4.8 Les 1 en 2

Welkom
Leg klaar:
  • je leerwerkboek deel B
  • je pen / schrift
Les 1
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 21 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom
Leg klaar:
  • je leerwerkboek deel B
  • je pen / schrift
Les 1

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Planning
  • Waar waren we gebleven?
  • Uitleg onbepaald voornaamwoord (4.8)
  • Werkmoment 
  • Tips voor scheikunde
  • Vooruitblik

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Braindump
Welk woorden komen bij je op van voorgaande lessen?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen tot nu toe
  • Je kunt enkelvoudige en samengestelde zinnen herkennen en nevenschikking benoemen (kenmerken). (2.7 deel A).
  • Je kunt een onderschikking benoemen en de beknopte bijzin herkennen. Je kent de kenmerken van deze zinnen (3.7 deel A).
  • Je kunt ook zien wanneer een beknopte bijzin niet goed aansluit bij de hoofdzin en dit verbeteren (3.7 deel A).
  • Je kunt een samentrekking benoemen (5.7 deel B).
Herhalen volgende week

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen deze week (4.8/p. 61)
  • Je kunt het onbepaald voornaamwoord benoemen.
  • Je kunt het betrekkelijk voornaamwoord benoemen.

De andere woordsoorten worden niet getoetst. Het is wel handig dat je de soorten werkwoorden kent i.v.m. de samentrekking. => zelfde grammaticale functie

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Voornaamwoorden:
  • zijn woorden die verwijzen naar personen, dieren of dingen (concreet of abstract);
  • maken onze gesprekken en teksten efficiënter.

Vince heeft een nieuwe fiets. Hij is blij met zijn fiets.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Onbepaald voornaamwoord p. 62
Een ovw verwijst:
  • naar niet-specifieke personen of zaken
  • naar iets algemeens waarbij iets of iemand niet precies worden vermeld
  • bijvoorbeeld: alles, iedereen, (n)iemand, (n)iets, allemaal.
Fout in boek

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Het = lw, psv, ovw
lidwoord (lw) => Het huis in de straat.

persoonlijk vn (psv) => Ik ga niet naar het feestje, omdat het laat begint. => Je kunt het vervangen door het feestje.

onbepaald vn (ovw) => Het is heel druk daar, het regent.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Werkmoment
  • Maak in je leerwerkboek deel B
  • Van 4.8: opdracht 3 en 5.
  • Kijk zelf na. Let op! Vraag 3a: waarom is geen vrv.

Af? Ga verder met je fictietaak.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Tips voor scheikunde
  • Practica zijn bedoeld om de theorie beter te snappen.
  • Aantekeningen leren.
  • Formules bouwen moleculen kennen.
  • Ook de symbolen kennen (stencil) beide kanten op (namen - formules en andersom).
  • Teloefening en kloppend maken (stencil): hoeveel moleculen, atomen,.. Naamgeving van stoffen.
  • Periodiek systeem zelf bestuderen.


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Vooruitblik
  • Uitleg betrekkelijk voornaamwoord.
  • Werken aan fictietaak.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Welkom
Leg klaar:
  • je leesboek
  • je leerwerkboek deel B
  • je pen / schrift

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Planning
  • Uitleg betrekkelijk voornaamwoord (4.8)
  • Werkmoment 
  • Vooruitblik

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Braindump
Aan welke woorden/begrippen denk je 
kijkend naar de vorige les?

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

betrekkelijk voornaamwoord (p. 63)
De film ___ ik gisteren heb gezien, was spannend!
Het boek ___ op tafel ligt, is van mij.

Dit is de hond _____ altijd mijn huiswerk opeet.
Alles _______ ik moest leren voor de toets ben ik vergeten.

Slide 15 - Slide

Filmje 4.8 leerstof btv
Samenvatting btv
  • Dat => zn met lidwoord 'het'
  • Die => zn met lidwoord 'de' (enkelvoud en meervoud)
  • Wie => personen (vaak met voorzetsel)
  • Waar => dingen (vaak met voorzetsel)
  • Wat => iets, niets of alles (ovw)
            => superlatief = overtreffende trap: beste, meeste
            => een hele zin

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Werkmoment
Maak in je leerwerkboek deel B:
  • Van 4.8 les 1: opdracht 3, 4, 5 
  • Van 4.8 les 2: opdracht 6, 7a en 12a
  • Kijk zelf na. Let op! Vraag 3a vrv fout in het boek!

Af? Ga verder met je fictietaak.
7a
onderstreep waar het naar verwijst

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

12a: 5 pagina 68
Ten slotte is het leuk 

dat in het woord 'ideaal' doorklinkt, 

wat natuurlijk helemaal slim is.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

12a: 5 pagina 68
Ten slotte is het leuk  

dat in het woord 'ideaal' doorklinkt

wat natuurlijk helemaal slim is.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

12a: 5 pagina 68
Ten slotte | is | het | leuk 
                        bw       kww  ovw   bn                      
dat in het woord 'ideaal' doorklinkt
vw  vz  lv      zn        zn       zww       
wat natuurlijk helemaal slim is.
     btv        bw          bw       bn   kww

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Vooruitblik
Les 1

Controle weektaak week 12
Herhalen 3.7
Les 2
Herhalen 5.7
Les 3
Leesboek mee











Leerwerkboek A en B mee

Slide 21 - Slide

This item has no instructions