4.1 Wat levert werken op?

1 / 31
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 3 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Hoofdstuk 4
Economie B3

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen 4.1
R-Je kunt uitleggen wat een cao is.

T1- Je kunt je nettoloon berekenen.
R-Je kunt uitleggen wat het minimumloon is.
T1- Je kunt berekeningen maken met het minimumloon


Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Hoe kun je geld verdienen?

Slide 6 - Mind map

This item has no instructions

Wat is een werkgever?

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Wat is het verschil tussen CAO en Arbeidsovereenkomst?

Slide 8 - Mind map

This item has no instructions

Individuele arbeidsovereenkomst



Afspraak tussen jou en je werkgever. 



CAO 
Collectieve arbeidsovereenkomst


Gezamenlijke afspraken voor een bedrijfstak.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

CAO
CAO = collectieve arbeidsovereenkomst.
In een cao staan de arbeidsvoorwaarden die gelden voor iedereen in een bepaalde bedrijfstak.


Bijvoorbeeld horeca, bouw of gezondheidszorg.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

CAO
In een CAO staat onder andere ook:
- Welk werk je gaat doen
- Hoeveel uur je werkt
- Je loon

Wat zou er nog meer in een CAO kunnen staan?

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Video ( Pincode)
https://apps.noordhoff.nl/se/deeplink?bookId=88348884-73ae-4cb6-b914-cd9a5ddc218c&themeId=88eeb48a-c9b3-48e8-8959-4bb1da79000b&contentType=contentHub&query=assetId%3D88348884-73ae-4cb6-b914-cd9a5ddc218c-bf315085-e164-4d75-8ffa-bd469b191d5e-88fb5e4301520296e0f332bda2e209b1f5675c61b6b4b8ef4e4c0cbadd73c885&source=generic

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Bruto- en nettoloon
  • Brutoloon = afgesproken loon met werkgever 
  • Nettoloon = brutoloon - (loonbelasting + sociale premies)

  • TIP: BRUTOLOON IS ALTIJD HOGER DAN NETTOLOON

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Jeroen is volledig arbeidsongeschikt. Daarom krijgt hij een Wajong-uitkering van 75% van het minimumloon. Het minimumloon is € 1.524,60.

Bereken hoeveel inkomsten Jeroen per maand heeft. Geef de berekening.

Slide 20 - Open question

This item has no instructions

Aan de slag
Maken: §4.1 opgaven 2,5,6,9,10,11,12
Tijd: 15 min


Hoe: zelfstandig!
Klaar: bespreek je antwoorden
met een klasgenoot
timer
15:00

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen 4.1
R-Je kunt uitleggen wat een cao is.

T1- Je kunt je nettoloon berekenen.
R-Je kunt uitleggen wat het minimumloon is.
T1- Je kunt berekeningen maken met het minimumloon


Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Bespreken
Opgave 11 en 12
Huiswerk
Nettoloon berekenen Opgaven 1 t/m 4 blz. 122

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

wat is CAO?
A
afspraken over de Arbeidsvoorwaarden
B
ingeschreven staan bij het UWV
C
redenen om te willen werken
D
een bedrijf die daklozen helpt aan werk

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Piet verdient €6400 bruto. Er wordt €800 loonbelasting en €93 premies ingehouden. Bereken nettoloon.

Slide 25 - Open question

This item has no instructions

Brutoloon is...
A
nettoloon + loonbelasting + sociale premies
B
loonkosten - nettoloon
C
Loonkosten - inhoudingen
D
nettoloon - inhoudingen

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Welke uitspraak over het minimumloon is juist? Het minimumloon is:
A
Het laagste loon in een bedrijf
B
Het loon dat je minimaal moet ontvangen als je werkt
C
Het loon na belastingen en premies
D
Een ander woord voor de bijstand

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Hoe ging het deze les?
1. Telefoons uit in de zakkie
2. Rustig praten
3. Elkaar laten uitpraten
4. We lachen elkaar niet uit

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Begrippen uit deze les
- CAO
- Brutoloon
- Nettoloon
- Minimumloon
- minimumjeugdloon

Slide 29 - Slide

This item has no instructions


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 30 - Open question

This item has no instructions


Stel 1 vraag over iets dat je
deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 31 - Open question

This item has no instructions