BeVo periode 3 PO landschap dieren

Beeldende Vormgeving 
Periode 3: Herhaling periode 1, 2 en 3 

Dieren in perspectief
1 / 11
next
Slide 1: Slide
Beeldende vormingMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1-3

This lesson contains 11 slides, with text slides.

Items in this lesson

Beeldende Vormgeving 
Periode 3: Herhaling periode 1, 2 en 3 

Dieren in perspectief

Slide 1 - Slide


De komende 5 lessen werken we aan één grote opdracht. In deze opdracht komen alle onderdelen uit periode 1, 2 en 3 samen in één tekening: vorm, kleur en structuur

Ook wel beeldaspecten.
Beeldaspecten zijn de bouwstenen van een beeld

Slide 2 - Slide

In periode 1 hebben we geoefend met diepte en ruimte. Hoe creeer je in een platte tekening ruimte en diepte? 

1. Lijnperspectief is een manier van tekenen waarmee je diepte kunt laten zien op een plat vlak. Het lijkt dan alsof iets verder weg is of dichterbij komt.

Je gebruikt hierbij horizontale lijnen, vluchtlijnen en vluchtpunten. De vluchtlijnen komen samen in één of meerdere punten op de horizon: de vluchtpunten. Hierdoor ontstaat de illusie van ruimte en diepte.

Slide 3 - Slide

Oefening 1:

1. Teken een horizon: Trek een horizontale lijn over je papier. Deze lijn stelt de horizon voor, het punt waar de lucht de grond raakt.

2. Markeer het verdwijnpunt: Kies ergens op de horizonlijn een punt. Dit punt wordt het verdwijnpunt, het punt waar alle lijnen in je tekening naartoe lijken lopen.

3. Teken een weg: maak twee schuine lijnen die van de onderkant van je papier naar het verdwijnpunt op de horizonlijn leiden

4. Voeg details toe: Voeg bomen langs de weg toe, die ook naar het verdwijnpunt toe wijzen.een 

Slide 4 - Slide

Naast lijnperspectief zijn er nog meer technieken voor ruimtesuggestie.


 2. Overlapping: Een object gedeeltelijk voor een ander plaatsen, zodat het achterliggende object verder weg lijkt
3. Afsnijding: Delen van objecten worden afgesneden door de rand van het beeldvlak, waardoor het lijkt alsof de ruimte buiten het kader doorgaat
4.Groot-klein: Objecten op de voorgrond zijn groter dan objecten verder weg

Slide 5 - Slide

Oefening 2: 

1. Teken nogmaals een horizon met 1 verdwijnpunt en een weg

2. Schets een dier heel klein in de verte op de horizon

3. Teken een dier dichtbij, groot vooraan (groot-klein)

4. Teken een dier die achter het grote dier staat (overlapping)

5. Teken een appelboom links vooraan die we maar voor de helft zien (afsnijding)

Slide 6 - Slide

Periode 2 ging over de kleurencirkel

Primaire kleuren: rood, geel en blauw – deze kun je niet mengen uit andere kleuren

Secundaire kleuren: oranje, groen en paars – deze ontstaan door twee primaire kleuren te mengen.

Tertiaire kleuren :kleuren die ontstaan door een primaire kleur met een secundaire kleur te mengen.


Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

In de laatste lessen hebben we kort geoefend met structuur en textuur

Textuur is hoe iets aanvoelt of eruitziet alsof je het kunt voelen

Structuur is hoe iets is opgebouwd – het gaat om het patroon of de herhaling

Slide 9 - Slide

Opdracht

Maak een landschap in 1 puntsperspectief met minimaal 8 dieren of meer. Denk aan een jungle, weiland met schapen of paarden. Je mag verschillende dieren tekenen of dezelde zolang het er maar minimaal 8 zijn. 
Gebruik groot-klein, overlapping en afsnijding om diepte te creeeren. Gebruik eerst potlood om je schets te maken.

Slide 10 - Slide

 Als je schets af is mag je met verf je schets inkleuren. Je krijgt hiervoor de primaire kleuren waarmee je alle kleuren zelf gaat mengen. Let op de huidstructuren en texturen van de dieren. 

Heb je schapen getekend met zachte wol of een zebra met een gestreepte huidstructuur

Slide 11 - Slide