Aan het einde van de les kunnen jullie:
-de vormen van de present simple en present continuous herkennen en onderscheiden van elkaar.
- uitleggen wanneer je de present simple gebruikt en wanneer de present continuous.
- de signaalwoorden benoemen die bij de present simple of present continuous horen.
- werkwoorden in de present simple en present continuous correct toepassen in een zin.
- een verhaaltje creëren waarin ze de present simple en present continuous toepassen.