In een oog zit een stukje zit waarmee je niet kunt zien. Dit heet de blinde vlek. Tijdens het proefje komt het beeld van het sterretje precies op de plaats van de blinde vlek van je rechteroog. Daarom verdwijnt het sterretje.
Ook je linkeroog heeft een blinde vlek, maar daar zit hij aan de andere kant. Als bij het proefje met je linkeroog naar het sterretje kijkt, dan verdwijnt het rondje.