This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 40 min
Items in this lesson
Quiz: Lever en nieren
Slide 1 - Slide
De afbeelding geeft onder andere een nier weer. Welke letter geeft het nierbekken aan?
A
P
B
Q
C
R
D
S
Slide 2 - Quiz
Loopt de nierslagader naar je nieren toe of van je nieren af?
A
naar je nieren toe
B
van je nieren af
Slide 3 - Quiz
Urine wordt tijdelijk opgeslagen in de blaas. De urineblaas kan ontstoken raken, door bacteriën die van buitenaf in de blaas terecht komen. Als deze bacteriën in een nierbekken terecht komen, dan kan een nierbekkenonsteking ontstaan. Via welke delen van het uitscheidingsstelsel zijn deze bacteriën achtereenvolgens van buitenaf in het nierbekken terecht gekomen?
Ze filteren bloed en verwijderen afvalstoffen (urine)
B
Ze maken nieuwe bloedcellen aan en verwijderen versleten bloedcellen
C
Ze nemen koolstofdioxide op en maken hier zuurstof van.
D
Ze helpen mee aan de vertering van moeilijke oplosbare stoffen zoals vetten
Slide 6 - Quiz
Wat zijn de functies van je nieren?
A
Geven een signaal af als je blaas vol is en dan moet je plassen.
B
bloed filteren en urine maken
C
afbreken alcohol en medicijnen
D
opslaan van eiwitten en glucose
Slide 7 - Quiz
Wat gebeurt er in de lever? De lever....
A
breekt eiwit, alcohol en rode bloedcelen af
B
Slaat glycogeen op
C
Maakt gal
D
Doet
A t/m C
Slide 8 - Quiz
Eiwitten worden in de lever afgebroken tot ureum. Door welk orgaan wordt ureum uit het bloed gehaald?
A
Endeldarm
B
Galblaas
C
Lever
D
Nieren
Slide 9 - Quiz
De lever breekt overtollige eiwitten af, hoe heet de stof die dan wordt gevormd?
A
Koolhydraat
B
Glucose
C
Ureum
D
Cholesterol
Slide 10 - Quiz
Eén van de stoffen die door het bloed uit de lever worden afgevoerd, is ureum. Ureum is een afvalstof die ontstaat als de lever eiwitten afbreekt. Door welk orgaan of door welke organen wordt ureum uitgescheiden?
A
door de endeldarm
B
door de galblaas
C
door de lever
D
door de nieren
Slide 11 - Quiz
Drie beweringen over de lever zijn: 1 In de lever worden rode bloedcellen gemaakt. 2 In de lever wordt glycogeen gevormd. 3 In de lever wordt ureum gevormd. Welke beweringen zijn juist?
A
1 en 2
B
1 en 3
C
2 en 3
D
1, 2 en 3
Slide 12 - Quiz
Zet de prikker op de lever.
Zet deze op de lever
Slide 13 - Drag question
Waar gaan afvalstoffen uit je bloed naartoe?
A
Lever en nieren
B
Nieren en longen
C
Lever en longen
D
Lever, nieren en longen
Slide 14 - Quiz
De lever krijgt zijn zuurstof van..
A
de poortader
B
de leverslagader
C
de poortader en de lerverslagader
Slide 15 - Quiz
Juist of onjuist:
Bij een te hoge concentratie glucose in het bloed maakt de lever insuline aan
A
juist
B
onjuist
Slide 16 - Quiz
Wat is geen functie van de lever?
A
rode bloedcellen afbreken
B
glucose opslaan
C
eiwitten afbreken
D
CO2 opslaan
Slide 17 - Quiz
Poep is bruin omdat...
A
al het eten door elkaar
heen bruin is
B
de enzymen van de darm bruin zijn
C
de lever bruin gekleurde afvalstoffen afgeeft.
Slide 18 - Quiz
Bij een nierbekkenontsteking is de wand van een nierbekken ontstoken. Dit kan worden veroorzaakt door bacteriën die via de urinewegen van buiten in het lichaam zijn gekomen. Door welke vier delen zijn deze bacteriën achtereenvolgens gegaan?
Urineleider
Urinebuis
Urineblaas
Nierbekken
Slide 19 - Drag question
Tot het inwendig milieu behoort ...
A
de inhoud van de blaas
B
de inhoud van de darmen
C
de inhoud van de longen
D
de inhoud van de lever
Slide 20 - Quiz
De juiste volgorde van het urinewegstelsel is...
A
Nieren - Blaas - Urineleider
B
Nieren - Urineleider - Blaas
C
Urineleider - Nieren - Blaas
D
Urineleider - Blaas - Nieren
Slide 21 - Quiz
Bevinden de nieren zich onder of boven het middenrif ?
A
onder
B
boven
Slide 22 - Quiz
Wat halen je nieren niet uit je bloed?
A
Ureum
B
Zouten
C
Water
D
Glucose
Slide 23 - Quiz
Tot welk stelsel behoren de nieren?
A
Transportstelsel
B
Ademhalingsstelsel
C
Uitscheidingsstelsel
D
Zenuwstelsel
Slide 24 - Quiz
Waar zit het gezuiverde bloed na de nieren in?
A
nierslagader
B
nierader
Slide 25 - Quiz
Nieren : sleep de onderdelen naar de juiste plaats
Niermerg
nierschors
urineleider
nierslagader
nierader
nierbekken
Slide 26 - Drag question
De Poortader is speciaal, hij is zuurstof arm en gaat van de ... naar de ....
A
Maag naar de darmen
B
Nieren naar de lever
C
Darmen naar de nieren
D
Darmen naar de lever
Slide 27 - Quiz
Als je veel hebt gedronken, maken de nieren... urine aan, deze urine is dan … van kleur
A
veel, donkergeel
B
weinig, donkergeel
C
veel, lichtgeel
D
weinig, lichtgeel
Slide 28 - Quiz
In de nieren worden verschillende stoffen uit het bloed verwijderd en met de urine uitgescheiden. Hiernaast wordt onder andere een nier weergegeven. Welke letter geeft een plaats aan waar urine stroomt?
P is een slagader
Q is een ader
R is de urineleider, die brengt urine van de nier naar de blaas