3.2; Water in natte gebieden

3.2; Water in natte gebied
1 / 26
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

3.2; Water in natte gebied

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
  • Je weet wat een piekafvoer is en wat de gevolgen van een overstroming is. 
  • Je begrijpt waar de overstromingen kunnen ontstaan
  • Je kunt in een grafiek de piekafvoer van een rivier aflezen.

Slide 2 - Slide

Wat gaan we doen?
  • Voorkennis 
  • Uitleg
  • Aan de slag
  • Afsluiting 


Slide 3 - Slide

Korte waterkringloop
Lange waterkringloop
Gemengde rivier
Regenrivier
Gletsjerrivier

Slide 4 - Drag question

Grondwater
Neerslag bereikt geen land 
Rivieren
verdamping
Korte waterkringloop
Lange waterkringloop

Slide 5 - Drag question

Slide 6 - Link

Moesson

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Wat is de starttemperatuur voor een orkaan?
A
25
B
25,5
C
26,5
D
28

Slide 14 - Quiz

Aan de slag 
Wat? 
H3.2 
Sta je lager dan een 6? 
Route A
Sta je tussen de 6 en 7? 
Route B
Boven de 7? 
Route C

Slide 15 - Slide

Lesdoelen
  • Je weet wat een piekafvoer is en wat de gevolgen van een overstroming is. 
  • Je begrijpt waar de overstromingen kunnen ontstaan
  • Je kunt in een grafiek de piekafvoer van een rivier aflezen.

Slide 16 - Slide

Wat is een orkaan?
A
Een wervelwind
B
hele heftige grote tropische storm
C
een mega storm in de tropen met een rustig oog
D
Een grote vloedgolf richting de kust

Slide 17 - Quiz

Wat is een piekafvoer?
A
Een soort waterpomp
B
Een waterreservoir
C
Een type regenbui
D
De maximale stroomafvoer van water

Slide 18 - Quiz

Wat is een gevolg van een overstroming?
A
Verlies van huizen en eigendommen
B
Grotere oogsten
C
Betere waterkwaliteit
D
Meer vis in de rivier

Slide 19 - Quiz

Hoe ontstaat een piekafvoer?
A
Door een lage waterstand
B
Door hevige neerslag in korte tijd
C
Door sneeuwsmelt in de zomer
D
Door droogte en hitte

Slide 20 - Quiz

Waar ontstaan vaak overstromingen?
A
In laaggelegen gebieden
B
Op bergen
C
Bij rivieren
D
In drukke steden

Slide 21 - Quiz

Welke factor veroorzaakt overstromingen?
A
Sneeuwsmelting
B
Zonnig weer
C
Zware regenval
D
Koude temperaturen

Slide 22 - Quiz

Wat helpt bij het voorkomen van overstromingen?
A
Hoge gebouwen
B
Dijken
C
Afwateringssystemen
D
Bosvernietiging

Slide 23 - Quiz

Wat geeft de piekafvoer aan?
A
Gemiddelde waterstand in de zomer
B
Waterafvoer over meerdere jaren
C
Minimale waterafvoer van het jaar
D
Maximale waterafvoer op een moment

Slide 24 - Quiz

Waarom is de piekafvoer belangrijk?
A
Voor het analyseren van bodemstructuur
B
Voor het voorspellen van overstromingen
C
Voor het meten van luchtvervuiling
D
Voor het bepalen van visquota

Slide 25 - Quiz


Beoordeel de stellingen
1. In de Ardennen (België) treden regelmatig overstromingen op door een piek in de infiltratie
2. Tropische orkanen stuwen het water vooral op als de kustlijn kaarsrecht is
A
1 is juist, 2 is onjuist
B
1 is onjuist, 2 is juist
C
beide zijn juist
D
beide zijn onjuist

Slide 26 - Quiz