Unit 4 lesson 2 pt. 1 + 2

Reading Time
timer
10:00
1 / 28
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo k, mavoLeerjaar 3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 12 min

Items in this lesson

Reading Time
timer
10:00

Slide 1 - Slide

Today's programme
Read book
Study Words lesson 2 + exercises
Video exercise The Caribbean
Grammar: Past simple, present perfect, past perfect

Slide 2 - Slide

Unit 4: Lesson 2
Build your vocabulary

Study words page 177 and 178
Do ex. 2 and 5

timer
7:00

Slide 3 - Slide

Unit 4 The CARIBBEAN

Slide 4 - Slide

5

Slide 5 - Video

00:09
Uit hoeveel delen bestaat the Caribbean?
A
2
B
3
C
4

Slide 6 - Quiz

01:19
De Caribs en Tainos zijn de oorspronkelijke bewoners van de Caraïben.
A
True
B
False

Slide 7 - Quiz

01:24
Who discovered The Caribbean?
A
Columbus
B
Agusto
C
Julius Ceazar

Slide 8 - Quiz

01:47
Waarom noemde Columbus de plek waar hij aankwam West-Indië?

Slide 9 - Open question

01:59
'Enslavement' betekent
A
gevangen nemen
B
tot slaaf maken
C
Slavernij opstarten

Slide 10 - Quiz

Which of these is NOT in the Caribbean
A
Aruba
B
Puerto Rico
C
Barbados
D
Sint Maarten

Slide 11 - Quiz

Which is NOT an official language in the Caribbean?
A
French
B
English
C
Spanish
D
Portuguese

Slide 12 - Quiz

In what year were the slaves freed in the Caribbean?
A
Ongeveer vanaf 1830
B
Ongeveer vanaf 1840
C
Ongeveer vanaf 1935
D
1961

Slide 13 - Quiz

Simple vs Present Perfect

Slide 14 - Slide

Past simple vs. present perfect vs. past perfect
  •  Past simple: Als iets in het verleden is gebeurd
  • Yesterday, I walked to school
  • Present perfect: Begonnen in het verleden en nu nog steeds bezig.
  • I have lived here since 2012
  • Past perfect: twee losse gebeurtenissen in het verleden die je aan elkaar verbindt.
  • I watched TV after I had done my homework.
  • They had known each other for 6 years when they got married.

Slide 15 - Slide

Je gebruikt de past perfect voor iets wat in het verleden is gebeurd (past perfect) voordat iets anders in het verleden gebeurde (past simple).



Slide 16 - Slide

Past Simple vs Present Perfect

Slide 17 - Slide

Present Perfect

Have/has + voltooid deelwoord

Geeft aan dat iets in het verleden is gebeurd wat nog steeds bezig of merkbaar is

Past Perfect

Had + voltooid deelwoord

Iets gebeurde voor een andere gebeurtenis in het verleden

Slide 18 - Slide

Signaalwoorden Past Simple
Denk aan Lady:

L ast
A go
D ate
Y esterday

Slide 19 - Slide

Signaalwoorden Present Perfect
F or                              Fyne Jas -> Fijne Jas in fatsoenlijk Nederlands
Y et
N ever
E ver
J ust
A lready
S ince

Slide 20 - Slide

Signaalwoorden/verbindings-woorden Past Perfect

De Past Perfect staat altijd samen in de zin met een Past Simple. Vaak kom je de woorden tegen in het midden van een zin (niet altijd hoor!)
Babuw - geluid dat baby's soms maken (don't ask why)
                   
B efore
A fter
B ecause
U ntil
W hen

Slide 21 - Slide

Grammar repetition
past simple vs present perfect vs past perfect

Exercise 8:
Complete the grammar box by choosing the right answers.
Then finish the example sentences in the grammar box by filling in the correct forms of the verbs in brackets.




Slide 22 - Slide

Reading Time
timer
10:00

Slide 23 - Slide

Today's programme
Read Book
Grammar: Past simple, present perfect, past perfect
Listening unit 4 lesson 2 


Slide 24 - Slide

Past simple vs. present perfect vs. past perfect
  •  Past simple: Als iets in het verleden is gebeurd
  • Yesterday, I walked to school
  • Present perfect: Begonnen in het verleden en nu nog steeds bezig.
  • I have lived here since 2012
  • Past perfect: twee losse gebeurtenissen in het verleden die je aan elkaar verbindt.
  • I watched TV after I had done my homework.
  • They had known each other for 6 years when they got married.

Slide 25 - Slide

Past simple, present perfect, past perfect

Complete the text with the correct forms of the verbs. Choose between the past simple, the present perfect and the past perfect.

+ check answers!

timer
5:00

Slide 26 - Slide

Listening unit 4 lesson 2 

Together:
Ex: 1, 3, 4, 6

Slide 27 - Slide

Homework
Unit 4 lesson 2
Study words and grammar page 175 and 176
Do ex. 1 till 9 (Skip 7)


Slide 28 - Slide