De lucht was zwaar, de dagen grauw,
de aarde vol van bloed en rouw.
Steden brandden, harten rilden,
zwarte rook die de lucht verhulde.
Kinderen speelden niet meer vrij,
hun dromen gebroken, hun ogen niet blij.
Vaders, zonen, allen in strijd,
de wereld in een wervelwind van tijd.
Vrijheid werd gevangen in de schaduw van angst,
de mensen verloren, hun toekomst een vreemde gang.
De echo van schoten, de geur van pijn,
ze leefden in een wereld waar niets was fijn.