Ontstaan van de EU

1 / 18
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeBasisschoolGroep 8

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Aan het einde van de les weet je hoe de EU is ontstaan

Slide 2 - Slide

Wat weten jullie over de EU?

Slide 3 - Mind map

Twee kampen in de wereld
- Duitsland was net verslagen, de tweede wereld oorlog is voorbij.
- Wat doen we met Duitsland?
- Oost vs West = communisme vs kapitalisme

Slide 4 - Slide

Westen = kapitalisme
- Een systeem met als doel zo veel 
mogelijk geld verdienen. 
- Amerika


Slide 5 - Slide

Oosten = Communisme
- Een systeem waar iedereen gelijk staat. 
- Rusland (Sovjet- Unie)


Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Wat doen we met Duitsland?
- Voorkomen dat een land zo machtig wordt
Dit gebeurde op 2 manieren:
1. Duitsland verdelen
2. EGKS (Europese Gemeenschap Kolen en Staal)

Slide 8 - Slide

Duitsland in twee
-Westen: Frankrijk, Amerika en Engeland (kapitalisten)
- Oosten: Sovjet- Unie (communisten)

-Waarom?

Slide 9 - Slide

EGKS (Europese Gemeenschap van kolen en staal 1951)

-Waarom kolen en staal?
- Samenwerking, wie doet wat?

Slide 10 - Slide

EEG (Europese Economsiche Gemeenschap)


- Geld voor landbouw en handel
- Eten, werken en geld voor iedereen

Slide 11 - Slide

EU (Europese Unie)
- Samen wetten maken in met de EU (Europese Comissie)
- Economisch samenwerken 
- Vrij verkeer van goederen en mensen




Slide 12 - Slide

Wat denken jullie dat voor en nadelen zijn van de EU?

Slide 13 - Open question

Voor- en nadelen
Voordelen:
- Geen grens controles, makkelijk reizen
- Een munt
-Goede infrastructuur (wegen, spoorwegen etc)
Nadelen:
- Geen zeggenschap over sommige wetten
- Andere landen financieel helpen

Slide 14 - Slide

welke landen gingen over het westen van Duitsland
A
Frankrijk, Engeland
B
Sovjet-Unie
C
Sovjet-Unie, Amerika
D
Amerika, Frankrijk, Engeland

Slide 15 - Quiz

wat was een voordeel van de oprichting van de EU (meerdere antwoorden goed)
A
Geen zeggeschap over sommige wetten
B
Makkelijk reizen
C
Een munt
D
Andere landen financieel helpen

Slide 16 - Quiz

Wat was er eerst?
A
EEG
B
EU
C
SU
D
EGKS

Slide 17 - Quiz

Slide 18 - Slide