HAVO 1 - Unit 5.4 - question tags

UNIT 5 - SPORTS
Lesson 4
1 / 17
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

UNIT 5 - SPORTS
Lesson 4

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Today's class
1. Grammatica herhaling; question tags
2. Huiswerk controle
3. Grammatica werkblad + bespreken
4. Oefenen voor luistertoets / beginnen aan huiswerk



Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Learning goals
  • You can understand information from short, predictable audio fragments.
  • You can understand a short explanation (when listening).
  • You can understand audiovisual material by reading along.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Classroom rules
Vanaf vandaag: 
- Strengere huiswerk controle (boeken mee + huiswerk gemaakt > ook de woordjes/zinnen leren!)
- Meerdere waarschuwingen hebben gevolgen
- Iets anders op de Ipad aan het doen dan de opdracht is (games/flexuren inplannen/chatten/etc.) > inleveren en ophalen om 16:00 bij de receptie 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Grammar : Question tags
Question tags

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Wat wordt de question tag?
She was late,..........?
A
was she
B
wasn't she

Slide 6 - Quiz

Het werkwoord in de zin ( gedeelte voor de komma) staat zonder not. Dan moet dit werkwoord in tag met not.
Wat wordt de question tag?
Sue wasn't sick,............?
A
was Sue
B
wasn't sue?
C
was she
D
wasn't she

Slide 7 - Quiz

Het werkwoord in de zin ( gedeelte voor de komma) staat zmet not. Dan moet dit werkwoord in tag zonder not.

Sue is een naam en die mag niet in de tag voorkomen. Sue is een she
Wat wordt de question tag?

She sings beautifully,............?

A
isn't it?
B
doesn't she?
C
didn't she
D
don' t she

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Wat wordt de question tag?

Pete is sick,............?
A
is he
B
isn't he
C
is Pete
D
isn't Pete

Slide 9 - Quiz

Het werkwoord in de zin ( gedeelte voor de komma) staat zonder not. Dan moet dit werkwoord in tag met not.

Pete is een naam en die mag niet in de tag voorkomen. Pete is een he.
Homework check
  • Study vocabulary 5.4 on p. 126
  • Do exercises 37, 39, 40 & 43 on p. 32-36 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Vul de vertaling in van:
later, daarna

Slide 11 - Open question

This item has no instructions

Vul de vertaling in van:
indoors

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Vul de vertaling in van:
toernooi

Slide 13 - Open question

This item has no instructions

Vul de vertaling in van:
tegenstander

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Vertaling van:
checkmate

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

Let's get to work
  • Start on your grammar worksheet (question tags)

Done? Start on your homework: 
  • Do exercises 41, 42, 44 & 45 p. 35-37
  • Study the phrases speaking on p. 127

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Homework
  • Do exercises 41, 42, 44 & 45 p. 35-37
  • Study the phrases speaking on p. 127

Slide 17 - Slide

This item has no instructions