Sleutelprikkel: prikkel die altijd hetzelfde gedrag oproept.
Voorbeeld: rode binnenkant van de snavel van jonge vogels
→ ouders voeren ze.
Supranormale prikkel: een overdreven prikkel die een sterkere reactie oproept.
Voorbeeld: mensen reageren sterker op felle kleuren in reclames.
Gewenning: als een prikkel vaak voorkomt, reageer je er minder op.
Voorbeeld: wonen in een drukke stad → je hoort het verkeer niet meer bewust.