H3C: spelling §3: Met of zonder N? - 07-03-25

Welkom H3C!
Spelling §3: Met of zonder N? 
timer
2:00
Deze spullen heb ik nodig:

  • Leesboek
  • Werkboek (theorie boek Nederlands)
  • Etui
1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welkom H3C!
Spelling §3: Met of zonder N? 
timer
2:00
Deze spullen heb ik nodig:

  • Leesboek
  • Werkboek (theorie boek Nederlands)
  • Etui

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
  1. Mededeling (1 min)
  2. Stil lezen (10 min)
  3. Nakijken (hw) opdrachten §2: 1 t/m 6 (8 min)    
  4. Uitleg stof: Spelling §3: Met of zonder N? (10 min)
  5. Zelfstandig oefenen/ HW maken/ vragen stellen (35 min)
  6. Evaluatie (5 min)

Slide 2 - Slide


Eerst... 
lekker 10 minuten lezen! 
timer
10:00

Slide 3 - Slide

Wat gaan we doen?
  1. Mededeling (1 min)
  2. Stil lezen (10 min)
  3. Nakijken (hw) opdrachten §2: 1 t/m 6 (8 min)    
  4. Uitleg stof: Spelling §3: Met of zonder N? (10 min)
  5. Zelfstandig oefenen/ HW maken/ vragen stellen (35 min)
  6. Evaluatie (5 min)

Slide 4 - Slide

Nakijken (hw) opdrachten §2: 1 t/m 6 (8 min)    
  • Dit doen we aan de hand van een  LessonUp. 
  • De vragen in de LessonUp komen uit de hw oefeningen.
  • Aan het einde van de les is er een mogelijkheid om de rest van de oefeningen na te kijken.  

Slide 5 - Slide

Welk woord is JUIST geschreven?
A
carriere
B
carrière
C
carriëre
D
carriêre

Slide 6 - Quiz

Wat is de regel bij het schrijven van afleidingen en meervouden van afkortingen? (bijv. het meervoud van 'dvd')

Slide 7 - Open question

Welke zin is juist geschreven?
A
Zij heeft een nieuwe dag-crême gekocht.
B
Zij heeft een nieuwe dag crème gekocht.
C
Zij heeft een nieuwe dagcrëme gekocht.
D
Zij heeft een nieuwe dagcrème gekocht.

Slide 8 - Quiz

Leg uit waarom je 'milieu-impact' met een koppelteken schrijft.

Slide 9 - Open question

Cedille
Dit accent wordt o.a. gebruikt om een woord extra te benadrukken
Accent grave
Cedille
Dit accent is nodig om het woord "maitre" goed te spellen

Slide 10 - Drag question

Wat gaan we doen?
  1. Mededeling (1 min)
  2. Stil lezen (10 min)
  3. Nakijken (hw) opdrachten §2: 1 t/m 6 (8 min)    
  4. Uitleg stof: Spelling §3: Met of zonder N? (10 min)
  5. Zelfstandig oefenen/ HW maken/ vragen stellen (35 min)
  6. Evaluatie (5 min)

Slide 11 - Slide

Leerdoelen
Aan het einde van de les: 
- kan ik de meervouds- n bij zelfstandig gebruikte telwoorden en bijvoeglijke naamwoorden op de juiste manier gebruiken  

Slide 12 - Slide

Zelfstandig gebruikte telwoorden: soorten telwoorden
Welke soorten telwoorden zijn er? 

Aan het einde van de les:
- kan ik de meervouds- n bij zelfstandig gebruikte telwoorden en bijvoeglijke naamwoorden op de juiste manier gebruiken  

Slide 13 - Slide

Zelfstandig- en niet- zelfstandig gebruikte telwoorden: soorten telwoorden
Bepaalde hoofdtelwoorden: één, twee, drie, etc.
Onbepaalde hoofdtelwoorden:  enkel, veel, meer, minder, enige
Bepaalde rangtelwoorden: eerste, tweede, derde, etc.
Onbepaalde rangtelwoorden: laatste, middelste, zoveelste
 

Aan het einde van de les:
- kan ik de meervouds- n bij zelfstandig gebruikte telwoorden en bijvoeglijke naamwoorden op de juiste manier gebruiken  

Slide 14 - Slide

Zelfstandig- en niet- zelfstandig 
gebruikte telwoorden: met - n
  • (Onbepaalde hoofd-) telwoorden als enkele, vele, weinig of sommige worden zelfstandig gebruikt wanneer je géén zelfstandig naamwoord achter het telwoord in de zin invult. 
  • Je schrijft ze dan met -n (alleen als het personen zijn): 
--> Velen waren aanwezig bij het protest op de Grote Markt.
(i.p.v. vele mensen waren...)
Aan het einde van de les:
- kan ik de meervouds- n bij zelfstandig gebruikte telwoorden en bijvoeglijke naamwoorden op de juiste manier gebruiken  

Slide 15 - Slide

Zelfstandig- en niet- zelfstandig
gebruikte telwoorden: zonder - n
  • Als (onbepaalde hoofd-) telwoorden niet- zelfstandig gebruikt worden of geen personen aanduiden; schrijf je ze zonder -n:
--> Tegenwoordig beschikken bijna alle leerlingen over een mobiel. (niet- zelfstandig)
--> Enkele van de bananen waren niet meer rijp. (geen personen)   
Aan het einde van de les:
- kan ik de meervouds- n bij zelfstandig gebruikte telwoorden en bijvoeglijke naamwoorden op de juiste manier gebruiken  

Slide 16 - Slide

Zelfstandig gebruikte 
bijvoeglijke naamwoorden - personen
met- e en met - n



  • Zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden die personen aanduiden: eindigen in het enkelvoud op een - e 
      en in het meervoud een - n  
--> Als jongere (enkelvoud) kan je ouderen (meervoud)  helpen door ze op te zoeken. 
Aan het einde van de les:
- kan ik de meervouds- n bij zelfstandig gebruikte telwoorden en bijvoeglijke naamwoorden op de juiste manier gebruiken  

Slide 17 - Slide

Zelfstandig gebruikte 
bijvoeglijke naamwoorden - dingen
meestal met- e 



  • Zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden die zaken/ dingen aanduiden: eindigen meestal op een - e maar niet als het gaat om stoffelijk bijvoeglijke naamwoorden die al op -en eindigen
--> De moeder van Iris spaart theepotjes: ze heeft daarvan heel mooie: meer dan dertig zilveren en enkele kostbare gouden.  
Aan het einde van de les:
- kan ik de meervouds- n bij zelfstandig gebruikte telwoorden en bijvoeglijke naamwoorden op de juiste manier gebruiken  

Slide 18 - Slide

Wat gaan we doen?
  1. Mededeling (1 min)
  2. Stil lezen (10 min)
  3. Nakijken (hw) opdrachten §2: 1 t/m 6 (8 min)    
  4. Uitleg stof: Spelling §3: Met of zonder N? (10 min)
  5. Zelfstandig oefenen/ HW maken/ vragen stellen (35 min)
  6. Evaluatie (5 min)

Slide 19 - Slide

      Zelfstandig aan het werk  
  • Maken: §3: opdrachten 1 t/m 5 
  • In je boek of bij de online taken  
  • Je krijgt hier 30 minuten de tijd voor
  • Vragen? Ik kom na 10 minuten een rondje lopen om vragen te beantwoorden
  • Af? Dan krijg je extra oefeningen 
  •  Niet af? Dan is het automatisch HW voor a.s. maandag 10 maart
timer
30:00

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Wat gaan we doen?
  1. Mededeling (1 min)
  2. Stil lezen (10 min)
  3. Nakijken (hw) opdrachten §2: 1 t/m 6 (8 min)    
  4. Uitleg stof: Spelling §3: Met of zonder N? (10 min)
  5. Zelfstandig oefenen/ HW maken/ vragen stellen (35 min)
  6. Evaluatie (5 min)

Slide 22 - Slide

Evaluatie
timer
5:00

Slide 23 - Slide