week 5

week 5
1 / 38
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

week 5

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Herhaling

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

De arme man was erg blij met zijn hoofdprijs uit de loterij
A
was = ww-gezegde
B
was = nw-gezegde
C
was erg blij = ww-gezegde
D
was erg blij = nw-gezegde

Slide 11 - Quiz

Benoem het onderwerp en het gezegde, en wat voor soort gezegde is het?

De groep leerlingen uit het VWO ging na school even snacken bij de Mac.

Slide 12 - Open question

Benoem het onderwerp en het gezegde, en wat voor soort gezegde is het?

De groep leerlingen uit het VWO was daarna een beetje misselijk.

Slide 13 - Open question

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Wat is het lijdend vw uit de volgende zin?

De oude vrouw maakte het truitje voor haar nieuwe kleinkind.
A
de oude vrouw
B
het truitje
C
voor haar nieuwe kleinkind

Slide 20 - Quiz

Slide 21 - Slide

Wat is het meewerkend vw uit de volgende zin?

De oude vrouw gaf het truitje aan haar nieuwe kleinkind.
A
de oude vrouw
B
het truitje
C
aan haar nieuwe kleinkind

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Wat is het voorzetsel vw uit de volgende zin?

Tijdens het werken luisteren sommige leerlingen naar muziek.
A
tijdens het werken
B
sommige leerlingen
C
naar muziek
D
luisteren

Slide 27 - Quiz

Wat is het voorzetsel vw uit de volgende zin?

Zij verbaast zich over de enorme mogelijkheden die de Nederlandse taal heeft bij het ontleden van een zin.

Slide 28 - Open question

Ontleed de volgende zin:

De expert Nederlands geeft de leerlingen van V2 een vraag over grammatica

Slide 29 - Open question

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Wat zijn de bijw bepalingen uit deze zin?

Vandaag hebben de leerlingen in de serre een uitleg over grammatica tijdens een verkortroosterles.
A
Vandaag, in de serre, tijdens een verkortroosterles.
B
Vandaag, een uitleg, in de serre, tijdens een verkortroosterles.
C
Vandaag, in de serre, een uitleg
D
Vandaag, in de serre, de leerlingen, tijdens een verkortroosterles.

Slide 33 - Quiz

Ontleed de volgende zin:

De leerlingen luisteren graag naar uitleg over voorzetselvoorwerpen en bijvoeglijke bepalingen tijdens de les Nederlands.

Slide 34 - Open question

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide