Oefentoets

Oefentoets th11
(Gebaseerd op de toets)
1 / 21
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Oefentoets th11
(Gebaseerd op de toets)

Slide 1 - Slide

Stel je voor dat je in Nederland woont in 1941. Je hoort dat sommige mensen onderduiken. Waarom zouden ze dat doen? Noem minstens twee redenen.

Slide 2 - Open question

Tijdens de Duitse bezetting werkten alle Nederlanders samen om de bezetters tegen te werken.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quiz

Wat is een spotprent?
A
Prent waar een sport op afgebeeld staat
B
Prent die spotgoedkoop is.
C
Prent met daarop verschillende spotjes
D
Prent waardoor iets of iemand bespot wordt

Slide 4 - Quiz

Sleep de woorden naar de juiste plek in de afbeelding:
Collaboratie:
Verzet:
Aanpassing/ accomoderen:

Slide 5 - Drag question

Je bent een Nederlandse burger in 1940. Plotseling zie je Duitse soldaten in je huis staan en ze zeggen dat ze hier moeten blijven. Hoe heet deze situatie?
A
Accomoderen
B
Inkwartiering
C
Behuizing

Slide 6 - Quiz

Welke van deze dingen speelde GEEN rol bij de Februaristaking in 1941?
A
Verzet tegen de Duitse razzia’s op joden
B
Verplicht inleveren van Radio's
C
Protest tegen de Jodenvervolging
D
De Duitse dreiging om arbeiders naar Duitsland te sturen

Slide 7 - Quiz

Schrijf een kort bericht (max 2 zinnen) zoals een Nederlander in 1940 dit zou kunnen horen op Radio Oranje.

Slide 8 - Open question

Tijdens de Battle of Britain probeerden de Duitsers Groot-Brittannië op de knieën te krijgen. Hoe probeerden ze dit?
A
Parachutisten
B
Met tanks
C
Met vliegtuigen

Slide 9 - Quiz

Waarom was het bombardement op Rotterdam een keerpunt in de Nederlandse strijd tegen de Duitsers?

Slide 10 - Open question

Waarom vochten veel landen in de Tweede Wereldoorlog ook buiten Europa? Noem een voorbeeld van zo’n plek.

Slide 11 - Open question

Op 10 mei 1940 trekken Duitse soldaten de Nederlandse grens over. Er wordt heftig gevochten bij de Grebbeberg. Om Nederland tot overgave te dwingen, bombardeert de Duitse luchtmacht een Nederlandse stad. Welke stad wordt platgebombardeerd?
A
Amsterdam
B
Eindhoven
C
Arhnem
D
Rotterdam

Slide 12 - Quiz

Zet de volgende gebeurtenissen in de juiste volgorde.
Bombardement Rotterdam
De koningin en regering vluchten
de spoorwegstaking
Seyss Inquart worde de leider van Nederland
Duitsland valt Polen binnen en start hiermee WOII

Slide 13 - Drag question

Beschrijf kort wat er gebeurde na het gooien van de atoombommen op Japan. Wat waren de gevolgen?

Slide 14 - Open question

Je bent een West-Berlijnse tiener in 1961 en wordt wakker met nieuws dat er een muur wordt gebouwd. Wat betekent dit voor jouw leven? Beschrijf dit in één of twee zinnen.

Slide 15 - Open question

Welke van deze begrippen hoort NIET bij de Koude Oorlog
A
Wapenwedloop
B
Cubacrisis
C
Berlijnse muur
D
Hitlerjugend

Slide 16 - Quiz

Wat voor soort bron is het standbeeld van de dokwerker uit de vorige vraag. Het standbeeld is in 1952 neergezet.
A
primaire ongeschreven bron
B
secundaire ongeschreven bron
C
primaire geschreven bron
D
secundaire geschreven bron.

Slide 17 - Quiz

Wat is het verschil tussen kapitalisme en communisme in hoe geld en bezit worden verdeeld?

Slide 18 - Open question

Wat was de Cubacrisis en waarom maakte het de wereld zo angstig?

Slide 19 - Open question

Wie is Karl Marx?
A
De bedenker van het Communisme
B
De leider van de Sovjet Unie
C
De president van Amerika
D
De winnaar van de beste baarden wedstrijd

Slide 20 - Quiz

COMMUNISME
KAPITALISME
VRIJHEID
GELIJKHEID
SMITH
MARX

Slide 21 - Drag question