Context literatuur 1600 - 1700

1 / 21
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 21 slides, with text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Historische achtergrond
Burgerij steeds machtiger en rijker, kerk verliest gezag.

In Nederland: 
  • Tachtigjarige oorlog (1568-1648); 
  • In 1587 Republiek der Verenigde Nederlanden;
  • Bloeiperiode in de Noordelijke Nederlanden;
  • Economische neergang Zuidelijke Nederlanden. 

Slide 2 - Slide

Kunst en cultuur: Renaissance*
* wedergeboorte 

Nieuwe cultuurbeweging, ontstaan in 14e eeuw in Italië; 
Men zet zich af tegen de middeleeuwse cultuur en laat de klassieke cultuur herleven.

Slide 3 - Slide

Kenmerkend voor Renaissance
  1. Antropocentrisme: leven op aarde net zo belangrijk als het hiernamaals (t.o.v. Theocentrisme) 
  2. Individualisme: mens maakt niet langer deel van een groter geheel (stand, kerk, dorp), ieder mens is uniek. 
  3. Empirisme: zelf onderzoek doen op basis van zintuigelijke ervaringen, niet zomaar overnemen wat autoriteiten zeggen.

Slide 4 - Slide

 1. Antropocentrisme
<> theocentrisme

Menselijke prestaties waren niet langer ingegeven door God, maar kwamen uit de persoon zelf voort.



Slide 5 - Slide

2. Individualisme
Ieder was een individuele persoonlijkheid die tot grootse dingen in staat was, niet dankzij de gemeenschap waarin hij leefde, maar door zijn eigen verstand en wilskracht
3

Slide 6 - Slide

Homo universalis
De ideale mens:
- is een uniek individu
- kan alles worden wat hij wil
- het geloof in eigen kunnen is grenzeloos.

Een universeel mens die op alle gebieden van de menselijke cultuur uitblonk.




Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

3. Empirisme
het zelf onderzoeken/willen uitvinden hoe de natuur en de wereld in elkaar zitten.

--> Bloei van de wetenschap

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

(Cartografie)
(Bronnenonderzoek)

Slide 11 - Slide

Geloof
Door individualisme en het empirisme bestudeerde men de Bijbel opnieuw.
Gevolg:  Hervormingen  met als doel het ware geloof in ere herstellen.
  • Hervorming/Reformatie/ Protestantisme
Let op: nog steeds veel analfabeten!

Slide 12 - Slide

Gevolgen van de reformatie
  • Splitsing in de christelijke kerk (1517): ontstaan van de protestantse kerken (ook wel: hervormde- of gereformeerde kerk) naast de katholieke Kerk

  • Protestantse kerk spreekt veel (arme) mensen in West-Europa aan.

  • Vervolging van protestanten (ketters)

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Kenmerken renaissancekunst
  1. Realisme: natuurgetrouw, zo echt mogelijk (perspectief/uitbeelden karakter, gevoelens, relatie)
  2. Estheticisme (= schoonheidsleer): kunst moet mooi zijn (symmetrie in kunst)
  3. Classicisme: weergeven taferelen klassieke oudheid en mythologie  

Slide 15 - Slide

Kenmerken literatuur
3 kenmerken:
- Classicisme
- Estheticisme
- Realisme


Slide 16 - Slide

Classicisme
- gevorderd schrijver
- een eigen stuk volgens klassiek stramien

Imitatio
(vertalen van klassieke teksten)
- beginnend schrijver
- vertaling van klassieke teksten

Translatio
- de ware meester
- toevoeging van christelijke elementen
Aemulatio

Slide 17 - Slide

Estheticisme
 - Kunst moest ook mooi zijn. Dat was in de 
     middeleeuwen nog niet zo.
-   Ter lering ende vermaek
-  Strenge regelgeving voor literatuur
-  Taal moest verfijnd en elegant zijn
-   De vorm van een literair werk was belangrijk

Slide 18 - Slide

Realisme
  1. Zo getrouw mogelijke weergave van de werkelijkheid 
  2. Personages gedragen zich als echte mensen met menselijke karaktertrekken

Slide 19 - Slide

In de republiek
  • Pieter Corneliszoon Hooft (dichter, toneelschrijver, drost, baljuw & historicus) - Warenar
  • Jacob Cats (jurist, politicus & dichter) - Sinn' en minnebeelden
  • Joost van den Vondel (dichter & toneelschrijver) - Gijsbrecht van Aemstel
  • Gerbrand Adriaensz. Bredero (dichter, toneelschrijver & rederijker) - Klucht van de koe

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide