Actualiteit - Begrijpend lezen | Weer records

In de krant
1 / 21
next
Slide 1: Slide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 4-8

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 35 min

Items in this lesson

In de krant

Slide 1 - Slide

Ik kan uitleggen waardoor er verschillende weerrecords gebroken zijn.
Ik kan een aantal gevolgen van de opwarming uitleggen.

Slide 2 - Slide

Bekijk de tekst, maar lees de tekst nog niet. 
  • Wat valt je op aan de vorm, de kopjes, de titel en de plaatjes?
  • Wat is dit voor tekst? Waar zie je dat aan?
  • Wat denk je dat de bedoeling van de schrijver is met deze tekst?
  • Hoe ga je deze tekst lezen?
  • Waar denk je dat het over zal gaan, waarom denk je dat?

Slide 3 - Slide

Wat weet je al over dit onderwerp?

Slide 4 - Mind map

 Schrijf je vragen op een post-it (één vraag per blaadje) en plak deze op de vragenmuur.
Heb je vragen als je naar de tekst kijkt? 
Formuleer samen een leesvraag.

Slide 5 - Slide

Woordenschat:
record, periode, ijsdag, temperatuur, onder nul.
De leerkracht doet het voor.

Slide 6 - Slide

Woordenschat:
Fossiele brandstoffen, steenkool, aardolie, aardgas, broeikasgassen.
De leerkracht doet het voor.

Slide 7 - Slide

Woordenschat:
Houden warmte vast.
We doen het samen!

Slide 8 - Slide

Wat hebben we gelezen?
Is er al een antwoord op de leesvraag?
Klopte het idee dat we hadden bij de tekstsoort en het doel van de schrijver?
Zijn er nieuwe vragen ontstaan?

Slide 9 - Slide

Maak je maar klaar...
...voor de quiz!!

Slide 10 - Slide


1. Wat doet Berend van Straaten voor werk?
A
Hij is weerpresentator
B
Hij is meteoroloog
C
Hij is klimaatwetenschapper
D
Hij is een journalist

Slide 11 - Quiz


2. Wat veroorzaakt de opwarming van de aarde volgens de tekst?
A
De hogere temperaturen in de zomer én in de winter
B
Dat er minder bomen op aarde zijn
C
Het verbranden van fossiele brandstoffen
D
Dat er meer fabrieken worden gebouwd

Slide 12 - Quiz


3. Hoe zorgen broeikasgassen ervoor dat de aarde opwarmt?
A
Ze reflecteren zonlicht terug de ruimte in
B
Ze houden warmte vast
C
Ze verhogen het zuurstofgehalte in de lucht
D
Ze zorgen voor een warme wind

Slide 13 - Quiz


4. Wat is juist?
- Stelling I: Een ijsdag is een dag waarop de temperatuur de hele dag onder nul blijft.
- Stelling II: Er is al meer dan twee jaar geen ijsdag geweest.
A
Beide stellingen zijn juist
B
Beide stellingen zijn onjuist
C
Alleen stelling I is juist
D
Alleen stelling II is juist

Slide 14 - Quiz


5. Welke veranderingen in het klimaat merkt de meteoroloog op in Nederland?
A
Koudere zomers
B
Hogere temperaturen in de zomer én in de winter
C
Meer regenval in het voorjaar
D
Intensere stormen het hele jaar door

Slide 15 - Quiz


6. Lees: ‘De meeste huizen in Nederland zijn bijvoorbeeld gebouwd om warmte vast te houden, maar we hebben steeds vaker airconditioning nodig.’
Wat bedoelt Berend hiermee?
A
We moeten zorgen dat elk huis een airco heeft
B
We moeten de huizen in Nederland anders gaan bouwen dan we vroeger deden
C
Huizen in Nederland zijn altijd koel
D
De meeste huizen in Nederland hebben al airconditioning

Slide 16 - Quiz


7. Wat vind je van de tussenkop (Geen ijspret meer)?
Wat had er beter/anders gekund?

Slide 17 - Open question


8. Lees de laatste zin: ‘Al schaatsen we over veertig jaar waarschijnlijk alleen nog op ondergelopen weilanden en niet meer op grote plassen of rivieren.’ Waarom is dat denk je?

Slide 18 - Open question

Heeft de schrijver het beoogde doel bereikt?
Is er informatie die op een van de beginpagina’s van
het schrift opgeschreven of getekend kan worden?
Hebben we een antwoord op de leesvraag?

Slide 19 - Slide

 Antwoord gevonden op je vraag? Schrijf het antwoord op een andere kleur post-it en plak deze op de vragenmuur.
Zijn er nieuwe vragen ontstaan? 
Schrijf ze op post-its. 

Slide 20 - Slide

Tot de 
volgende keer!

Slide 21 - Slide