week 14 - les 1: los of aaneenschrijven

Los schrijven of aaneenschrijven
1 / 24
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Los schrijven of aaneenschrijven

Slide 1 - Slide

Welkom bij Nederlands
5V - week 14 - les 1
Mevrouw Van Ekeren

Slide 2 - Slide

Leerdoelen en planning
Jullie begrijpen wat samenstellingen zijn en hoe je een samenstelling maakt en juist schrijft.

Planning:
  • Uitleg samenstellingen
  • Oefenen via lesson-up
  • Op niveau: Maken opdracht 3 en 4  blz. 379 (in je boek)

Slide 3 - Slide

Samenstelling par 119 (blz. 402/403 boek Op niveau)

Als twee (of meer) woorden samen één nieuw woord vormen, heet dat een samenstelling.
Zo kun je met rug en zak de samenstelling rugzak vormen.
In het Nederlands kun je ontelbaar veel en in principe oneindig lange samenstellingen maken.

Slide 4 - Slide

Noteer een samenstelling van twee woorden
timer
0:30

Slide 5 - Open question

Noteer een samenstelling van drie woorden
timer
1:00

Slide 6 - Open question

woordgroep
Woordgroepen zijn combinaties van woorden die bij elkaar horen in een grammaticaal verband (bijvoorbeeld in een zin) maar niet één woord vormen. Tussen de delen van een woordgroep komt een spatie. Voorbeelden: een knappe man, lange treinritten, het groene gras.

Slide 7 - Slide

Samenstelling

een stommefilmacteur
een dommeblondjesmop
een langeafstandsloper
een vreemdetalenleraar
een oudekaaskroket



Woordgroep

een stomme filmacteur
een domme blondjesmop
een lange afstandsloper
een vreemde talenleraar
een oude kaaskroket

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Wat is correct?
A
lange termijngeheugen
B
lange-termijngeheugen
C
langetermijngeheugen
D
lange termijn geheugen

Slide 10 - Quiz

Klinkerbotsing
Er is sprake van klinkerbotsing als twee opeenvolgende klinkertekens die tot een verschillende lettergreep behoren, als één lange klank of tweeklank kunnen worden gelezen. In samenstellingen wordt die verkeerde lezing voorkomen met een koppelteken

Slide 11 - Slide

Wat is correct?
A
autoongeluk
B
auto-ongeluk
C
auto ongeluk

Slide 12 - Quiz

Wat is correct?
A
massaexecutie
B
massa-executie
C
massa executie
D
massa exe cutie

Slide 13 - Quiz

Wat is correct?
A
gummijas
B
gummi-jas
C
gummi jas
D
gum mi jas

Slide 14 - Quiz


A
milieueffect
B
milieu-effect
C
milieu effect
D
millieueffect

Slide 15 - Quiz

Wat is correct?
A
milieuuitgave
B
milieu uitgave
C
milieu-uitgave
D
milieu uit-gave

Slide 16 - Quiz


A
cadeauidee
B
cade-auidee
C
cad-eauidee
D
cadeau-idee

Slide 17 - Quiz


A
autoalarm
B
auto-alarm
C
auto alarm
D
autoa larm

Slide 18 - Quiz

Dictee

Slide 19 - Open question

Dictee

Slide 20 - Open question

Dictee

Slide 21 - Open question

Dictee

Slide 22 - Open question

Dictee

Slide 23 - Open question

Heb je iets geleerd?
😒🙁😐🙂😃

Slide 24 - Poll