- Anatomie & fysiologie van bloed (wat is het en wat doet het)
- Wat studeert biologie
1 / 47
next
Slide 1: Slide
BiologySecondary Education
This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Vorige keer:
- Erfelijkheid (chromosomen)
- Ethologie (Gedragsonderzoek)
- Anatomie & fysiologie van bloed (wat is het en wat doet het)
- Wat studeert biologie
Slide 1 - Slide
Waar gaan we aan werken?
- Kennis op peil houden
- Vragen lezen en begrijpen
- Antwoorden geven
Slide 2 - Slide
Vandaag
Voedsel en vertering
Voedingsmiddelen, wat ze zijn en doen
Anatomie van het verteringsstelsel
(hoe het lichaam voeding verteert)
Huiswerk
Slide 3 - Slide
Wat is voedsel?
Voedingsmiddelen
Alles wat je eet of drinkt
Voedingsstoffen
Alle bruikbare stofjes in de voedingsmiddelen
Voedingsvezels
Alle onverteerbare stoffen
Slide 4 - Slide
Voedingsstoffen
Waarvoor gebruiken voedingsstoffen er?
Bouwstoffen
Brandstoffen
Reservestoffen
Beschermende stoffen
Slide 5 - Slide
Bouwstoffen
Bijna alle voedingstoffen die je eet gebruik je om bepaalde dingen in je lichaam "te bouwen".
Cellen worden gemaakt met de bestandsdelen die jij uit voedsel haalt, en die cellen maken organen, botten, hormonen etc etc
Slide 6 - Slide
Brandstoffen
Het lichaam gebruikt brandstoffen zoals een auto benzine gebruikt; het maakt energie.
Belangrijkste brandstoffen zijn:
Koolhydraten Eiwitten
Vetten
Slide 7 - Slide
Reservestoffen
Opslag van energie
Belangrijkste vorm van opslag:
Vetten
Het lichaam kan ongebruikte brandstoffen omzetten in vetten
Slide 8 - Slide
Beschermende stoffen
Beschermende stoffen hebben een bijdrage aan het imuunsysteem
Belangrijkste vorm:
Vitaminen Mineralen (Zout, calcium)
Slide 9 - Slide
Koolhydraten
Eiwitten
Vitaminen
Vetten
Brood
Vlees
Fruit
Boter
Slide 10 - Drag question
Anatomie verteringsstelsel!
Wat hoort er allemaal bij het verteringsstelsel?
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Slide
Mondholte
Belangrijke delen in de mond:
- tanden en kiezen
- Speekselklieren
- Tong
- Stukje slokdarm
- Strottenklepje
-Huig
Slide 13 - Slide
Tanden en kiezen
Functie
Tanden vermalen het voedsel, waardoor er een groter oppervlakte ontstaat, wat makkelijker te verteren is (suikerblokje in de thee of los suiker)
Anatomie
Volwassenen hebben 32 tanden en kiezen.
Jongere kinderen hebben er maar 20 "het melkgebit". Deze wordt vervangen vanaf ongeveer 6 jaar.
Functie snijtanden
Mensen hebben 8 voortanden en die noemen we ook wel "snijtanden" dat is ook precies hun functie
Functie Kiezen
Mensen hebben 24 kiezen om het eten mee te "vermalen"
Slide 14 - Slide
tand Anatomie
Glazuur is harder dan tandbeen
bestaat uit kalk (calcium)
Wortels zitten vast in het kaakbot
snijtanden hebben 1 of 2 wortels, kiezen 2 of 3
Slide 15 - Slide
Niet hetzelfde
Niet alle dieren hebben dezelfde tanden
Carnivoren (Vleeseters) hebben vooral snijtanden om hun prooi te kunnen vangen en verscheuren
Herbivoren (Vegetariërs) hebben vooral kiezen om de taaie grassen en planten goed te kunnen vermalen.
Slide 16 - Slide
Paard (herbivoor) weinig snijtanden, geen hoektanden
Kat (carnivoor) Veel snijtanden, grote hoektanden
Slide 17 - Slide
Tong
De tong heeft tijdens het eten de functie om het voedsel heen en weer te bewegen.
Van de voorkant van de mond naar de kiezen voor het malen
naar de slokdarm om te slikken.
De tong is een hele grote spier
Slide 18 - Slide
Strottenklep
Het strottenklepje sluit de luchtpijp af zodat er geen voedingsmiddelen in de luchtpijn terecht komt.
De huig doet hetzelfde maar voor de neusholte
Slide 19 - Slide
0
Slide 20 - Video
Speekselklieren
De speekselklieren geven speeksel af in de mond.
Speeksel begint al een beetje met het verteren van vooral koolhydraten naar glucose (suiker) door middel van enzymen.
Slide 21 - Slide
Slide 22 - Slide
Maag
Bevat kringspieren om samen te trekken en te ontspannen (malen voedsel)
Geeft maagsappen af (afbraak van vooral eiwitten, maar ook andere dingen)
Slaat voedsel op (3 tot 4 uur)
Slide 23 - Slide
Slide 24 - Slide
Maagzuur
Maagzuur bevat:
Water
Zoutzuur (afbraak voedsel)
Enzymen (afbraak eiwitten)
Slide 25 - Slide
twaalfvingerige darm
In de twaalfvingerige darm worden door de lever en galblaas gal afgelevert.
Hiermee worden grote vetdruppels omgezet in kleine vetdruppels.
Lever maakt gal, galblaas slaat gal op.
Slide 26 - Slide
Twaalfvingerige darm
Ook de alvleesklier sluit aan op de twaalfvingerige darm. Alvleesklier maakt en levert alvleessap af en dit helpt met de vertering van eiwitten, koolhydraten en vetten.
Slide 27 - Slide
twaalfvingerige darm
Alvleesklier
Lever
Slide 28 - Slide
Dunne darm
In de dunne darm wordt het voedsel vermengd met darmsappen
Darmen hebben een groot opervlakte
oppervlakte hebben darmplooien
Darmplooien hebben darmvlokken (groter oppervlak)
Darmvlokken hebben bloedvaten waar voedingsstoffen worden opgenomen.
Slide 29 - Slide
Darmplooien en vlokken
Slide 30 - Slide
Slide 31 - Slide
Dikke darm + endeldarm
Vooral voor opname voedingsstoffen (met bacterieën)
Wormvormigaanhangsel (appendix) doet waarschijnlijk niet veel.
Meeste waterresten worden uit de voedselbrei opgenomen.
Endeldarm slaat alle niet opgenomen resten op en de anus sluit het af tot de ontlasting.
Slide 32 - Slide
Vragen lezen:
Rustig alles lezen.
Wat vragen ze nu precies?
Lees de vraag nog een keer door, wat is interessant wat niet?
Kijk naar de antwoorden, welke zijn logisch?
Slide 33 - Slide
Antwoorden geven open vragen
wat niet:
Geen enkele woorden
Wat wel:
uitleg wáárom je iets vind/denkt
Meer opschrijven dan je nodig denkt te hebben
Slide 34 - Slide
Slide 35 - Slide
Uit het gebit van een dier kan afgeleid worden wat voor soort voedsel zo’n dier vooral eet. Wat voor soort voedsel zal het dier hierboven vooral gegeten hebben?
Slide 36 - Open question
Het lichaam maakt gebruik van veel voedingsstoffen. Wat zijn de belangrijkste bronnen van energie?
A
Vetten, mineralen en vitaminen
B
Vitaminen en mineralen
C
Koolhydraten, eiwitten vetten
D
Koolhydraten
Slide 37 - Quiz
Welke naam hebben 1, 2, 3, 4 en 8
Slide 38 - Slide
Afrikaanse hardlopers
Hardlopers uit bepaalde delen van oostafrika winnen veel meer lange afstand wedstrijden dan lopers uit andere delen van de wereld. Hoe dit komt is niet echt duidelijk. Bekend is dat zij gewend zijn kilometers te rennen bijvoorbeeld om naar school te gaan. Andere mogelijke oorzaken zijn: lichaamsbouw, voeding en de hoge ligging van hun woon gebied.
Slide 39 - Slide
De voeding van deze afrikaanse hardlopers vershcilt niet veel van die van andere Oost-Afrikanen. Net als die eten ze veel groente en fruit, weinig vlees of vis en veel graanproducten. Vooral voedingsmiddelen met veel koolhydraten (zetmeel) leveren energie voor het hardlopen. Welke van de genoemde voedingsmiddelen bevatten vooral koolhydraten?
A
Vlees en vis
B
Groente en fruit
C
Graanproducten
Slide 40 - Quiz
Marja zegt: De speekselklieren geven verteringssappen af die zetmeel en eiwitten verteren Ginny zegt: Het oppervlak van de wand van een deel van het darmkanaal is vergroot door darmplooien en darmvlokken
Wie heeft er gelijk?
A
Niemand
B
Alleen marja
C
Alleen Ginny
D
Allebei
Slide 41 - Quiz
Slide 42 - Open question
Samenvatting
Voedingsmiddelen bevatten voedingsstoffen. Deze voedingsstoffen helpen het lichaam met opbouwen, energie geven en opslaan en bescherming.
Het lichaam breekt deze voedingsstoffen af en neemt ze op in het spijsverteringsstelsel.
Slide 43 - Slide
Samenvatting
Het spijsverteringsstelsel bestaat uit meerdere organen die samenwerken.
Het begint bij de mond en doorloopt dat meerdere stappen totdat het uiteindelijk ontlasting wordt.