Quoi (wat)? Lees zelfstandig de leestekst & maak exercice 24ABD + 25 + 26ABComment (hoe)? Individuellement ou ensemble en 2 (fluisteren)
Prêt (klaar)? Ga het MO voorbereiden (beluister fragment, lees de tekst door, bestudeer de letters die je niet uitspreekt ....)