Infusie

Infusie
1 / 53
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 53 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Infusie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Bianca

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen van deze les
  1. Je kunt minimaal 3 indicaties voor het inbrengen van vocht benoemen
  2. Je kunt minimaal 3 complicaties benoemen die zich kunnen voordoen bij infusietherapie
  3. Je kunt het verschil benoemen tussen een isotone, hypotone en hypertone vloeistof
  4. Je hebt geleerd hoe je een infuussysteem vult en aansluit
  5. Je weet welke e-learnings je moet maken vóór de GO (6, 31, 32)

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat doen we deze periode?
  • Infuusvloeistoffen - hoe was het ook al weer?
  • Infuussysteem vullen - GO
  • Infuuspompen, pompstand berekenen
  • Medicatie via infuuszakje klaarmaken en toedienen - GO

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Benoem indicaties voor toedienen van vocht

Slide 5 - Mind map

This item has no instructions




  • onvoldoende vochtopname (verwaarlozing of na een operatie);
  • groot vochtverlies, door braken en/of diarree;
  • bloedverlies, door een operatie of ongeluk;
  • plasmaverlies, bijvoorbeeld bij brandwonden;
  • koorts/sepsis
  • medicatie iv toedienen
  • voeding via infuus omdat gewoon eten niet lukt

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Complicaties:

  • subcutaan inlopen van de vloeistof
  •  tromboflebitis
  •  lijninfecties
  •  sepsis
  •  overvulling van de circulatie
  •  luchtembolie
  •  allergische reacties









Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Intraveneus toedienen:
  • Infuusvloeistof (basisinfuus-waakinfuus-waaknaald)
  • Electrolyten suppletie (Ca2+, Kalium, MG2+, Fosfaat)
  • Stolling correctie
  • Medicatie via de zijlijn (antibiotica, lasix, pijnstilling)
  • Bolusinjectie (pijnstilling, anti-epileptica)
  • Bloedprodukten (Packed Cells, trombocyten, plasma)
  • TPV (totaal parenterale voeding)

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Bij patiënten die een infuus moeten hebben schrijft de arts voor:


  • Welke infuusvloeistof gegeven moet worden
  • Hoeveel vloeistof moet worden gegeven
  • In hoeveel tijd

  • Big handeling: bevoegd en bekwaam?

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Verschillende infuusvloeistoffen

  • Hypotoon
  • Isotoon
  • Hypertoon

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

• Isotoon betekent dat de osmolariteit van de infuusvloeistof en het lichaamsvocht van de zorgvrager gelijk zijn. Voorbeelden van veelgebruikte isotone infuusvloeistoffen zijn NaCl 0,9% en glucose 5%.
• Hypertoon betekent dat de infuusvloeistof een hogere osmolariteit heeft dan het lichaamsvocht.
• Hypotoon betekent dat de infuusvloeistof een lagere osmolariteit heeft dan het lichaamsvocht

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Het 3-wegkraantje:

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Soorten infusie, sleep de juiste term naar de juiste foto
PICC lijn
Perifeer infuus
Centraal infuus

Slide 15 - Drag question

This item has no instructions

Checks voordat je begint:
  • Voorschrift van de arts.
  • Heeft de patiënt een goede iv-toegang?
  • Voorschrift van de arts - welke vloeistof en welke snelheid?
  • Datum infuuszak en infuussysteem, juiste vloeistof, helderheid.
  • Vóór aansluiten: check of je bij de juiste patiënt bent.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Infuuszak
Infuusslang
Bijspuitpunt
Druppelkamer
Rolregelklem

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Infuuspompen

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Infuuspomp
Een infuuspomp is een type pomp die gebruikt wordt bij een infuus om de toediening en de toedieningssnelheid van een substantie (zoals bloedcellen, plasma, bloed, zout- en glucoseoplossingen en medicatie) te regelen.

Er zijn verschillende soorten pompen voor toediening van vloeistoffen uit spuiten, medicatiecassettes of infuuszakken.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Infuuspomp

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Perfusor/spuitpomp
Continue, nauwkeurige en gelijkmatige toediening van geneesmiddelen (subcutaan / intraveneus / epiduraal / spinaal)






    


    

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

PCA pomp
Veelal bij pijnbestrijding en sedatie.
Pompen hebben vaak een bolusfunctie/knop

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

PCA/Spuitpomp
Spuitpomp met mogelijkheid PCA functie

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

CADD Solis

Geschikt voor pijnstilling, insuline etc.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Multiplex Infusie

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Pompstand berekenen:
Meneer de Wit is gedehydreerd en krijgt een basisinfuus van 2 liter per 24 uur. Welke pompstand stel je in?

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

2 liter infuus
2000 ml in 24 uur
.....ml in 1 uur
is dus pompstand:

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Volgende sommetje pompstand:
Je patiënt moet 1 liter Nacl 0,9% krijgen, deze bolus moet in 2 uur inlopen.
Welke pompstand stel je in?

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Wat is de pompstand?
in 1 spuit van 50 ml zit 1000 mg Amoxicilline
Deze loopt continue,  de hele dag door.
Mw Vassim moet 2000 mg per dag krijgen.
Dat zijn .. spuiten per dag,
dus ... ml per 24 uur.
Dit is ... ml per uur. 
Dus pompstand: ...

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Volgende week:
  1. Elearnings latens zien (mag ook vandaag)
  2. Dan GO infuuslijn
  3. We starten daarna met verzorgen Centrale lijnen

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Infuuspomp: wanneer wordt dit gebruikt?

Slide 31 - Open question

This item has no instructions

Voorbeelden
*Continue basis infuus 
*Bloedproducten
*Antibiotica
*TPV (Totaal Parenterale Voeding)
*Maagbeschermers
*Medicatie per gift, denk aan 4x daags AB
* Vocht geven met hoge snelheid


Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Spuitpomp: voor welke medicatie wordt dit gebruikt?

Slide 33 - Open question

This item has no instructions

Voorbeelden
*Furosemide
*Insuline (Novorapid)
*Morfine
*Pantozol
*Propofol
*Dormicum
*Nitroglycerine
AB: voorbeeld bij een endocarditis
*Continue toediening

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Slide 36 - Link

This item has no instructions

Slide 37 - Link

This item has no instructions

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Slide 48 - Link

This item has no instructions

Noem complicaties bij het toedienen van infusie:

Slide 49 - Mind map

This item has no instructions

Ga naar zorgpad en bekijk de overige filmpjes over:
het toedienen van intraveneuze medicatie

Slide 50 - Slide

This item has no instructions

1. Een patiënt moet in 24 uur tijd een infuus krijgen van 1 liter 5% glucose.
Bij het gebruikte infuussysteem gaan er 20 druppels in een ml.

• Bereken de druppelsnelheid.
• De zorgvrager is bekend met hartfalen en de cardioloog besluit dat het infuus via een infuuspomp moet gaan. Op hoeveel ml/uur zet je de pomp?

Slide 51 - Slide

This item has no instructions

1. Antwoord:
1liter= 1000ml=1000x20=20000 druppels.
24 uur = 24x60=1440 minuten.
Druppelsnelheid is 20000/1440= 13 á 14 druppels per minuut.
Pompstand: stand 42

Slide 52 - Slide

This item has no instructions




Huiswerk: sommen maken, inleveren via teams voor 
26/9

Slide 53 - Slide

This item has no instructions