaan
D
Venetië

Slide 9 - Quiz


In welk land vieren ze zo carnaval?
A
Brazilië
B
Portugal
C
Italië
D
Mexico

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Video

Dit liedje komt eigenlijk uit de Efteling. Bij welke attractie hoorde je dit altijd?
A
Carnival Festival
B
Monsieur Cannibale
C
Vogelrock
D
Droomvlucht

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Slide

Hoe heet dit prinselijke voorwerp.
A
Scepter
B
Stök
C
Prinsenstok
D
Knuppel

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Video

Wat betekent:
schòttelslet
A
Antenneschotel
B
Vaatdoek
C
Sleutelbos
D
gén idee

Slide 16 - Quiz

Wat betekent:
zök
A
sokken
B
zoeken
C
suiker
D
zeur

Slide 17 - Quiz

Wat betekent:
mök
A
kalf
B
kind
C
zeur
D
konijn

Slide 18 - Quiz

Wat betekent:
zèkdempel
A
zakdoek
B
handtas
C
mier
D
zaklamp

Slide 19 - Quiz

Wat betekent:
Zit nie zá te zaevere!
A
Lig toch niet zo te kwijlen!
B
Stel jezelf niet aan!
C
Sta daar niet zo te kijken!
D
Zit toch niet te zeuren!

Slide 20 - Quiz

Wat betekent:
inkpuuske
A
vulpen
B
puistenkop
C
inkijk
D
eekhoorntje

Slide 21 - Quiz

Hoe heet de jongen met de rode haren?

Slide 22 - Open question

Hoe wordt een vastelaovensorkest ook wel genoemd? Er zijn twee goede antwoorden.
A
Joekskapel
B
Foekskapel
C
Blaosorkest
D
Tonkapel

Slide 23 - Quiz

Wat hoort NIET bij de vastelaovend?
A
Berliner Bollen
B
Blaosorkest
C
Sleutel-overdracht
D
Een Buut

Slide 24 - Quiz

Hoe heet deze zangeres? Voor en achternaam.

Slide 25 - Open question

Wat is de betekenis van het getal 11?
A
Heilig
B
Ongeluk
C
Gekken
D
Perfectie

Slide 26 - Quiz

Welk van onderstaande nummers is niet van Bjorn en Mieke?
A
1000 Sterre
B
Altied Ope
C
Kepotmakereej
D
Weej Ston Nog Ieen Kieer Op

Slide 27 - Quiz

Hoe heet de lekkernij op de achtergrond?
A
Oliebol
B
Nonnevot
C
Monnikenkont
D
Donut

Slide 28 - Quiz

Hoeveel liter bier wordt er gedronken tijdens de vastelaovend?
A
7 miljoen
B
8 miljoen
C
9 miljoen
D
10 miljoen

Slide 29 - Quiz

Slide 30 - Video

We luisterden netn naar 'Sjeng aon de Geng'.
Welke instrumenten hoor je in het begin spelen?
A
Drums en accordeon
B
Violen en gitaar
C
Basgitaar en violen
D
Basgitaar, accordeon en drums

Slide 31 - Quiz

Hoeveel procent van de mensen meldt zich ziek na het vieren van vastelaovend?
A
1%
B
15%
C
25%
D
50%

Slide 32 - Quiz

Hoe heet het jeugdtrio van 2025 in Venray?

Slide 33 - Open question

Hoeveel geld geeft de gemiddelde vastelaovendsvierder uit tijdens deze dagen?
A
160 euro
B
180 euro
C
200 euro
D
220 euro

Slide 34 - Quiz

Hoe heet het liedje dat het LVK in 2025 gewonnen heeft?
A
Dansmechien
B
Vastenaovesdroëmbaan
C
verektesgoije zin
D
Kapotmakereej

Slide 35 - Quiz

Slide 36 - Video

We luisterden net naar Rempetemp. Welke instrumenten hoor je heel duidelijk in dit nummer?
A
Banjo + drums
B
Drums + cello
C
Trompet+ viool
D
Gitaar+ drums+ trompet

Slide 37 - Quiz

Welke zangers kunnen ontzettend goed dansen? Voor- en achternaam.
Denk aan hun hit :)

Slide 38 - Open question

Je hebt het woord een aantal keer voorbij zien komen, maar hoe schrijf je nou carnaval in het Venrays? Dus niet carnaval, maar...V........

Slide 39 - Open question

Slide 40 - Video

Slide 41 - Slide