I Writing & Grammar: Adverbs of frequency

Adverbs of Frequency
Lesdoel:
  • Je leert wat adverbs of frequency zijn.
  • Je weet op welke plaats adverbs of frequency moeten staan in een zin.

1 / 20
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Adverbs of Frequency
Lesdoel:
  • Je leert wat adverbs of frequency zijn.
  • Je weet op welke plaats adverbs of frequency moeten staan in een zin.

Slide 1 - Slide

Welke bijwoorden van frequentie ken je in het Nederlands?

Slide 2 - Mind map

Welke bijwoorden van frequentie ken je in het Engels?

Slide 3 - Mind map

Slide 4 - Video

Slide 5 - Slide

Op welke plek komende bijwoorden van frequentie in een zin?
Staat er: am - are - is  in de zin?

JA: bijwoord van frequentie er achter
I am always late.

NEE: bijwoord van frequentie er voor
I always speak the truth.

Slide 6 - Slide

Voorbeeldzinnen

voorbeelden met am/is/are
I am usually going to work by car.
They are never tired of their parents

voorbeelden zonder am/is/are
I always do my homework.
We often go to the park.

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Welk woord is géén bijwoord van frequentie?
A
always
B
rarely
C
never
D
Yesterday

Slide 9 - Quiz

Wat geeft een adverb of frequency aan?
A
Wanneer iets gebeurt
B
Waar iets gebeurt
C
Hoe vaak iets gebeurt
D
Waarom iets gebeurt

Slide 10 - Quiz

Put the adverbs of frequency in order from 0% to 100%
0%
10%
50%
70%
100%
often
sometimes
hardly ever
never
always

Slide 11 - Drag question

Zet de Adverbs of Frequency op volgorde van waarschijnlijkheid
always
occasionally
never
often

Slide 12 - Drag question

Julia
goes
Sleep de woorden naar de juiste box
Frequency (hoe vaak)
Manner (hoe dan)
Place (waar)
Time (wanneer)
sometimes
to the cinema
on a school night

Slide 13 - Drag question

Julia
is
Sleep de woorden naar de juiste box
Frequency (hoe vaak)
Manner (hoe dan)
Place (waar)
Time (wanneer)
always
to hockey practice
on Wednesdays
late

Slide 14 - Drag question

Welke zin is juist?
A
Mad my sister is always at me
B
My sister is always mad at me
C
My sister always is mad at me

Slide 15 - Quiz

Welke zin is juist?
A
My sister reads a book often.
B
My sister often reads a book.
C
Often my sister reads a book.
D
My sister reads often a book.

Slide 16 - Quiz

Wat zijn adverbs of frequency?
A
am / is / are / was / were
B
always / never / often
C
work / play / eat
D
to be / was were / been

Slide 17 - Quiz

Slide 18 - Link

Hoe heb je het gedaan?
A
0 ft
B
1-2 ft
C
3-4 ft
D
meer dan 4 ft

Slide 19 - Quiz

Homework
Chapter 3: I Writing & Grammar:
opdr. 51 + geplande taken 9B

Heb je dit al af? 
opdr. 49,50 + geplande taken 9A

Slide 20 - Slide