Zakelijke brief LAATSTE LES

Zakelijke brief
1 / 29
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Zakelijke brief

Slide 1 - Slide

Hoe vaak komen je voor- en achternaam in totaal voor?
A
2 keer
B
3 keer
C
1 keer
D
4 keer

Slide 2 - Quiz

Liesbeth van het Kaar
adres
postcode + woonplaats
-----------------------------------------------------

Mijn naam is Liesbeth van het Kaar ...
-------------------------------------------------
Met vriendelijke groet,

Liesbeth van het Kaar

Slide 3 - Slide

Hoeveel punten kun je maximaal halen?
A
11
B
12
C
13
D
14

Slide 4 - Quiz

Wat staat er tussen je eigen adres en naar wie je de brief stuurt?
A
Betreft
B
aanhef
C
slotzin
D
plaats + datum

Slide 5 - Quiz

Wat moet je doen als de datum niet genoemd is in de opdracht?
A
De datum van die dag gebruiken.
B
Zelf een datum verzinnen.
C
Aan de docent vragen wat je moet doen.

Slide 6 - Quiz

Waar staat de komma bij plaats + datum?
A
Er is geen komma
B
Schagen, datum
C
Schagen datum,
D
Datum, Schagen

Slide 7 - Quiz

Wat is het juiste antwoord?
A
Schagen 18 Maart 2025
B
Schagen, 18 Maart 2025
C
Schagen, 18 maart 2025
D
Schagen 18 maart 2025

Slide 8 - Quiz

Waar of niet waar; staat er een komma tussen de postcode?
A
ja
B
nee

Slide 9 - Quiz

Liesbeth van het Kaar
Oranjelaan 2
1741 CP Schagen

-> nergens een komma!

Slide 10 - Slide

Hoeveel regels gebruik je bij de geadresseerde als je naar een bedrijf/instelling schrijft en dit ter attentie van iemand doet?
A
3
B
5
C
4

Slide 11 - Quiz

Naam bedrijf / instelling
t.a.v. persoon naar wie je de brief stuurt
Straatnaam
Postcode + woonplaats


Soms staat er een postbus of een antwoordnummer; dit is hetzelfde als straatnaam.

Slide 12 - Slide

Wat is de juiste manier?
A
Geachte mevrouw Emma Dekker,
B
Geachte mevrouw E. Dekker,
C
Geachte mevrouw Dekker
D
Geachte mevrouw Dekker,

Slide 13 - Quiz

Hoe begin je de eerste alinea?
A
Ik ben Liesbeth van het Kaar...
B
Goedendag, mijn naam is...
C
Hallo, ik schrijf u deze brief...
D
Mijn naam is ...

Slide 14 - Quiz

"Hallo" en "Goedendag" geven puntenaftrek bij 'passend taalgebruik' en dan gaat er 0,8 van je cijfer af.

Slide 15 - Slide

Hoeveel alinea's heb je ongeveer?
A
1 grote alinea
B
3, maximaal 4
C
Elke zin is een nieuwe alinea
D
maximaal 2

Slide 16 - Quiz

Wat is het verboden woord in een zakelijke brief / e-mail?
A
ik
B
u
C
jullie
D
hun

Slide 17 - Quiz

Wat is een goede slotalinea?
A
Ik wil een snelle reactie.
B
Ik eis een spoedige reactie.
C
Ik wil een reactie terug.
D
Ik hoop op een spoedige reactie.

Slide 18 - Quiz

Een reactie is altijd 'terug', dus een 'reactie terug' is een formuleringsfout bij het onderdeel 'taalgebruik'-> 0,8 van je cijfer.

Slide 19 - Slide

Wat is de juiste afsluitzin?
A
Met vriendelijke groet,
B
Met vriendelijke groet
C
Vriendelijke groet,
D
Met vriendelijke groeten,

Slide 20 - Quiz

Met het kleine zinnetje 'Met vriendelijke groet,' kan er veel misgaan:
  • hoofdletter vergeten
  • geen komma
  • groeten ipv groet
  • geen 'Met'

Dit zijn drie verschillende soorten fouten, de laatste twee vallen in dezelfde categorie.

Slide 21 - Slide

Wat is juist?
A
Regius college Schagen
B
Regiuscollege Schagen
C
regius college schagen
D
Regius College Schagen

Slide 22 - Quiz

Er wordt in de opdracht gevraagd naar je klas en je school. Wat is juist?
A
Ik zit in de 4e van het Regius College in schagen.
B
Ik zit in 4T3 van het Regius College in Schagen.
C
Ik zit in de vierde van het Regius college in Schagen.
D
Ik zit in 4T3 van het regius college in schagen.

Slide 23 - Quiz

Let op wat ze van je vragen in de opdracht!
Staat er: noem je klas en school, dan schrijf je:

Ik zit in 4t6 van het Regius College in Schagen.
Staat er: noem de schoolsoort en je school, dan schrijf je:
Ik zit op het vmbo-tl van het Regius College in Schagen.
Als ze niet vragen in welk jaar je zit, noem het dan niet! Vragen ze het wel, schrijf dan: .....vmbo-tl, vierde jaar ....

Slide 24 - Slide

Wat is juist als je een tijdstip moet noemen?
A
om 10 uur
B
om 10:00 uur
C
om 10:00

Slide 25 - Quiz

Als je een tijdstip moet aanduiden, dan is bijvoorbeeld "10:00 uur" het mooiste. Het woordje "uur" moet erachter, anders is het een formuleringsfout.

Op zich is "10 uur" niet per se fout, maar dan zijn er twee dingen:
  1. Getal onder de 20 moet als woord.
  2.  Bedoel je 10 uur in de ochtend of in de avond? Daarom is 10:00 uur / 22:00 uur veel duidelijker.

Slide 26 - Slide

Wel of geen witregel onder 'Met vriendelijke groet'?
A
wel een witregel
B
geen witregel

Slide 27 - Quiz

Op Classroom van je klas onder schoolwerk vind je heel veel informatie over het schrijven van een zakelijke brief of e-mail. Bestudeer deze informatie!



Slide 28 - Slide

VOOR JE MONDELING (PRESENTATIE 6 BOEKEN);


KIJK OOK IN CLASSROOM, ONDER LITERATUUR VOOR ALLE INFORMATIE.

MAIL MIJ JE POWERPOINT OF PREZI ÉÉN DAG VOORDAT JE GAAT PRESENTEREN!

Slide 29 - Slide