Engels 12 maart

Engels - thema 5
Communicatie 
Hoofdstuk 3: Spreken en gesprek voeren
1 / 31
next
Slide 1: Slide
EngelsPraktijkonderwijsLeerjaar 4

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Engels - thema 5
Communicatie 
Hoofdstuk 3: Spreken en gesprek voeren

Slide 1 - Slide

Vibe Check: How do you feel today?
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

Lesdoel:
je kunt een bericht in het Engels inspreken en een bericht ontvangen


To do list:
1. Check-in
2. Waarover verbazen buitenlanders zich?
3. Aan de slag blz. 247 opdracht 6, 7 en 8
4. Als we nog zin hebben > Quiz 
5. Huiswerk

Slide 3 - Slide

Opdracht
Klassikaal kijken naar het filmpje; the biggest Dutch surprise. 
Oefen met goed luisteren


Slide 4 - Slide

0

Slide 5 - Video

Waarover verbazen buitenlanders zich in het filmpje?

Slide 6 - Open question

Aan de slag
  • Maken blz. 247 opdracht 6 > spraakbericht sturen naar klasgenoot via de chat
  • Maken opdracht 7 en 8 en/of verder werken in het boek




timer
20:00

Slide 7 - Slide

Quiz

Slide 8 - Slide

Wat betekent neighbours?

Slide 9 - Open question

Wat betekent: Maybe?

Slide 10 - Open question

Wat betekent: I am fine! ?
A
Hoe gaat het met je?
B
Het gaat goed!
C
Het wordt leuk
D
Goed idee

Slide 11 - Quiz

Wat is de betekenis in het Engels:
Ik wil graag..
A
I would like to ....
B
Me too....
C
I am fine..
D
Yes, I know

Slide 12 - Quiz

Dit doe je met je pen.
A
Write
B
Indian
C
Neighbours
D
Country

Slide 13 - Quiz

Je vertelt waar iemand woont. Wat zeg je?
A
It is next month
B
He is from India
C
He lives at number ...
D
How about this.

Slide 14 - Quiz

Wat vond je van de les en heb je het lesdoel behaald?

Lesdoel > je kunt een bericht in het Engels inspreken en een bericht ontvangen

Slide 15 - Open question

Huiswerk
Thema 5 Communicatie
Hoofdstuk 3 
opdrachten 5, 6 en 7

Slide 16 - Slide

Vandaag

Aflevering Man VS. Bee - Schrijf 5 woorden op

Maak thema 5 -hoofdstuk 2 t/m opdracht 5 






Slide 17 - Slide

Schrijf 5 woorden op

Slide 18 - Slide

Hoofdstuk 2 - bladzijde 229 - Wat betekent de tekst op het bord?

Slide 19 - Open question

Kijk naar opdracht 2 - bladzijde 230
Wat betekent: a mess

Slide 20 - Open question

Kijk naar opdracht 2 - bladzijde 230
Wat betekent: without

Slide 21 - Open question

Kijk naar opdracht 2 - bladzijde 230
Wat betekent: I am late

Slide 22 - Open question

Hoe schrijf je in het Engels:
Ik ben nu onderweg.

Slide 23 - Open question

Welke 5 woorden heb je opgeschreven?

Slide 24 - Mind map

Maak
Maak opdracht 3, 4 en 5

We kijken het zo samen na... 


timer
15:00

Slide 25 - Slide

Nu zonder boek:
Lost and found
A
gevonden voorwerpen
B
kwijt en gevonden
C
verdwaald en kwijt
D
kwijt en voorwerpen

Slide 26 - Quiz

Might
A
meid
B
misschien
C
zou kunnen
D
anders

Slide 27 - Quiz

driving licence
A
vliegveld
B
rijbewijs
C
auto rijden
D
voorwerp

Slide 28 - Quiz

Tools
A
gereedschap
B
Stoelen
C
Voorwerpen
D
iets anders

Slide 29 - Quiz

Write down
A
Loop naar beneden
B
Schrijf op
C
Luister goed
D
Gooi naar beneden

Slide 30 - Quiz

Doei!

Slide 31 - Slide