5.3 Horen en Zien

5.3 Horen en Zien
Leerdoelen
  • Ik kan de delen van het oor benoemen met hun functie.
  • Ik kan de bouw en werking van de delen van het oog beschrijven. 
1 / 27
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

5.3 Horen en Zien
Leerdoelen
  • Ik kan de delen van het oor benoemen met hun functie.
  • Ik kan de bouw en werking van de delen van het oog beschrijven. 

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Onderdelen van je oor
Met je oorschelp vang je trillingen (geluid)
op van de omgeving. 

De trilling gaat via je gehoorgang je oor in.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

5
6
7
4
2
1
3
Hamer
Trommelvlies
Trommelholte
Buis van Eust.
Evenw oorgaan
Aambeeld
Stijgbeugel

Slide 9 - Drag question

Aan de slag
Maak uit je werkboek / BVJ online 5.3 opdracht 1 en 2

Slide 10 - Slide

5.3 Horen en Zien
Leerdoelen
  • Je kunt de delen van het oor benoemen met hun functie.
  • Je kunt de bouw en werking van de delen van het oog beschrijven. 

Slide 11 - Slide

Het oog
  • Oogkas - holte in schedel
  • Wenkbrauwen en oogleden met wimpers – tegen stof en zand
  • Traanklier – maakt traanvocht om je oog nat te houden
  • Traanbuis - overtollig vocht afvoeren naar neusholte


Slide 12 - Slide

  • Harde oogvlies – oogwit, buitenste laag
  • Hoornvlies - doorzichtige deel, ligt voor pupil en iris
  • Vaatvlies - bloedvaatjes, achter netvlies
  • Netvlies - zintuigcellen, hierop valt licht
  • Glasachtig lichaam - geleiachtige stof 
  • Oogzenuw - leidt impulsen van zintuigcellen naar hersenen

Het oog

Slide 13 - Slide

Pupilreflex
Meer licht = beter zicht >> maar te veel licht beschadigt het netvlies

Pupilreflex - het groter en kleiner worden van de pupil om de hoeveelheid licht te reguleren.
  • Weinig licht -> pupil groot
  • Veel licht -> pupil klein

In de iris zitten kring en lengte spieren

Slide 14 - Slide

Netvlies
Gele vlek - veel zintuigcellen, punt waar je scherpt mee kan zien
Blinde vlek - plaats van oogzenuw, hier liggen geen zintuigcellen


Slide 15 - Slide

Netvlies
Staafjes 
- licht en donker (contrasten)
 - lage drempelwaarde  licht
- verspreid netvlies, niet in gele vlek
Kegeltjes 
- kleuren 
- hogere drempelwaarde licht
- liggen vooral in gele vlek

Slide 16 - Slide

De lens
Functie: scherp zien
- Ligt achter de pupil en iris 
- Lichtstralen komen door de 
pupil op de lens terecht
- Lens 'buigt' lichtstralen zodat
  ze precies op de gele vlek
  terecht komen
     
 

Slide 17 - Slide

Scherp zien
Aan de les zitten kleine spiertjes, die de vorm van de les bepalen.

  • Spiertjes ontspannen > bolle les > dichtbij scherp 
  • Spiertjes aangespannen > platte les > veraf scherp

Slide 18 - Slide

Bril nodig?
Verziend > veraf scherp
- te korte oogbol of lens te plat
- bolle glazen/ lenzen

Bijziend > dichtbij scherp
- te lange oogbol of lens te bol
- holle glazen/ lenzen

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Aan de slag
Maak opdracht 3, 4, 5, 6, 7, 8

Slide 22 - Slide

Met welk nummer wordt het trommelvlies aangegeven?
A
2
B
5
C
9
D
10

Slide 23 - Quiz

Hoe heet het deel van het oor waar prikkels worden omgezet in impulsen?
A
slakkehuis
B
trommelvlies
C
oorschelp
D
buis van Eustachius

Slide 24 - Quiz

Langs welke weg worden de geluidstrillingen door de delen van het oor geleid?
Begin bij 3 - 5 -
A
6-7
B
2-9-10-8
C
2-9-10-12
D
6-10-12

Slide 25 - Quiz

De geleiachtige massa in het oog heet...
A
blinde vlek
B
glasachtig lichaam
C
netvlies
D
vaatvlies

Slide 26 - Quiz

Welk deel beschermt het oog tegen vuil en te fel licht?
A
3
B
5
C
6
D
8

Slide 27 - Quiz