Kengetallen omloopsnelheden en financiële verhoudingen

Kengetallen omloopsnelheden en financiële verhoudingen
1 / 14
suivant
Slide 1: Diapositive
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

Cette leçon contient 14 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 75 min

Éléments de cette leçon

Kengetallen omloopsnelheden en financiële verhoudingen

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan het einde van de les kun je...
De omloopsnelheid van voorraad, debiteuren en crediteuren berekenen.

De financiële kengetallen liquiditeit, solvabiliteit en quick -en current ratio berekenen.

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat weet je al over financiële verhoudingen en omloopsnelheden in een bedrijf?

Slide 3 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

Berekening van de omloopsnelheid van voorraad
Het aantal dagen dat voorraad gemiddeld in het bedrijf aanwezig is voordat het wordt verkocht.

Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Berekening van de omloopsnelheid van debiteuren
Het gemiddeld aantal dagen dat een rekening van een klant openstaat.

Slide 5 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Berekening van de omloopsnelheid van crediteuren
Het gemiddeld aantal dagen dat een rekening bij een leverancier openstaat voordat deze wordt betaald.

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Liquiditeitsanalyse met de current ratio en quick ratio
Een kengetal dat de verhouding weergeeft tussen vlottende activa en kort vreemd vermogen.

Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Solvabiliteitsbeoordeling met de debt ratio
Een kengetal dat de verhouding weergeeft tussen vreemd vermogen en totaal vermogen.

Slide 8 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Het berekenen van percentages voor eigen vermogen
Het totale vermogen van een bedrijf minus alle schulden en verplichtingen.

Slide 9 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Waarom gebruikt een bedrijf kengetallen?
A
om te voldoen aan de wettelijk verplicht
B
voor het inzicht van de medewerkers in hun bedrijf
C
Om inzicht te krijgen in de financiën van de onderneming
D
voor het inzicht van de bank van het bedrijf

Slide 10 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe bereken je het Eigen Vermogen
A
Bezit - schuld
B
Gemiddeld eigen vermogen
C
Totaal vermogen - schuld
D
schuld + totaal vermogen

Slide 11 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 12 - Question ouverte

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.
Opdracht herhaling BE
Maak de 8 opdrachten Casus week 3 bedrijfseconomie op It's learning.

Slide 13 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 14 - Question ouverte

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.