Lesson 7.1 24 mei

Welcome h3p!
1. Put your phone in the phonebag
2. Take your book and notebook out
3. Put your pencil case on your table. 



Today
  • Play t
  • Check reading text
  • Work on homework exercises
1 / 11
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 11 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welcome h3p!
1. Put your phone in the phonebag
2. Take your book and notebook out
3. Put your pencil case on your table. 



Today
  • Play t
  • Check reading text
  • Work on homework exercises

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Link

Please take
your notebook in
front of you

Slide 3 - Slide

Men / er zinnen
Men versloeg de tegenstanders met 1-0.




In het Engels vertaal je men en er niet! Je gebruikt juist het lijdend voorwerp
als onderwerp van je zin (passive)
De tegenstanders werden verslagen met 1-0.




The opponents were beaten 1-0.




Er werd een bom gevonden in de trein. 




Een bom werd gevonden in de trein.




A bomb was found on the train.




Slide 4 - Slide

Men / er zinnen
Men beweerde dat dit niet zou gebeuren.




Let op!
It was said that this wouldn't happen.




Je mag 'men' met 'it' vertalen als:
  • Een zin bestaat uit twee delen die verbonden worden door 'dat'
  • In het eerste deel van de zin geen lijdend voorwerp staat


Men vermoedt dat de moordenaar voortvluchtig is.
It is presumed that the killer is on the run.

Slide 5 - Slide

Men / er zinnen
In zo'n geval is het enige werkwoord in de zin een vorm van 'to be'




Let op!
Een enkele keer heeft 'er' wel een vertaling (=daar / op die plek).


Er is geen water.
There is no water.

Er waren veel mensen.
There were many people.

Slide 6 - Slide

Men / er zinnen
Nederlands
Tegenwoordige tijd (word/worden)

Verleden tijd (werd/werden)

Toekomende tijd (zal/zullen)

Voltooid tegenwoordige tijd (is/zijn)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (was/waren)




Engels (passive)
am/are/is + voltooid deelwoord

was/were + voltooid deelwoord

will be + voltooid deelwoord

has/have + been + voltooid deelw.

had + been + voltooid deelwoord

Slide 7 - Slide

Stappenplan
  1. Zoek het lijdend voorwerp:    de verlamde man
  2. Zet het lijdend voorwerp voorop in de nieuwe zin:    the paralysed man
  3. Zoek alle werkwoorden in de zin:    hielp
  4. Bepaal in welke tijd deze werkwoorden staan:    hielp = verleden tijd
     - Tegenwoordige tijd /  Verleden tijd
     - Voltooid tegenwoordige tijd / Onvoltooid tegenwoordige tijd
    -  Toekomende tijd 
  5. Zet de tijd om volgens het schema:    verleden tijd passive = was/were + voltooid deelwoord
  6. Herschrijf de zin:    The paralysed man was helped with everything.
Men hielp de verlamde man met alles.

Slide 8 - Slide

Translate
  1. Er werden weinig doelpunten gescoord in die wedstrijd.
  2. Men had veel fouten gemaakt op de laatste toets.
  3. Men koopt vaak groente en fruit op de markt.
  4. Er zal volgend jaar een nieuwe school worden gebouwd.
  5. Heeft men de prijs aan hem gegeven?
  6. Er werd een man beroofd in de winkel van mijn vader.
timer
7:00

Slide 9 - Slide

Translate
1.  Few goals were scored in that game/match.
2. Many/a lot of mistakes had been made on the last test.
3. Fruit and vegetables are often bought at the market.
4. A new school will be built next year.
5. Has he been given a prize? / Has a prize been given to him?
6. A man was robbed in my father's shop/store.

Slide 10 - Slide

Do the exercises
Work on exercises
Finished?
-  Study vocabulary 7.2 & 7.3 (Quizlet)
Do: 'Swimming up the stream' (GB page 66-68)
Do: Exercise 3AB (GB page 73)

Slide 11 - Slide