Tips woordjes leren

Tips woordjes leren 
- Automatiseren -
1 / 13
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 13 slides, with text slides.

Items in this lesson

Tips woordjes leren 
- Automatiseren -

Slide 1 - Slide

Tip 1 – Overhoorprogramma

Gebruik online programma’s als WRTS alleen als overhoorprogramma, niet om mee te leren.

Slide 2 - Slide

Tip 2 – Kleine puzzelstukjes
Overvoer je hersens niet! Prent elk woord of elke vorm uit een rijtje apart in je hoofd. Neem kleine plukjes leerwerk tegelijk: woorden leer je in blokjes van 5, in plaats van per hele rij. Je prent ze vervolgens woord voor woord in.


Slide 3 - Slide

Tip 3 – Gebruik je zintuigen
Gebruik bij het inprenten zoveel mogelijk zintuigen. Leer hardop. En maak, als je visueel bent ingesteld, ‘foto’s’ in je hoofd. Dus visualiseer met je ogen dicht, de letters van het Nederlandse woord en de vertaling in de andere taal. Eventueel kun je met gesloten ogen het woord in de andere taal hardop spellen.

Slide 4 - Slide

Tip 4 – Neem je tijd

Neem zoveel tijd als je nodig hebt voor het inprenten. Als je deze stap langzaam en zorgvuldig doet, prent je ze beter in. Dus zorgvuldig inprenten is een investering in goed onthouden.

Slide 5 - Slide

Tip 5 – Ik ga op reis en neem mee
Gebruik bij het leren de ‘ik-ga-op-reis-en-ik-neem-mee-methode’: dus leer eerst 1 woord, dan een erbij. Dan overhoor je jezelf beide woorden; dan weer een woord erbij leren. Dan 3 woorden overhoren, enz. Zo overhoor je jezelf dus telkens voordat je een nieuw woord leert.

Slide 6 - Slide

Tip 6 – Herhalen
Herhaal dat wat je geleerd hebt, heel vaak: dezelfde dag en de volgende dag, totdat je het allemaal nog steeds kent – ook als de herhalingen 24 uur of langer uit elkaar liggen. Deze tip is echt heel belangrijk. Als je jezelf de woorden hebt ingeprent, zitten ze in je kortetermijngeheugen. Om ze bij een toets nog steeds te weten, moeten ze naar je langetermijngeheugen. Dat gebeurt alleen als je ze steeds weer herhaalt, met steeds langere tussenpozen.

Slide 7 - Slide

Tip 7 – Lijstjes

Maak lijstjes van dingen die je steeds vergeet en neem die met je mee, kijk daar steeds weer op en overhoor jezelf dan kort.

Slide 8 - Slide

Tip 8 – Niet te lang

Zorg dat je de concentratie vasthoudt! Daarom niet langer dan 20 minuten stampen, 20 minuten iets anders doen, dan eventueel weer verder.

Slide 9 - Slide

Tip 9 – Overhoren
Als je voor die dag klaar bent met stampen, alles laten liggen maar ’s avonds nog even (laten) overhoren, liefst in andere volgorde dan je geleerd hebt. Dat kan ook met WRTS. WRTS kan lijstjes maken van je fouten!

Slide 10 - Slide

Tip 10 – Gebruik je lichaam

Beweeg bij het leren! Dan is het leuker en je zult zien dat de stof gemakkelijker naar binnen gaat. Rijtjes kun je leren op een ritme. Je kunt zelfs een simpel dansje gebruiken, zoals de Macarena. Herhalen kun je bijvoorbeeld op de fiets doen of tijdens de afwas. Dan kost het je ook geen extra tijd. Woorden kun je leren op een home trainer of terwijl je op en neer beweegt op een zitbal. Breien helpt ook enorm bij het stampen.

Slide 11 - Slide

Bonustip - Rijtjes leren

Leer rijtjes op dezelfde manier als woorden: met gebruik van zoveel mogelijk zintuigen en volgens de ‘ik-ga-op-reis-en-ik-neem-mee-methode’. Je hoeft alleen niet blokjes van 5 te maken. Het is handiger om steeds een woord of ene vorm toe te voegen, totdat je de hele rij kent.

Slide 12 - Slide

Ga voor jezelf aan de slag met leren voor de toetsweek

Slide 13 - Slide