VEI M4 11.4 De iris en de ooglens 2023

1 / 50
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Vandaag
  • Herhaal vragen over de bouw van het oog
  • Uitleg over de werking van de iris en de lens!
  • Vragen beantwoorden over de iris en de lens
  • Examenvragen maken en bespreken
Doen:
  • Opdrachten thema 11 af maken. (en nakijken)
  • Samenvattingen van alle basisstoffen maken,  (en nakijken)
  • Alle test jezelf opdrachten in biologie voor jou online maken
  • Klaar? Vraag de kruiswoordpuzzel over Zintuigen en maak die.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Bouw van het oog herhaling

Slide 5 - Slide

Een lichtstraal valt op het oog.

Zet de onderstaande onderdelen van het oog, waar deze lichtstraal achtereenvolgens doorheen gaat, in de juiste volgorde.

Lens
Hoornvlies
Glasachtig lichaam
Netvlies
Oogkamer

Slide 6 - Drag question

Het OOG: zet onderdelen op de juiste plaats
netvlies
gele vlek
oogzenuw
lens
Blinde vlek

Slide 7 - Drag question

Het oog: zet onderdelen op de juiste plaats
netvlies
Harde oogvlies
oogzenuw
lens
Oogspier
Hoornvlies

Slide 8 - Drag question

Slide 9 - Slide

Pupilreflex
Wat weet je er al van?

Slide 10 - Slide

In het licht is de pupil....
A
groot, de kringspieren zijn samengetrokken
B
klein, de kringspieren zijn samengetrokken
C
klein, de lengte spieren zijn samengetrokken
D
groot, de lengte spieren zijn samengetrokken

Slide 11 - Quiz

De pupil
A
Is het gekleurde deel van het oog waar licht doorheen kan
B
Is een gat in je oogbol (zwarte deel)waar het licht doorheen kan
C
Is een doorzichtig vlies
D
Is een stevig wit vlies

Slide 12 - Quiz

Hoe verloopt de pupilreflexboog?
A
Zintuigcellen - bewegingszenuw - grote hersenen - gevoelszenuw - Irisspiertjes
B
Zintuigcellen - bewegingsszenuw - hersenstam - gevoelszenuw - Irisspiertjes
C
Zintuigcellen - gevoelszenuw - hersenstam - bewegingszenuw - Irisspiertjes
D
Zintuigcellen - gevoelszenuw - grote hersenen - bewegingszenuw - Irisspiertjes

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Hoe verloopt de pupilreflexboog?
A
Zintuigcellen - gevoelszenuw - hersenstam - bewegingszenuw - Irisspiertjes
B
Zintuigcellen - bewegingsszenuw - hersenstam - gevoelszenuw - Irisspiertjes
C
Zintuigcellen - bewegingsszenuw - grote hersenen - gevoelszenuw - Irisspiertjes
D
Zintuigcellen - gevoelszenuw - grote hersenen - bewegingszenuw - Irisspiertjes

Slide 17 - Quiz

Wat bescherm je met de pupilreflex?
A
Iris
B
Pupil
C
Vaatvlies
D
Netvlies

Slide 18 - Quiz

De pupilreflex: Bij sterk licht.
A
Trekken de kringspiertjes zich samen en ontspannen de lengtespiertjes in je iris
B
trekken de lengtespiertjes samen en ontspannen de kringspiertjes in je iris
C
trekken zowel lengte als kringspiertjes samen in je iris.
D
ontspannen zowel lengte als kringspiertjes samen in je iris

Slide 19 - Quiz

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Scherp zien
Wat weet je al over scherp zien?

Slide 22 - Slide

Waardoor kun je scherp zien?
A
Doordat er een beeld op het netvlies ontstaat.
B
Doordat de vorm van het netvlies verandert.
C
Doordat de bolvorm van de ooglens verandert.
D
Doordat het beeld op het netvlies wordt omgedraaid.

Slide 23 - Quiz

Door je ooglens boller of platter te maken kun je scherp zien. Kan je met een bolle lens dingen dichtbij of ver weg scherp zien?
A
Dichtbij
B
Ver weg
C
Allebei
D
Geen van beide

Slide 24 - Quiz

Slide 25 - Video

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Hoe heet het als de spiertjes rondom de lens, de lens boller of platter maakt?
A
Revalideren
B
Accomoderen
C
Adapteren
D
Corrigeren

Slide 32 - Quiz

Als een voorwerp dichterbij komt...
A
Spannen zowel de kringspieren als de lensbandjes aan.
B
Ontspannen de kringspieren en ontspannen de lensbandjes.
C
Ontspannen de kringspieren en spannen de lensbandjes.
D
Spannen de kringspieren en ontspannen de lensbandjes.

Slide 33 - Quiz

De lens van het oog kan van vorm veranderen (accomoderen).
Marieke kijkt naar een kaars in de verte, welke "vorm" hebben haar lensbandjes en haar lens?
A
lensbandjes: strak lens: bol
B
lensbandjes: strak lens: plat
C
lensbandjes: slap lens: plat
D
lensbandjes: slap lens: bol

Slide 34 - Quiz

Slide 35 - Video

Examenvraag (zintuigen)

Slide 36 - Slide

Examenvraag (zintuigen)
S (= Netvlies)
  • R = Vaatvlies
  • Q = harde oogvlies

Slide 37 - Slide

Examenvraag Zintuigen

Slide 38 - Slide

Examenvraag Zintuigen
  • Gebied 2

Slide 39 - Slide


A
Geen van beide beweringen zijn juist
B
Alleen de bewering van Brahim is juist
C
Alleen de bewering van Coby is juist
D
Zowel de bewering van Brahim als van Coby is juist

Slide 40 - Quiz

Oefentoetsen
https://www.zootrack.nl/regeling_cbox.htm
Kopieer de link hierboven en plak in je zoekbalk van je browser

https://www.zootrack.nl/waarnemen_cbox.htm
Oefentoets Zintuigen
Kopieer de link hierboven en plak in je zoekbalk van je browser

Slide 41 - Slide

Vandaag
  • Herhaal vragen over de bouw van het oog
  • Uitleg over de werking van de iris en de lens!
  • Vragen beantwoorden over de iris en de lens
  • Examenvragen maken en bespreken
Doen:
  • Opdrachten thema 11 af maken. (en nakijken)
  • Samenvattingen van alle basisstoffen maken,  (en nakijken)
  • Alle test jezelf opdrachten in biologie voor jou online maken
  • Klaar? Vraag de kruiswoordpuzzel over Zintuigen en maak die.

Slide 42 - Slide

Overdag
's Nachts
Kringspieren in de iris trekken zich samen.

Kringspieren in de iris ontspannen.

 

Straalsgewijs lopende spieren in de iris ontspannen.

Straalsgewijs lopende spieren in de iris trekken zich samen.

Slide 43 - Drag question

In welke situatie trekken de kringspieren in je oog samen?
A
Als je een donkere ruimte in komt lopen.
B
Als je in de zon zit en een boek aan het lezen bent.
C
Als je tegen de zon in probeert te kijken.
D
Als iemand een bal naar je hoofd gooit.

Slide 44 - Quiz

Hoe noem je het groter en kleiner worden van de pupil?
A
Oogreflex
B
Pupilreflex
C
Accomoderen
D
Accomodatiereflex

Slide 45 - Quiz

In welke volgorde gaat licht door het oog, voordat het op het netvlies valt?
1
2
3
4
Glasachtig lichaam
Hoornvlies
Ooglens
Netvlies

Slide 46 - Drag question

Lensbandjes
Kringspieren

Slide 47 - Drag question

In de afbeelding zie je een schematische doorsnede van twee ooglenzen en de kringspier die de vorm van de lenzen regelt. Je ooglens past zich aan als je naar een boek kijkt dat dicht bij je op tafel ligt.

Welke vorm heeft de ooglens als je naar het boek kijkt? En wat is de vorm van de spier die dit regelt?
A
de lens heeft vorm 1 de spier heeft vorm A
B
de lens heeft vorm 1 de spier heeft vorm B
C
de lens heeft vorm 2 de spier heeft vorm A
D
de lens heeft vorm 2 de spier heeft vorm B

Slide 48 - Quiz

Kringspieren rondom lens:
Openingen in kringspieren:
Lensbandjes zijn:
De lenzen zijn:
De ogen zijn:
Zien veraf
Zien dichtbij
ontspannen
samengetrokken
Groot
Klein
minder strak gespannen
Strak gespannen
plat
boller
in ruststoestand
geaccommodeerd

Slide 49 - Drag question

Vandaag
  • Herhaal vragen over de bouw van het oog
  • Uitleg over de werking van de iris en de lens!
  • Vragen beantwoorden over de iris en de lens
  • Examenvragen maken en bespreken
Doen:
  • Opdrachten thema 11 af maken. (en nakijken)
  • Samenvattingen van alle basisstoffen maken,  (en nakijken)
  • Alle test jezelf opdrachten in biologie voor jou online maken
  • Klaar? Vraag de kruiswoordpuzzel over Zintuigen en maak die.

Slide 50 - Slide