Kopen en Werken (3e) H6. Markten

Week 48 (vanaf 24 november 2025)
Hoofdstuk 6. Markten
  • terugblik vorige les (BTW)
  • BTW-stencil bespreken
  • leerdoelen
  • instructie (vraagvergelijking en vraaglijn)
  • weektaak: stencil vraaglijn tekenen en opdracht 6.1 t/m 6.5
1 / 84
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 84 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Week 48 (vanaf 24 november 2025)
Hoofdstuk 6. Markten
  • terugblik vorige les (BTW)
  • BTW-stencil bespreken
  • leerdoelen
  • instructie (vraagvergelijking en vraaglijn)
  • weektaak: stencil vraaglijn tekenen en opdracht 6.1 t/m 6.5

Slide 1 - Slide

Belasting Toegevoegde Waarde (BTW)
De BTW (Belasting Toegevoegde Waarde) wordt opgeteld bij de verkoopprijs. De leverancier (of winkelier) draagt de BTW (of omzetbelasting) af aan de belastingdienst. Er zijn 3 BTW-tarieven:
  • vrijgesteld 🡪 0% zoals onderwijs
  • lage tarief 🡪 9% voor basisbehoeften zoals eten en boeken
  • algemene tarief (of hoge tarief) 🡪 21% voor secundaire behoeften

Slide 2 - Slide

BTW stencil oefening 1




  • G. € 14,20 = 100% => € 14,20 / 100 x 21 = € 2,98
  • H. = 121% => € 14,20 / 100 x 121 = € 17,18                                            of H = € 14,20 + € 2,98 = € 17,18
  • J. € 8,99 - € 7,43 = € 1,56 (verschil tussen de 2 prijzen)
  • I. (€ 8,99 - € 7,43) / € 7,43 x 100 = 21% BTW                                       of I = (€ 8,99 / € 7,43) = 1,21 
  • K. € 35 = 121% => 100% = € 35 / 121 x 100 = € 28,93
  • L. € 35 - € 28,93 = € 6,07                                                                           of L = 21% x € 28,93 = € 6,07
Prijs exclusief BTW = 100%!
BTW%
BTW bedrag
Prijs inclusief BTW
€ 14,20
21
G
H
€ 7,43
I
J
€ 8,99
K
21
L
€ 35

Slide 3 - Slide

Uitwerking BTW stencil oefening 1
Prijs exclusief BTW = 100%!
BTW %
BTW bedrag
Prijs inclusief BTW
€ 140
21
€ 29,40
€ 169,40
€ 47,08
9
€ 4,24
€ 51,32
€ 0,58
9
€ 0,05
€ 0,63
€ 14,20
21
€ 2,98
€ 17,18
€ 7,43
21
€ 1,56
€ 8,99
€ 28,93
21
€ 6,07
€ 35,00

Slide 4 - Slide

Uitwerking BTW stencil oefening 2
Prijs exclusief BTW = 100%!
BTW %
BTW bedrag
Prijs inclusief BTW
€ 1.238,84
21
€ 260,16
€ 1499
€ 0,84
9
€ 0,08
€ 0,92
€ 4,58
9
€ 0,41
€ 4,99
€ 14,46
21
€ 3,04
€ 17,50
€ 72
25
€ 18
€ 90
€ 5,95
9
€ 0,54
€ 6,49

Slide 5 - Slide

Leerdoelen H6. Markten
  • Ik kan de begrippen concrete en abstracte markt uitleggen.
  • Ik kan de begrippen consumenten en producenten uitleggen.
  • Ik kan de begrippen goederen en diensten uitleggen.
  • Ik kan het begrip betalingsbereidheid uitleggen.
  • Ik kan een vraaglijn tekenen aan de hand van een vraagvergelijking.

Slide 6 - Slide

Markt
Een markt is het geheel van vraag naar en aanbod van een bepaald product.
  • een concrete markt is een plaats
       waar kopers en verkopers bij elkaar
       komen om goederen te verhandelen

  • een abstracte markt is het geheel
       van vraag en aanbod van een
       product of dienst

Slide 7 - Slide

Goederen, diensten, producenten en consumenten
Producenten zijn particuliere bedrijven of de overheid die goederen en diensten produceren.

Consumenten zijn personen die goederen en diensten kopen om in hun behoeftes te voorzien.

Goederen zijn tastbaar (potloden), diensten zijn niet tastbaar (zorg, onderwijs).
In een restaurant:
  • eten = goed
  • serveren = dienst

Slide 8 - Slide

De kantine
Is een tosti een goed of een dienst?
  • een goed (want het is tastbaar)
Wie zijn de vragers naar tosti's?
  • leerlingen en docenten → consumenten
Wie biedt de tosti's aan?
  • school → producent
Wat bepaalt de prijs?
  • vraag en aanbod

Slide 9 - Slide

Betalingsbereidheid (vraag)
Om de markt te bestuderen kan er een enquête afgenomen zodat het duidelijk is welke prijs leerlingen en docenten over hebben voor een tosti!
Dit noemen we de betalingsbereidheid.

Vraag: zullen er meer of minder tosti's verkocht worden als de prijs daalt?
  • meer tosti's
Prijs
Vraag
€ 4
50
€ 3
€ 2
€ 1

Slide 10 - Slide

Invloed van de prijs
Als de prijs daalt, neemt de betalingsbereidheid toe. Er zijn dan meer consumenten die het goed (of de dienst) willen kopen. Maar als de prijs stijgt zijn er juist minder consumenten die het willen kopen. 

Prijs
Vraag
€ 4
50
€ 3
100
€ 2
150
€ 1
200
Vraag: wat gebeurt er met de vraag naar tosti's als de prijs stijgt?
  • als de prijs stijgt, daalt de vraag!
en als de prijs daalt?
  • als de prijs daalt, stijgt de vraag!

Slide 11 - Slide

Vraagvergelijking
Het verband tussen de prijs en de vraag (betalingsbereidheid) kunnen we omschrijven in een vraagvergelijking: Qv = -50P + 250 waarbij
  Qv = gevraagde hoeveelheid
  P    = prijs


Vragen:
1. Wat is de vraag bij een prijs van € 4?
  • Qv = -50 x € 4 + 250 = 50 tosti's
2. Wat is de vraag bij een prijs van € 3?
  • Qv = -50 x € 3 + 250 = 100 tosti's
3. Wat is de vraag bij een prijs van € 2?
  • Qv = -50 x € 2 + 250 = 150 tosti's
4. Wat is de vraag bij een prijs van € 1?
  • Qv = -50 x € 1 + 250 = 200 tosti's
Prijs
Vraag
€ 4
€ 3
€ 2
€ 1

Slide 12 - Slide

Vraaglijn
Vraagvergelijking: Qv = -50P + 250
  Qv = hoeveelheid op de horizontale as
  P =    prijs op de verticale as
Prijs
Vraag
€ 4
50
€ 3
100
€ 2
150
€ 1
200

Slide 13 - Slide

Vraaglijn
Vraagvergelijking: Qv = -50P + 250
  • om de vraaglijn te tekenen, heb je minimaal 2 punten nodig
  • de vraaglijn is een dalende lijn, er is een negatief verband tussen de prijs (P) en de hoeveelheid (Qv), daarom staat er een min (-) voor de prijs (P)
  • LET OP: de prijs (P) staat op de verticale as (= oorzaak) en de hoeveelheid (Qv) op de horizontale as (= gevolg), in de wiskunde y = -50x + 250 is dat dus precies andersom!

Slide 14 - Slide

Vraaglijn
Beantwoord de volgende vragen aan de hand van de vraaglijn links:
1. Hoeveel is de vraag bij een prijs van € 4? 
  • 50 tosti's
2. Hoeveel is de vraag bij een prijs van € 2? 
  • 150 tosti's
3. Wat is de prijs bij een vraag van 100?
  • € 3 per tosti
4. Wat is de prijs bij een vraag van 225?
  • € 0,50 per tosti

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Les en Weektaak
  • wat: stencil vraaglijn tekenen in de les
  • hoe: fluisterend overleg met buurman / buurvrouw mag
  • hulp: buurman / buurvrouw of steek je vinger op
  • tijd: tot 1 minuut voor einde les
  • uitkomst: zo ver mogelijk
  • klaar: ga verder met je weektaak opdracht 6.1 t/m 6.5 (pagina 74 en 75)

Slide 17 - Slide

Week 48 (vanaf 1 december 2025)
Hoofdstuk 6. Markten
  • terugblik vorige les (vraag)
  • opdracht 6.4 t/m 6.6 klassikaal bespreken
  • leerdoelen
  • instructie (aanbodvergelijking en aanbodlijn)
  • weektaak: stencil aanbodlijn tekenen en opdracht 6.6 t/m en 6.8

Slide 18 - Slide

Terugblik (vraag)
Vraagvergelijking: Qv = -50P + 250
  • om de vraaglijn te tekenen, heb je minimaal 2 punten nodig
  • de vraaglijn is een dalende lijn, er is een negatief verband tussen de prijs (P) en de hoeveelheid (Qv), daarom staat er een min (-) voor de prijs (P)
  • LET OP: de prijs (P) staat op de verticale as (= oorzaak) en de hoeveelheid (Qv) op de horizontale as (= gevolg), in de wiskunde y = -50x + 250 is dat dus precies andersom!

Slide 19 - Slide

Opdracht 6.4 en 6.5
6.4 b. Negatief verband prijs en vraag → dalende vraaglijn
6.4 c. Maximale betalingsbereidheid → Qv = 0


6.5 Teken de volgende punten en trek er een lijn doorheen:
  • 800; € 1
  • 600; € 2
  • 500; € 2,50
  • 400; € 3
  • 200; € 4

Slide 20 - Slide

Leerdoelen H6. Markten
  • Ik kan de begrippen concrete en abstracte markt uitleggen.
  • Ik kan de begrippen consumenten en producenten uitleggen.
  • Ik kan de begrippen goederen en diensten uitleggen.

  • Ik kan het begrip betalingsbereidheid en leveringsbereidheid uitleggen.
  • Ik kan een vraaglijn tekenen aan de hand van een vraagvergelijking, en een aanbodlijn aan de hand van een aanbodvergelijking.

Slide 21 - Slide

Leveringsbereidheid (aanbod)
Producenten bieden producten aan. Als de prijs op de markt stijgt,
dan krijgen producenten meer geld voor hun product, en zullen zij dus meer producten gaan aanbieden Dit noemen we leveringsbereidheid.
Vraag: zullen er meer of minder tosti's aangeboden worden als de prijs daalt?
  • minder tosti's
Prijs
Aanbod
€ 4
150
€ 3
€ 2
€ 1

Slide 22 - Slide

Invloed van de prijs
Als de prijs daalt, neemt de leveringsbereidheid af. Er zijn dan minder producenten die het goed (of de dienst) willen verkopen. Maar als de prijs stijgt zijn er juist meer producenten die het willen verkopen. 

Vraag: wat gebeurt er met het aanbod van tosti's als de prijs stijgt?
  • als de prijs stijgt, stijgt het aanbod!
en als de prijs daalt?
  • als de prijs daalt, daalt het aanbod!
Prijs
Aanbod
€ 4
150
€ 3
100
€ 2
50
€ 1
0

Slide 23 - Slide

Aanbodvergelijking
Het verband tussen de prijs en het aanbod (leveringsbereidheid) kunnen we omschrijven in een aanbodvergelijking: Qa = 50P - 50 waarbij
  Qa = aangeboden hoeveelheid
  P    = prijs


Vragen:
1. Wat is het aanbod bij een prijs van € 4?
  • Qa = 50 x € 4 - 50 = 150 tosti's
2. Wat is het aanbod bij een prijs van € 3?
  • Qa = 50 x € 3 - 50 = 100 tosti's
3. Wat is het aanbod bij een prijs van € 2?
  • Qa = 50 x € 2 - 50 = 50 tosti's
4. Wat is het aanbod bij een prijs van € 1?
  • Qa = 50 x € 1 - 50 = 0 tosti's
Prijs
Aanbod
€ 4
€ 3
€ 2
€ 1

Slide 24 - Slide

Aanbodlijn
Aanbodvergelijking: Qa = 50P - 50
  Qa = hoeveelheid op de horizontale as
  P     = prijs op de verticale as
Prijs
Aanbod
€ 4
150
€ 3
100
€ 2
50
€ 1
0

Slide 25 - Slide

Aanbodlijn
Aanbodvergelijking: Qa = 50P - 50
  • om de aanbodlijn te tekenen, heb je minimaal 2 punten nodig
  • de aanbodlijn is een stijgende lijn, er is een positief verband tussen de prijs (P) en de hoeveelheid (Qa), daarom staat er geen min (-) voor de prijs (P)
  • LET OP: de prijs (P) staat op de verticale as (= oorzaak) en de hoeveelheid (Qa) op de horizontale as (= gevolg), in de wiskunde y = 50x - 50 is dat dus precies andersom!

Slide 26 - Slide

Aanbodlijn
Beantwoord de volgende vragen aan de hand van de aanbodlijn links:
1. Hoeveel is het aanbod bij een prijs van € 4? 
  • 150 tosti's
2. Hoeveel is het aanbod bij een prijs van € 2? 
  • 50 tosti's
3. Wat is de prijs bij een aanbod van 100?
  • € 3 per tosti
4. Wat is de prijs bij een aanbod van 225?
  • € 5,50 per tosti

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Les en Weektaak
  • wat: stencil aanbodlijn tekenen in de les
  • hoe: fluisterend overleg met buurman / buurvrouw mag
  • hulp: buurman / buurvrouw of steek je vinger op
  • tijd: tot 1 minuut voor einde les
  • uitkomst: zo ver mogelijk
  • klaar: ga verder met je weektaak opdracht 6.6 t/m 6.8 (pagina 76)

Slide 29 - Slide

Week 50 (vanaf 8 december 2026)
Hoofdstuk 6. Markten
  • terugblik vorige les (aanbod)
  • opdracht 6.6 en 6.8 klassikaal bespreken
  • leerdoelen
  • instructie (marktevenwicht)
  • weektaak: opdracht 6.9 t/m 6.12

Slide 30 - Slide

Terugblik (aanbod)
Aanbodvergelijking: Qa = 50P - 50
  • om de aanbodlijn te tekenen, heb je minimaal 2 punten nodig
  • de aanbodlijn is een stijgende lijn, er is een positief verband tussen de prijs (P) en de hoeveelheid (Qa), daarom staat er geen min (-) voor de prijs (P)
  • LET OP: de prijs (P) staat op de verticale as (= oorzaak) en de hoeveelheid (Qa) op de horizontale as (= gevolg), in de wiskunde y = 50x - 50 is dat dus precies andersom!

Slide 31 - Slide

Opdracht 6.6 (pagina 76)
Opdracht 6.8 (pagina 76)

Slide 32 - Slide

Leerdoelen H6. Markten
  • Ik kan de begrippen concrete en abstracte markt uitleggen.
  • Ik kan de begrippen consumenten en producenten uitleggen.
  • Ik kan de begrippen goederen en diensten uitleggen.

  • Ik kan het begrip betalingsbereidheid en leveringsbereidheid uitleggen.
  • Ik kan een vraaglijn tekenen aan de hand van een vraagvergelijking, en een aanbodlijn aan de hand van een aanbodvergelijking.

  • Ik kan de evenwichtsprijs en -hoeveelheid berekenen a.d.h.v. een vraag- en aanbodfunctie.
  • Ik kan de maximale betalingsbereidheid en minimale leveringsbereidheid bepalen.
  • Ik kan de totale omzet berekenen op een markt in het marktevenwicht.

Slide 33 - Slide

Marktevenwicht
Beide vergelijkingen kunnen we in één grafiek tekenen om het marktevenwicht in de markt te vinden.
Qv = -50P + 250 (let op: vraaglijn is dalend!)
Qa = 50P  - 50 (let op: aanbodlijn is stijgend!)

Wat is de evenwichtsprijs, de evenwichts-hoeveelheid en de bijbehorende omzet?
  • evenwichtsprijs van € 3
  • evenwichtshoeveelheid van 100 stuks
  • evenwichtsomzet van € 300

Slide 34 - Slide

Marktevenwicht
Behalve tekenen, kun je het marktevenwicht ook berekenen:               Qv = -50P + 250
                                               Qa = 50P – 50
                                               Qv = Qa
  •                       -50P + 250 = 50P – 50
  • (+ 50)          -50P + 300 = 50P                    (+ 50)
  • (+ 50P)                      300 = 100P                (+ 50P)
  • (÷ 100)                        € 3 = P                         (÷ 100)
  • Qv = -50 x € 3 + 250 = 100
  • evenwichtsprijs = € 3
  • evenwichtshoeveelheid = 100

Slide 35 - Slide

Belangrijke termen
  • Qv = -50P + 250             Qa = 50P – 50
  • (dalend)                             (stijgend)

  • maximale betalingsbereidheid = € 5
  • (waar Qv = 0)

  • evenwichtsprijs = € 3
  • (waar Qv = Qa)

  • minimale leveringsbereidheid = € 1
  • (waar Qa = 0)

Slide 36 - Slide

Omzet
Als je de evenwichtsprijs (P = € 3) en de  evenwichtshoeveelheid (Q = 100) hebt berekend, kun je de omzet in het marktevenwicht op de markt uitrekenen:
  • omzet = P x Q
  • P = € 3
  • Q = 100
  • omzet = € 3 x 100 = € 300

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Les en Weektaak
  • wat: opdracht 6.9 en 6.10 in de les
  • hoe: fluisterend overleg met buurman / buurvrouw mag
  • hulp: buurman / buurvrouw of steek je vinger op
  • tijd: tot 1 minuut voor einde les
  • uitkomst: zo ver mogelijk
  • klaar: ga verder met je weektaak opdracht 6.9 t/m 6.12 (pagina 77 en 78)

Slide 39 - Slide

Week 51 (vanaf 15 december 2025)
Hoofdstuk 6. Markten
  • terugblik vorige lessen (markten)
  • opdracht 6.11 klassikaal bespreken
  • leerdoelen (markten)
  • Praktijk Opdracht (PO)

Slide 40 - Slide

Terugblik vorige les
  • Qv = -50P + 250 (dalend)
  • Qa = 50P – 50 (stijgend)

  • maximale betalingsbereidheid = € 5
  • (waar Qv = 0)

  • evenwichtsprijs = € 3
  • (waar Qv = Qa)

  • minimale leveringsbereidheid = € 1
  • (waar Qa = 0)

Slide 41 - Slide

Opdracht 6.11 (BBQ-pakketten)
BBQ-pakketten: Qv = -20P + 600 en Qa = 20P – 200

a. Bereken de evenwichtsprijs en -hoeveelheid.
  • Qv = Qa:                                       -20P + 600 = 20P - 200
  • beide kanten -600:               -20P = 20P - 800
  • beide kanten -20P :              -40P = -800
  • beide kanten ÷ -40:               P = -800 ÷ -40 = € 20
  • P = 20 invullen in Qv:            -20 x 20 + 600 = 200 of
  • P = 20 invullen in Qa:            20 x 20 - 200 = 200

Slide 42 - Slide

Opdracht 6.11 (BBQ-pakketten)
BBQ-pakketten: Qv = -20P + 600 en Qa = 20P – 200

b. Teken vraag- en aanbodlijn met evenwichtsprijs en -hoeveelheid.
  • we weten het evenwicht: als P = 20, dan is Q = 200               (200, 20)
  • vraaglijn: nog een lager punt kiezen: bijvoorbeeld P = 10
  • Qv = -20P + 600  → Qv = -20 x 10 + 600 = 400                           (400, 10)
  • aanbodlijn: nog een hoger punt kiezen: bijvoorbeeld P = 30
  • Qa = 20P – 200  → Qa = 20 x 30 – 200 = 400                             (400, 30)

Slide 43 - Slide

Opdracht 6.11 (BBQ-pakketten)
BBQ-pakketten: Qv = -20P + 600 en Qa = 20P – 200

c. Bereken de maximale betalingsbereidheid.
  • grafiek aflezen: als prijs >  € 30  → dan geen vraag meer
  • maximale betalingsbereidheid = € 30
  • bereken prijs als vraag (Qv) = 0
  • Qv = 0 invullen:                  0 = -20P + 600
  • beide kanten +20P:        20P = 600 
  • beide kanten ÷ 20:          P = 600 ÷ 20 = € 30

Slide 44 - Slide

Opdracht 6.11 (BBQ-pakketten)
BBQ-pakketten: Qv = -20P + 600 en Qa = 20P – 200

d. Bereken de minimale leveringsbereidheid.
  • grafiek aflezen: als prijs <  € 10  → dan geen aanbod meer
  • minimale leveringsbereidheid = € 10 
  • bereken prijs als aanbod (Qa) = 0
  • Qa = 0 invullen:                 0 = 20P - 200
  • beide kanten -20P:         20P = 200
  • beide kanten  ÷ 20:         P = 200 ÷ 20 = € 10

Slide 45 - Slide

Opdracht 6.11 (BBQ-pakketten)
BBQ-pakketten: Qv = -20P + 600 en Qa = 20P – 200

e. Bereken de omzet in het marktevenwicht.
  • marktevenwicht P = € 20 en Q = 200
  • omzet = P x Q = € 20 x 200 = € 4.000

f. Bereken de prijs bij een vraag van 400 BBQ-pakketten.
  • grafiek aflezen: als prijs = € 10  → dan Qv = 400
  • Qv = 400 invullen:                     400 = -20P + 600
  • beiden kan -600 en ÷ 20:    -200 = -20P  → P = -200 ÷ -20 = € 10

Slide 46 - Slide

Leerdoelen H6. Markten
Ik beheers de vraag van de markt als ik:
  • de betalingsbereidheid kan uitleggen, en de maximale betalingsbereidheid kan berekenen
  • een vraaglijn kan tekenen aan de hand van een vraagvergelijking

Ik beheers het aanbod van de markt als ik:
  • de leveringsbereidheid kan uitleggen, en de minimale leveringsbereidheid kan berekenen
  • een aanbodlijn kan tekenen aan de hand van een aanbodvergelijking

Ik beheers het marktevenwicht als ik:
  • de evenwichtsprijs en -hoeveelheid kan berekenen a.d.h.v. een vraag- en aanbodfunctie
  • de totale omzet berekenen op een markt in het marktevenwicht

Slide 47 - Slide

Slide 48 - Slide

Praktijk Opdracht (PO)
Twee opdrachten over Vraag en Aanbod en een feedback daarop:
  1. Opdracht 1. Supermarkt
  2. Opdracht 2. Arbeidsmarkt


Je maakt het PO in groepjes van 2 personen. Je beantwoordt de vragen volledig en in eigen woorden, plagiaat is een onvoldoende! Tijdens de lessen komt er steeds een stukje informatie bij dat je nodig hebt voor je PO.

Slide 49 - Slide

Praktijk Opdracht (PO)
  • Je levert 1 netjes Word document in (zie Magister / ELO / Opdrachten).
  • Het is voldoende als 1 lid van je groepje de opdracht inlevert. Overleg goed wie dit doet!
  • Het PO telt 1x mee en wordt beoordeeld op kwaliteit, originaliteit en het proces.
  • Maak er één geheel van (dus niet simpelweg je antwoord typen onder de vraag in het opdrachtendocument).
  • Voeg een voorkant toe en zorg voor een goede opmaak.
  • Antwoord met hele zinnen en laat berekeningen zien.
  • Voeg afbeeldingen toe.
  • Zet alle namen van je groepsleden in de bestandsnaam + je klas.

Slide 50 - Slide

Les en weektaak
  • wat: bouwsteen 6.1 a. t/m d. (pagina 87) in de les
  • hoe: fluisterend overleg met buurman / buurvrouw mag
  • hulp: buurman / buurvrouw of steek je vinger op
  • tijd: tot 1 minuut voor einde les
  • uitkomst: zo ver mogelijk
  • klaar: ga verder met je weektaak (PO)

Slide 51 - Slide

Slide 52 - Slide

Week 4 (vanaf 19 januari 2026)
Hoofdstuk 6. Markten
  • terugblik vorige lessen (markten)
  • quizje (markten)
  • leerdoelen (goederen en arbeidsmarkt)
  • instructie (goederen en arbeidsmarkt +
       VWO: arbeidsproductiviteit en verschuiven vraag- en aanbodlijn)
  • weektaak: opdracht 6.15, 6.16, 6.18, 6.24 en 6.26 +
       VWO: 6.19, 6.20, 6.21, 6.30 en 6.31

Slide 53 - Slide

Terugblik vorige les
  • Qv = -50P + 250 (dalend)
  • Qa = 50P – 50 (stijgend)

  • maximale betalingsbereidheid = € 5
  • (waar Qv = 0)

  • evenwichtsprijs = € 3
  • (waar Qv = Qa)

  • minimale leveringsbereidheid = € 1
  • (waar Qa = 0)

Slide 54 - Slide

Leerdoelen H6. Markten
Ik beheers de vraag van de markt als ik:
  • de betalingsbereidheid kan uitleggen, en de maximale betalingsbereidheid kan berekenen
  • een vraaglijn kan tekenen aan de hand van een vraagvergelijking

Ik beheers het aanbod van de markt als ik:
  • de leveringsbereidheid kan uitleggen, en de minimale leveringsbereidheid kan berekenen
  • een aanbodlijn kan tekenen aan de hand van een aanbodvergelijking

Ik beheers het marktevenwicht als ik:
  • de evenwichtsprijs en -hoeveelheid kan berekenen a.d.h.v. een vraag- en aanbodfunctie
  • de totale omzet berekenen op een markt in het marktevenwicht

Slide 55 - Slide

Welke variabele staat bij vraag & aanbod op de horizontale as?
A
prijs (p)
B
hoeveelheid (q)

Slide 56 - Quiz

Hoe loopt de vraaglijn over het algemeen?
A
stijgend
B
dalend
C
horizontaal
D
verticaal

Slide 57 - Quiz

De vraagfunctie van appels is Qv = -100p + 850 en
de aanbodfunctie van appels is Qa = 200p - 50.

Wat is de maximale betalingsbereidheid?
A
€ 0,25
B
€ 1
C
€ 8,50
D
€ 10

Slide 58 - Quiz

De vraagfunctie van appels is Qv = -100p + 850 en
de aanbodfunctie van appels is Qa = 200p - 50.

Wat is de minimale leveringsbereidheid?
A
€ 0,25
B
€ 1
C
€ 8,50
D
€ 10

Slide 59 - Quiz

Welke situatie doet zich bij vraag & aanbod voor in het marktevenwicht?
A
Qa < Qv
B
Qa = Qv
C
Qa > Qv
D
Qa ≠ Qv

Slide 60 - Quiz

De vraagfunctie van appels is Qv = -100p + 850 en
de aanbodfunctie van appels is Qa = 200p - 50.

Wat wordt de evenwichtsprijs?
A
€ 1
B
€ 2
C
€ 3
D
€ 4

Slide 61 - Quiz

De vraagfunctie van appels is Qv = -100p + 850 en
de aanbodfunctie van appels is Qa = 200p - 50.

Wat wordt de evenwichtshoeveelheid?
A
400 appels
B
450 appels
C
500 appels
D
550 appels

Slide 62 - Quiz

De vraagfunctie van appels is Qv = -100p + 850 en
de aanbodfunctie van appels is Qa = 200p - 50.

Wat wordt de omzet in het marktevenwicht?
A
€ 1500
B
€ 1650
C
€ 1750
D
€ 1950

Slide 63 - Quiz

Leerdoelen H6. Markten
  • Ik kan het verschil tussen primaire en luxe goederen uitleggen.
  • Ik kan de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt beschrijven en berekenen.
  • Ik kan de arbeidsproductiviteit berekenen (alleen VWO!).
  • Ik kan beredeneren wanneer de vraaglijn naar links of naar rechts verschuift.
  • Ik kan beredeneren wanneer de aanbodlijn naar links of naar rechts verschuift.

Slide 64 - Slide

Primaire en luxe goederen
  • Primaire behoeften          basisbehoeften waar je niet zonder kunt om te  leven (grafiek 1)
  • Secondaire behoeften    overige behoeften die het leven leuker of makkelijker maken
       - normale behoeften
       - luxe behoeften (grafiek 2)

Slide 65 - Slide

Arbeidsmarkt
De arbeidsmarkt is een abstracte markt van vraag (werkgelegenheid) en aanbod (beroepsbevolking).

Slide 66 - Slide

Arbeidsmarkt
Werkgelegenheid
  • het aantal banen dat gevraagd wordt op de arbeidsmarkt en bestaat uit:
  1. werkzame personen in loondienst (werknemers)
  2. zelfstandigen
  3. vacatures

Beroepsbevolking
  • het aantal personen tussen 15 en 75 jaar die willen en kunnen werken: zij bieden arbeid aan op de arbeidsmarkt, en bestaat uit:
  1. werkzame personen in loondienst (werknemers)
  2. zelfstandigen
  3. geregistreerde werklozen

Slide 67 - Slide

Vraag en aanbod









Beroepsbevolking = werkenden (personen in loondienst) + zelfstandigen + werklozen
Werkgelegenheid  = werkenden (personen in loondienst) + zelfstandigen + vacatures

Slide 68 - Slide

Oefenopdracht
Aantal inwoners                      15.500.000
Inwoners van 15-65 jaar      11.000.000
Werknemers in loondienst  4.000.000
Zelfstandigen                             1.600.000
Vacatures                                         125.000 
Werklozen                                       400.000 

1. Bereken de vraag naar arbeid (werkgelegenheid).
  • werkgelegenheid = 4.000.000 + 1.600.000 + 125.000 = 5.725.000
2. Bereken het aanbod van arbeid (beroepsbevolking).
  • werkgelegenheid = 4.000.000 + 1.600.000 + 400.000 = 6.000.000



timer
2:00

Slide 69 - Slide

Arbeidsproductiviteit (alleen VWO)
Arbeidsproductiviteit is de productie(waarde) per persoon in een bepaalde periode. Kan dus in aantal zijn of in € !

 
Voorbeeld
In de bakkerij worden per week 250 taarten
gebakken door 10 banketbakkers.

Wat is de arbeidsproductiviteit per week?
  • arbeidsproductiviteit = 250 / 10 = 25 taarten
ArbeidsProductiviteit=WerkgelegenheidProductie(Waarde)

Slide 70 - Slide

Vraagfactoren (alleen VWO)
  • Verschuiving langs de vraaglijn:
        1. prijs (p)
  • Verschuiving van de vraaglijn (zie figuur rechts)
       2. inkomen (van de consumenten)
       3. bevolkingsomvang (aantal consumenten)
       4. behoefte (voorkeur van de consumenten)
       5. prijzen van substitutie (vervangende) goederen
       6. prijzen van complementaire (aanvullende) goederen

Bij de vraaglijn neem je altijd aan dat alle andere vraag factoren (dan de prijs) die de vraag beïnvloeden niet veranderen (gelijk blijven) = ceteris paribus voorwaarde, alleen de prijs wijzigt!

Slide 71 - Slide

Vraagfactoren (alleen VWO)
Stel: er is een verschuiving op de vraaglijn naar links.

Wat is hier de oorzaak van?
  • prijsstijging

Wat is hier het gevolg van?
  • de vraag daalt

Slide 72 - Slide

Vraagfactoren (alleen VWO)
Stel: er is een verschuiving op de vraaglijn naar rechts.

Wat is hier de oorzaak van?
  • prijsdaling

Wat is hier het gevolg van?
  • de vraag stijgt

Slide 73 - Slide

Vraagfactoren (alleen VWO)
Stel: er is een verschuiving van de vraaglijn naar rechts.

Wat kunnen hier de oorzaken van zijn?
  • stijging inkomen
  • stijging bevolkingsomvang
  • stijging behoeften en voorkeuren
  • prijsstijging substitutie goed
  • prijsdaling complementair goed

Wat is hier het gevolg van?
  • de vraag stijgt

Slide 74 - Slide

Vraagfactoren (alleen VWO)
Stel: er is een verschuiving van de vraaglijn naar links.

Wat kunnen hier de oorzaken van zijn?
  • daling inkomen
  • daling bevolkingsomvang
  • daling behoeften en voorkeuren
  • prijsdaling substitutie goed
  • prijsstijging complementair goed

Wat is hier het gevolg van?
  • de vraag daalt

Slide 75 - Slide

Vraagfactoren (oefening alleen VWO)
1. Wat gebeurt er met de vraag naar Russische auto's als de bevolking van Rusland afneemt?             
  • de vraag naar Russische auto's daalt
  • de vraaglijn verschuift naar links
2. ... en als de autoprijs in Rusland is verdubbeld door het ontbreken van onderdelen?
  • de vraag naar Russische auto's daalt
  • de vraaglijn verschuift niet
3. ... en als door een overvloedig aanbod van Russische auto's de prijs sterk is gedaald?
  • de vraag naar Russische auto's stijgt
  • de vraaglijn verschuift niet
4. ... en als het inkomen van de Russen is gestegen met 20%?
  • de vraag naar Russische auto's stijgt
  • de vraaglijn verschuift naar rechts
5. ... en als de Russen liever chique Mercedessen in Duitsland kopen?
  • de vraag naar Russische auto's daalt
  • de vraaglijn verschuift naar links

Slide 76 - Slide

Aanbodfactoren (alleen VWO)
  • Verschuiving langs de aanbodlijn:
       1. prijs (p)
  • Verschuiving van de aanbodlijn (zie figuur rechts):
       2. productiekosten per stuk (kostprijs)
       3. aantal aanbieders




Bij de aabodlijn neem je altijd aan dat alle andere aanbodactoren (dan de prijs) die het aanbod beïnvloeden niet veranderen (gelijk blijven) = ceteris paribus voorwaarde, alleen de prijs wijzigt!

Slide 77 - Slide

Slide 78 - Slide

Les en weektaak
  • wat: opdracht 6.18 (pagina 79) en 6.26 (pagina 83) in de les
  • hoe: fluisterend overleg met buurman / buurvrouw mag
  • hulp: buurman / buurvrouw of steek je vinger op
  • tijd: tot 1 minuut voor einde les
  • uitkomst: zo ver mogelijk
  • klaar: ga verder met je weektaak: opdracht 6.16, 6.17, 6.18, 6.24 en 6.26 + VWO: 6.19, 6.20, 6.21, 6.30 en 6.31

Slide 79 - Slide

Magister (ELO bronnen)






Al jullie lesmateriaal economie staat online op:

Slide 80 - Slide

Slide 81 - Slide

Proefwerk
Wat: BTW (paragraaf 1.4.3) en Markten (hoofdstuk 6)
Wanneer: vrijdag 23 januari 7e uur (papier) 
Inhoud: 1 meerkeuzevragen (1 punt) en 14 open vragen (24 punten)
Opgaven (onderwerpen):
  1. BTW (vooruit- en terugrekenen, inclusief en exclusief BTW)
  2. vraag & aanbod (o.a. vraaglijn, aanbodlijn, evenwicht, marktomzet en overschot)
  3. markt (o.a. evenwichtsprijs, evenwichtshoeveelheid, maximale betalingsbereidheid en minimale leveringsbereidheid berekenen en vraag- & aanbodlijn tekenen)
  4. arbeidsmarkt (o.a. beroepsbevolking, werkgelegenheid, werkzame personen in loondienst, zelfstandigen, werklozen en vacatures berekenen)

Slide 82 - Slide

Opdracht 6.18

Slide 83 - Slide

Opdracht 6.26

Slide 84 - Slide