This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
HC 3.2: Maatschappelijke veranderingen
Slide 1 - Slide
Lesdoelen
Aan het einde van de les kan je:
uitleggen wat de verzorgingsstaatis en hoe er een consumptiemaatschappijontstaat;
uitleggen hoe de ontzuiling begon;
verschillende jongerenbewegingen noemen en hun standpunten uitleggen.
Slide 2 - Slide
Herhaling: Welke 4 zuilen waren er in NL?
Slide 3 - Open question
De verzorgingsstaat
"De overheid moet (naast de veiligheid) ook de welvaart en welzijn van zijn burgers garanderen."
- Ideaal van (meer) economische gelijkheid, en
- de overheid moet voldoende zorgen voor de zwakkeren in de samenleving.
Slide 4 - Slide
De AOW
Algemene Ouderdomswet
1947: Noodwet-Drees voor ouderen.
1957: de AOW geeft recht op een ouderdomspensioen.
Slide 5 - Slide
De consumptiemaatschappij
Vanaf de jaren '60:
De samenleving is gericht op luxe en status, niet langer (alleen) op noodzakelijke levensbehoeften.
Denk aan:
Nieuwe uitvindingen die 'normaal' worden zoals de TV, de koelkast, een auto voor de deur, etc.
Slide 6 - Slide
Leg uit waarom de AOW past bij 'sociale wetgeving'
Slide 7 - Open question
Is de consumptiemaatschappij alleen iets van de jaren '60? Leg kort uit.
Slide 8 - Open question
Politieke ontzuiling
Jongeren zijn het steeds vaker oneens met de gevestigde orde binnen de partijen.
Bijvoorbeeld: Democraten '66 (D'66) en Nieuw Links (PvdA)
Slide 9 - Slide
Sociale ontzuiling
Door bijvoorbeeld de opkomst van (illegale) commerciële omroepen als Veronica.
Slide 10 - Slide
Welke jeugdculturen, toen en nu, ken jij?
Slide 11 - Mind map
Nozems
Nozems zijn vaak werkende jongeren. Ze dragen spijkerbroeken, leren jassen en hadden vetkuiven. Meisjes dragen korte rokken en petticoats.
Ze staan in groepjes bij elkaar op straat of bij een snackbar, hangend op hun brommer en maken (volgens ouderen...) veel lawaai en schreeuwden naar voorbijgangers.
Ze luister naar rock-’n-rollmuziek, uiteraard uit Amerika.
Slide 12 - Slide
Provo
Halverwege de jaren zestig ontstaat in Amsterdam de provobeweging.
Provo komt van het woord ‘provoceren’, dat ‘uitdagen’ of ‘uitlokken’ betekent.
Dat is ook precies wat de provo’s willen: iets doen of zeggen om een reactie uit te lokken.
Met ludieke acties, grappig en zonder geweld, wilden zij de ouderen aan het denken zetten.
Slide 13 - Slide
Hippies
Amerikaanse jongeren komen in protest tegen de oorlog die hun regering voert in Vietnam. Hieruit ontstaat de hippie- of flowerpowercultuur.
Eind jaren zestig komt deze jeugdcultuur ook naar Nederland. De hippies hebben lange haren en vrolijke, kleurrijkekleding. Ze willen zo eenvoudig mogelijk en zonder luxe leven.
De slogan van de hippies is: ‘Make love, not war’.
Het Woodstock-festival (1969) wordt wel gezien als hét hippie-festival. Bijna alle grote bands uit die tijd waren aanwezig bij '3 Days of Peace & Music'. Hoewel het wereldberoemd is geworden, was het bijzonder slecht georganiseerd (slechte sanitaire voorzieningen) en kwamen er veel te veel mensen binnen (zonder te betalen). De organisatie maakte dan ook geen winst.
Slide 14 - Slide
Seks? Heel gewoon!
Jongeren gingen vanaf de jaren 60 heel anders met seksualiteit om dan hun ouders.
Taboes als homoseksualiteit, geboortebeperking, abortus en seks buiten huwelijk, waren bij jongeren juist wél bespreekbaar
Deze verandering in denken over seksualiteit heet: seksuele revolutie
Op 9 oktober 1967 verscheen de kunstenares Phil Bloom geheel naakt in het VPRO-programma Hoepla, wat een primeur voor de Nederlandse televisie was. Het leidde tot grote commotie en zelfs tot Kamervragen in de Tweede Kamer. Ook haalde Phil met haar optreden de internationale pers.
Slide 15 - Slide
Wat is GEEN oorzaak voor het ontstaan van nieuwe jeugdculturen?
A
De opkomst van (Amerikaanse) rock- en popmuziek
B
De jongeren volgden steeds langer onderwijs.
C
De zuilen bleven in stand na de Tweede Wereldoorlog
D
De jongeren hadden veel vrije tijd en beschikking over (steeds meer) geld.
Slide 16 - Quiz
Zoek een foto van een Provo en deel die hier.
Slide 17 - Open question
"Er bestaat nu ook een generatieconflict"
Eens, meer of even groot als in de jaren '60
Eens, maar minder dan in de jaren '60
Oneens
Slide 18 - Poll
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Slide 19 - Open question
Stel 1 vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen.