Verzekeren, hoezo? 2.4

1 / 23
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Waarom zou je een verzekering afsluiten?

Slide 2 - Mind map

Slide 3 - Slide

Wat is een polis?

Slide 4 - Mind map

Slide 5 - Slide

Wat is een premie?

Slide 6 - Mind map

Slide 7 - Slide

Waarom wordt de premie hoger bij een groter risico?

Slide 8 - Mind map

Slide 9 - Slide

Wat is het eigen risico bij een verzekering?
A
Het bedrag dat de verzekeraar altijd vergoedt.
B
Het bedrag dat je zelf moet betalen bij schade.
C
Het bedrag dat je elke maand aan premie betaalt.
D
Het bedrag dat je terugkrijgt als je geen schade hebt.

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Slide

Hoe ver ben je al met de opdrachten van 2.4?

Slide 12 - Open question

Aan de slag!
Ga nu verder met de opdrachten van 2.4 (kijk deze ook na!)
Klaar?

Herhalingsopdrachten blz 60/61
of
Rekenopdrachten blz 64/65

đźš«Niet de oefentoets makenđźš«


Slide 13 - Slide

Begrippencheck

Slide 14 - Slide

2.1 Is dit een voorbeeld van chartaal geld?
A
Ja
B
Nee

Slide 15 - Quiz

2.1 Op marktplaats heb ik een telefoon gekocht, die ga ik ophalen en met geld betalen. Welke soort ruil is dit?
A
Directe ruil
B
Indirecte ruil

Slide 16 - Quiz

2.2 Hoe heet de vergoeding die je krijgt van de bank voor jouw spaargeld?

Slide 17 - Open question

2.2 Welke geldfuncties zijn er?

Slide 18 - Open question

2.3 Wat is aflossen?

Slide 19 - Open question

2.3 Je leent €1000. Je moet nu 12 maanden lang 150 euro terug betalen. Welk bedrag heb je aan aflossing dan betaald?

Slide 20 - Open question

2.4 _______
Het bedrag dat je als verzekerde betaalt voor de verzekering.
A
Rente
B
Polis
C
Premie
D
Eigen Risico

Slide 21 - Quiz

2.4 Je elektrische fiets van €2000 is gestolen in Amsterdam, en je hebt de fiets verzekerd met een eigen risico van €250. Hoe hoog is de vergoeding van de verzekering?
A
€0
B
€1750
C
€2000
D
€2250

Slide 22 - Quiz

Aan de slag!
Ga nu verder met de opdrachten van 2.4 (kijk deze ook na!)
Klaar?

Herhalingsopdrachten blz 60/61
of
Rekenopdrachten blz 64/65

đźš«Niet de oefentoets makenđźš«


Slide 23 - Slide