§5.3 Wat betaalt de consument? (Les 1)

Paragraaf 5.3
Wat betaalt de consument?
1 / 28
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Paragraaf 5.3
Wat betaalt de consument?

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Programma
  • Terugblik Toets §5.2 (25 min.)
  • Uitleg §5.3 (15 min.)
  • Opdrachten maken (25 min.)
  • Leerdoelen check (10 min.)
  • Afsluiting (5 miniuten)

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Terugblik Toets & §5.2
Wat wordt de prijs?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Amber maakt 1040 ijsjes.
Totale productiekosten zijn: 665,60.
Bereken de Productiekosten

Slide 4 - Open question

Productiekosten delen door het aantal ijsjes!!!
665,60/1040=0,64 en dus nooit andersom!!!

Je school koopt een nieuw kopieerapparaat van E 5220
Het apparaat wordt 6 jaar gebruikt: Bereken de afschrijving.

Slide 5 - Open question

Productiekosten delen door het aantal ijsjes!!!
665,60/1040=0,64 en dus nooit andersom!!!

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

De inkoopprijs van een doos scharreleieren is € 1,44. De brutowinstopslag is 75%

Bereken de verkoopprijs.

Slide 8 - Open question

- € 1,44 : 100 x 75 = € 1,08.
- € 1,44 + € 1,08 = € 1,52.  
Paragraaf 5.3
Wat betaalt de consument?

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

BTW
Belasting over de Toegevoegde Waarde.

 
Het is een belasting die de winkelier moet optellen bij de verkoopprijs. 

Een andere naam voor btw is omzetbelasting.


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Indirecte belasting
Belasting betaal je aan de overheid. Belasting die je via een winkelier aan de overheid betaalt, is een indirecte belasting.

Btw is een voorbeeld van een indirecte belasting.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Direct vs. Indirect

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Consumentenprijs
De winkelier berekent eerst zijn verkoopprijs. 
Dat is exclusief (= zonder) btw.

Als consument betaal je de prijs inclusief (= met) btw. 
Dat is de consumentenprijs.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Consumentenprijs
Berekening consumentenprijs
Consumentenprijs = verkoopprijs + btw
Voorbeeld
H&M verkoopt T-shirts. De verkoopprijs (exclusief btw) is € 18. De btw is 21%. Wat wordt de consumentenprijs?
Btw: 21 ÷ 100 × € 18 = € 3,78
Consumentenprijs: € 18 + € 3,78 = € 21,78


Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Terugrekenen
Terugrekenen naar de verkoopprijs (excl. btw)
1. Als je de prijs incl. 21% btw weet:
 Prijs exclusief btw = prijs inclusief 21% btw ÷ 121 × 100
Voorbeeld
De consumentenprijs van een IPhone is € 332,75 (incl. 21% btw). Hoeveel is de prijs exclusief btw?
€ 332,75 ÷ 121 × 100 = € 275


Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

De verkoopprijs van een trainingspak is € 74.
De btw is 21%

Bereken de consumentenprijs.

Slide 22 - Open question

- € 74 : 100 x 21 = € 15,54
- € 74 +€ 15.54 = € 89,54    

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Opdrachten §5.3
Maken deze les:
  • Opdracht 1 t/m 13

Wat ga je doen als je klaar bent?
  • Nakijken
  • Verder met opdracht 14 t/m 18

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk volgende week!
WAT?               Alle opgaven van 5.3
HOE?               Op papier, in je boek
Vragen?         Check het boek, mail mij erna.

timer
20:00

Slide 28 - Slide

This item has no instructions