Unité 1 socrative pc + tt

1 / 36
suivant
Slide 1: Diapositive
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

Cette leçon contient 36 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

Slide 1 - Diapositive

> Ik weet hoe ik iets in het verleden kan vertellen in het Frans
> Ik kan het werkwoord être en avoir vervoegen
> Ik begrijp hoe de passé composé werkt in het Frans en hoe ik deze moet maken

Slide 2 - Diapositive

> Parler
> Faites le socrative over de passé composé
> opdrachten boekje + uitleg boekje voor toets
> de onregelmatige werkwerkwoorden in de verleden tijd


Slide 3 - Diapositive

H3A
vraagzinnen
timer
5:00

Slide 4 - Diapositive

Waar heb je nog behoefte aan?
extra uitleg over de passé composé met avoir
extra uitleg over de passé composé met être en het akkoord
extra oefenen met de passé composé
extra oefenen met de werkwoorden op -er (47)
extra oefenen met de werkwoorden in de présent
extra uitleg over de présent
wat je precies moeten leren voor het SO
iets anders namelijk...

Slide 5 - Sondage

Extra oefenen met de passé composé online?
3.  de opdrachten uit deze lesson-up
4.  www.socrative.com
Roomname: Mooi5656
4. werken uit je oefenboekje



Slide 6 - Diapositive

Extra oefenen met de werkwoorden en deze vertalen?
1  Maak flitskaartjes en speel het flitskaartjes spel
2. www.socrative.com
Roomname: Mooi5719
3. zet een wekker voor 10 min. Neem 5 woordjes en schrijf ze    10 x over inclusief de vertaling. Neem daarna de volgende 5 en herhaal de vorige 5 tussendoor.
4. werken uit je oefenboekje



Slide 7 - Diapositive

Extra oefenen met de werkwoorden in de présent?
2.  www.socrative.com
Roomname: Mooi5719
3. werken uit je oefenboekje

Slide 8 - Diapositive

> www.socrative.com
> student login
> Room name: mooi5656
> eigen naam
Faites le scorative Passé composé

Slide 9 - Diapositive

Ik ben gegaan
A
Je suis allés
B
J'ai allé(e)
C
tu es allé
D
je suis allé(e)

Slide 10 - Quiz

Ik heb gelopen

Slide 11 - Question ouverte

gekomen

Slide 12 - Question ouverte

wij zijn gekomen

Slide 13 - Question ouverte

ik ben geweest

Slide 14 - Question ouverte

u heeft gehad

Slide 15 - Question ouverte

ik heb gekund

Slide 16 - Question ouverte

ik heb gemoeten

Slide 17 - Question ouverte

wij hebben geweten

Slide 18 - Question ouverte

ik ben vertrokken

Slide 19 - Question ouverte

ik heb gewild

Slide 20 - Question ouverte

ik ben geworden

Slide 21 - Question ouverte

wij zijn geweest

Slide 22 - Question ouverte

hij heeft gedaan

Slide 23 - Question ouverte

zij (mmv) hebben gekund

Slide 24 - Question ouverte

wij hebben genomen

Slide 25 - Question ouverte

zij (mvv) hebben gedaan

Slide 26 - Question ouverte

jij hebt gedaan

Slide 27 - Question ouverte

Ik heb gehad

Slide 28 - Question ouverte

geweest

Slide 29 - Question ouverte

persoonlijk voornaamwoord

hebben of zijn
avoir 

Voltooid deelwoord

ww op -er = -er + é
ww op -ir = -ir + i
ww op re = -re + u
regarder = regardé
finir       = fini
vendre   = vendu


Passé composé = 
ik
je/j'
jij
tu
hij/zij/men/wij
il/elle/on
wij
nous
jullie/u
vous
zij
ils/elles
ai
as
a

avons
avez
ont

Slide 30 - Diapositive

Slide 31 - Diapositive

persoonlijk voornaamwoord

hebben of zijn
 être

Voltooid deelwoord



+ akkoord 

vrouwelijk ? = + e
meervoud? = + s


Passé composé = 
ik
je/j'
jij
tu
hij/zij/men/wij
il/elle/on
wij
nous
jullie/u
vous
zij
ils/elles
suis
es
est

sommes
êtes
sont

Slide 32 - Diapositive

7. elles sont passées (passer)
8. elle est entrée (entrer)
9. ils sont entrés (entrer)
10. il est monté (monter)
11. on est parti(e) (partir)
12. je suis sorti(e) (sortir)
Contrôler le passé composé avec être et l'accord

Slide 33 - Diapositive

> meer dan 4 fout? Regarder la vidéo
> minder dan 3 fout? faites les exercices (op blaadje)
> fini? faites exercice 8 A, B page 16-17
> fini? faites socrative passé composé. Roomname = Mooi5656 + eigen naam

Slide 34 - Diapositive

être gebruikt?

vrouwelijk? + e
meervoud? + s

bij het voltooid deelwoord

Slide 35 - Diapositive

1. Wat heb je geleerd?
2. leg de passé composé uit
3. waar heb je nog behoefte aan/hulp bij nodig?

Slide 36 - Question ouverte