5H Examentraining lessen 2425

Als antwoord op een toon-vraag: welk antwoord is niet negatief?
A
Deçu
B
Rassurant
C
Mépris
D
Fâché
1 / 53
next
Slide 1: Quiz
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5,6

This lesson contains 53 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Als antwoord op een toon-vraag: welk antwoord is niet negatief?
A
Deçu
B
Rassurant
C
Mépris
D
Fâché

Slide 1 - Quiz

En route pour
l'examen !

Slide 2 - Slide

Entraînement à l'examen de lecture

Cours 1 : Inleiding CSE en Aanpak meerkeuzevragen

Slide 3 - Slide

Het CSE Frans
  • 2,5 uur
  • 10 à 15 teksten
  • 40 à 45 vragen  
  • Hulpmiddelen: je eigen FR>NL en NL>NL woordenboek

Slide 4 - Slide

Wat toetst het CSE precies?
Of je:
  • De Grote Lijn van een tekst kunt volgen  ("GL-vragen")
  • Signaalwoorden herkent en tekstverbanden kunt analyseren
  • De mening van "experts" begrijpt
  • Positieve/negatieve woorden en vergelijkingen van elkaar kunt onderscheiden
  • Voorbeelden herkent
  • Foute antwoorden herkent

Als dit allemaal redelijk lukt: 5,5 à 6 

Slide 5 - Slide

Hoe bepaal je de Grote Lijn?
Over Wie/Waarover gaat het?
Wat gebeurt er?
Waar gebeurt het?
Wanneer gebeurt het?
Waarom gebeurt het?
Hoe gebeurt het?

 Antwoord op deze vragen = de GROTE LIJN

Slide 6 - Slide

Vraagsoorten
  •  Meerkeuzevragen
  • Citeervragen en Open vragen
  • Beweringsvragen
  • Invulvragen bij gatenteksten
  • Matching- en ordeningsvragen

Slide 7 - Slide

Meerkeuzevragen
  • Ongeveer 2/3 van de examenvragen zijn meerkeuzevragen.
  • Meerkeuzevragen zijn in het Frans.
  • Antwoorden staan op alfabetisch volgorde: 5 keer antwoord C achter elkaar kan dus prima!

Slide 8 - Slide

Stappenplan Meerkeuzevraag:
(0. Allereerst oriënteer je je. Kijk naar titel/plaatje/bron: wat kan je hier alvast van afleiden?) Dan:
  1. Lees de vraag (en alléén de vraag!)
  2. Zoek het stukje tekst waar de vraag over gaat en lees dit grondig door. Formuleer voor jezelf het antwoord op de vraag. Markeer/onderstreep in de tekst alles wat je hierbij helpt!
  3. Terug naar de vraag. Leg jouw eigen antwoord naast elk voorgesteld antwoord: waar komt het mee overheen?

Slide 9 - Slide

Au travail !
Examenboekje bz. 98.
  1. We maken eerst vraag 1 samen.
  2. Maak zelfstandig Opgave 1 af => 10 minuten.
  3. Samen antwoorden bespreken. 
  4.  Tijd over: Maak Opgave 2 (en 3?)

Slide 10 - Slide

Entraînement à l'examen de lecture

Cours 2 : Aanpak open vragen en citeervragen

Slide 11 - Slide

Wat weet je nog over...
het CSE?
signaalwoorden?
hoe je meerkeuzevragen aanpakt?

Slide 12 - Slide

Signaalwoorden
SSL lijst : belangrijkste signaalwoorden
Week 11: Idioom SE over alle woordjes van bz 2 t/m 10 FR>NL

Maintenant 
Quoi ? Apprendre p. 2 t/m 4
Comment ? Seul, en silence
Combien de temps : 10min

Slide 13 - Slide

Correction:
avant tout :                     afin de
enfin :                                bref
pour que :                        même
tandis que :                     en résumé
depuis :                             également
de nos jours :                  d'abord

Slide 14 - Slide

Vertaal:
avant tout : voornamelijk              afin de : opdat
enfin : ten slotte                                bref : kortom
pour que : opdat                                même : zelfs
tandis que : sinds, terwijl              en résumé : samengevat
depuis : sinds                                     également : ook
de nos jours : tegenwoordig       d'abord : eerst

Slide 15 - Slide

Citeervragen
"Citeer de eerste twee woorden van de zin/het alinea waarin..."
Attention!
- Dit is een open deur maar: kies de juiste zin/alinea!! Hierin moet alle informatie staan die je wordt gevraagd.
- Citeer precies wat je wordt gevraagd (één woord? twee woorden? een naam?) maar ook niet méér dan dat.


Slide 16 - Slide

Au travail !
Examenboekje bz. 48 - We maken eerst Opgave 1 samen.
  1. Maak zelfstandig Opgave 2 en 3  => 15 minuten.
  2. Samen antwoorden bespreken. 

Slide 17 - Slide

Open vragen
- Vraag + antwoord in het Nederlands
- Beantwoord beknopt: geef niet minder maar ook niet méér informatie. Één zin is voldoende.

Slide 18 - Slide

Au travail !
Examenboekje bz. 85
1. Maak zelfstandig Opgave 1 + 2 => 10 minuten
Samen antwoorden bespreken.

Slide 19 - Slide

Entraînement à l'examen de lecture

Cours 3 : 
Signaalwoorden 2 t/m 7
Aanpak Invulvragen en beweringsvragen

Slide 20 - Slide

Signaalwoorden

Maintenant 
Quoi ? Apprendre p. 2 t/m 7
Comment ? Seul, en silence
Combien de temps : 10min

Slide 21 - Slide

Traduis :
avant tout :                       afin de
à condition que :            surtout
pour que :                           même
par conséquent :            en résumé
depuis :                               car
malgré :                               puisque

Slide 22 - Slide

Corrige :
avant tout : voornamelijk              afin de : opdat
à condition que : op voorwaarde dat            surtout : vooral
pour que : opdat                                même : zelfs
par conséquent : als gevolg        en résumé : samengevat
depuis : sinds                                     car : omdat
malgré : ondanks                              puisque : aangezien

Slide 23 - Slide

Invulvragen bij gatenteksten
Invulvragen zijn vragen waarbij je één of meer woorden op een plek in de tekst moet invullen.


Slide 24 - Slide

Aanpak invulvragen
1) Lees de tekst tot het gat globaal om te begrijpen waar het over gaat.
2) Lees de zin waarin de open plek voorkomt nauwkeurig door. Lees ook het tekstgedeelte nà de open plek.
3) Kijk nog niet naar de antwoordopties, maar bepaal eerst welk verband er is tussen het deel voor en na de open plek. 

Slide 25 - Slide

Suite....
4) Vertaal de antwoordopties in het Nederlands en kies het woord dat het beste overeenkomt met het verband dat je hebt bedacht.
5) Controleer je antwoord door het gekozen woord in de zin in te vullen en te kijken of deze past.

Slide 26 - Slide

Au travail !
Examenboekje bz. 60
1. Maak zelfstandig Opgave 1 => 6min
2. Antwoorden bespreken

Slide 27 - Slide

Beweringsvragenvragen
1) Lees de beweringen zorgvuldig.
2) Zoek het tekstgedeelte op waarnaar wordt verwezen.
3) Lees het betreffende gedeelte nauwkeurig door en vergelijk met de beweringen.
4) Vind je bewijzen in de tekst over één van de beweringen? Dan is deze juist, anders is het onjuist.

Slide 28 - Slide

Au travail !
Examenboekje bz. 71
1. Samen Opgave 1, vraag 1 maken
2. Zelf Opgave 1, vraag 2 maken (5min)
3. Antwoorden bespreken

Let op: vaak 2pt-vragen, dus neem de tijd! (ongeveer 5min per 2-pt vraag)

Slide 29 - Slide

Entraînement à l'examen de lecture

Cours 5 : 
Signaalwoorden 2 t/m 10
Gebruik woordenboek
Tekst type: Krantenartikelen en interviews

Slide 30 - Slide

Welke 2 signaalwoorden geven een tegenstelling aan?
A
cependant, par contre
B
enfin, en général
C
avant de, après
D
tout de suite, pendant que

Slide 31 - Quiz

Welke 2 Franse signaalwoorden kun je gebruiken als ''dus''?
A
parce que
B
donc
C
alors
D
car

Slide 32 - Quiz

Wat is de functie van het signaalwoord:

puisque
A
uitbreiding / opsomming
B
reden
C
conclusie
D
doel

Slide 33 - Quiz

Wat is de functie van het signaalwoord:

en résumé
A
uitbreiding / opsomming
B
gevolg
C
conclusie
D
doel

Slide 34 - Quiz

Welke toon is niet positief?
A
Admirateur
B
Convaincu
C
Fier
D
Chagrin

Slide 35 - Quiz

Woordenboekgebruik
Je mag je eigen woordenboek FR>NL maar...Gebruik het zo min mogelijk.
Wanneer wel?
1. Gatenvraag: antwoorden geen signaalwoorden, dan betreft het echt inhoudelijke woorden.
2. Moeilijke titel: opgelost met plaatje of 1e vraag. Zo niet, overweeg woordenboek, maar misschien helpt 1e alinea
3.  Als je een antwoord alleen met dat woord kan beoordelen.
Hamvraag: heb je het écht nodig?

Slide 36 - Slide

Woordenboekgebruik
Zoek NIET op:
Vervoegde werkwoorden en vrouwelijk bijvoeglijk naamwoorden!

Slide 37 - Slide

Au travail !
Maak zelfstandig 
  • Tekst 10 p. 9-10-11
  • Tekst 2 p. 12-13
  • Tekst 6 p. 15-16-17

Wees heel kritisch in gebruik woordenboek!

Slide 38 - Slide

Laatste les
- We maken klassikaal tekst 11 en 12 uit het examen 2023 (examenboekje), bz. 144 t/m 147
- Kijk jouw gemaakte opdrachten na van vorige week. Lees de uitleg. Extra uitleg nodig?
- Laatste gouden tips

Slide 39 - Slide

Een paar laatste gouden tips
Vóór het examen:
- Leer je signaalwoorden!
- Leer de vragenstellingen (zie SSL-lijst): dit bespaart je HEEL VEEL tijd.
- Maak zo veel mogelijk teksten uit je examenboekje: oefening baart kunst. Houd daarbij je tijd in de gaten en markeer erop los in de tekst/vragen.

Slide 40 - Slide

Een paar laatste gouden tips
Tijdens het examen:
- Het juiste antwoord staat vaak aan het begin of einde van een alinea, of in de buurt van een signaalwoord.
- Neem markeerstiften mee en gebruik die ook!
- Let op met antwoorden die iets zeggen over 'het meest' (le plus...) 'het minst' (le moins) => Vaak fout. Controleer goed in de tekst of dit écht de strekking is!
- Let op: 'pas mal de' betekent 'best veel' => dus iets positiefs
- Houd je tijd in de gaten: 3min voor 1 puntvraag / 5min voor 2puntvraag
- Wees selectief in je gebruik van het woordenboek. 
- Begin met de tekst die je het meest aanspreekt. 

Slide 41 - Slide

En ten slotte:

Heb vertrouwen en houd je hoofd koel: JE KAN DIT!!!

Slide 42 - Slide

Signaalwoorden
Er volgen nu een aantal slides om je kennis van signaalwoorden te checken.

Slide 43 - Slide

Signaalwoorden
opsomming
reden
gevolg
tegenstelling
doel
conclusie
c'est pourquoi, car
en plus, aussi, ensuite
alors, ainsi
mais, par contre
pour, afin de
enfin, bref, donc

Slide 44 - Drag question

Traduis les connecteurs
ook
ten eerste
inderdaad
ongetwijfeld
zelfs
dus
également
d'abord
en effet
sans aucun doute
même
donc

Slide 45 - Drag question

Welke toon is niet negatief?
A
Méfiance
B
Honte
C
Regret
D
Espoir

Slide 46 - Quiz

Welke toon is niet positief?
A
Persévérance
B
Inquiet
C
Juste
D
Approbateur

Slide 47 - Quiz

Welk signaalwoord geeft GEEN TEGENSTELLING aan?
A
malgré
B
pourtant
C
sûrement
D
mais

Slide 48 - Quiz

Na dit signaalwoord komt een voorbeeld of uitleg
A
ainsi
B
aussi
C
bref
D
surtout

Slide 49 - Quiz

Welk signaalwoord geeft GEEN OPSOMMING aan?
A
car
B
d'abord
C
de plus
D
ensuite

Slide 50 - Quiz

Welk signaalwoord geeft GEEN BEVESTIGING aan?
A
sûrement
B
évidemment
C
certainement
D
par contre

Slide 51 - Quiz

Wat betekent 'pas mal de'?
A
niet slecht
B
best veel
C
slecht

Slide 52 - Quiz

Welk signaalwoord past?
D'abord on a bu du coca, ______ on a mangé un sandwich.
A
donc
B
alors
C
par contre
D
puis

Slide 53 - Quiz