hechtingsproblematiek

              Hechtingsproblematiek 
1 / 14
next
Slide 1: Slide
BsdpMBOStudiejaar 3

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

              Hechtingsproblematiek 

Slide 1 - Slide

Wat is hechting
A
Het hebben van 2 ouders in je eerste levensjaar
B
een relatie aangaan met de personen die je verzorgen vanaf je geboorte
C
Goed opgevangen worden als je geen ouders hebt
D
Blij zijn met je ouders omdat ze een goede baan hebben

Slide 2 - Quiz

Heching
Met hechting bedoelen we de band tussen jou en je ouders of verzorgers die ontstaat in je eerste levensjaar. Hechting is je verlangen om de nabijheid te zoeken van een of meerdere specifieke personen die voor jou als baby van levensbelang zijn. Degenen die je voeden, troosten en een gevoel van veiligheid geven.

Slide 3 - Slide

Tegen welke problemen kun je als hulpverlener aanlopen als je te maken krijgt met een zorgvrager niet veilig gehecht is?


15 minuten de tijd.

Slide 4 - Slide

Hechtingsproblematiek
 Ondanks alle goede bedoelingen die ouders vaak hebben, kan het voorkomen dat er een moeizame hechtingsrelatie is ontstaan. Misschien waren jouw ouders of verzorgers vaak negatief in het contact, niet aanwezig op cruciale momenten, overbezorgd of was er sprake van bijvoorbeeld verwaarlozing.
* invloed op zelfbeeld, waardoor problemen ontstaan
 *hoe je relaties aangaat of hoe je omgaat met stress. Misschien ervaar jij dit zelfs nu en merk je dat je vastloopt of strategieën hebt ontwikkeld om maar niet gekwetst te worden.

Slide 5 - Slide

Bij de baby moet het hechtingsproces nog op gang komen.
Wat is een voorwaarde voor veilige hechting?
A
Er is steeds een wisseling van opvoeders.
B
Er moet sprake zijn van responsief gedrag bij de vaste ouders/opvoeders.
C
Er is alleen aandacht voor de lichamelijke behoefte van het kind.
D
Je moet af en toe een baby langer laten huilen.

Slide 6 - Quiz

Is hechtingsproblematiek hetzelfde als hechtingsstoornis?
A
ja
B
nee

Slide 7 - Quiz

Hechtingsstoornis
Reactieve hechtingsstoornis, zoals we deze stoornis noemen in de DSM-5, is een psychische stoornis die alleen voorkomt bij extreme verwaarlozing, mishandeling of frequente wisseling van verzorgers. Onveilige hechting en hechtingsproblemen moet je niet verwarren met een hechtingsstoornis. Een reactieve hechtingsstoornis kenmerkt zich door moeilijkheden in de sociale interactie die niet veroorzaakt worden door een algemene ontwikkelingsstoornis.

Slide 8 - Slide

Als een cliënt ongewenst gedrag vertoond dat voor de omgeving storend is noemen we dit probleemgedrag. Als de cliënt dit uit door bijvoorbeeld: driftbuien, agressief gedrag, pesten en delinquent gedrag, dan spreken we van
A
externaliserend gedrag
B
depressiviteit
C
boosheid
D
internaliserend gedrag

Slide 9 - Quiz

Voorbeelden van internaliserend probleemgedrag zijn

A
de cliënt betrekt alles op zichzelf en deelt gevoelens en emoties met anderen.
B
te enthousiast zijn, onrustig gedrag, een gevoel van alles aankunnen.
C
boosheid, die zich uit in geweld
D
emotionele problemen, zoals angst en teruggetrokkenheid.

Slide 10 - Quiz

triggers voor agressie:
  • De zorgvrager weet niet waar hij aan toe is: geen duidelijkheid
  • Er is een verandering waar hij/ zij niet mee om kan gaan.
  • Regels worden niet consequent toegepast
  • Het gevoel niet gezien/ niet begrepen te worden

Slide 11 - Slide

Agressie kan een uiting zijn van

  • angst
  • pijn
  • machteloosheid
  • frustratie
  • stress

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Slide 14 - Video