Qu'est-ce que LessonUp
Rechercher
Canaux
Connectez-vous
S'inscrire
‹
Revenir à la recherche
Herhaling to be/to have/vraagwoorden
To be
1 / 39
suivant
Slide 1:
Diapositive
Engels
Middelbare school
mavo
Leerjaar 1
Cette leçon contient
39 diapositives
, avec
quiz interactifs
et
diapositives de texte
.
La durée de la leçon est:
45 min
Commencer la leçon
Partager
Imprimer la leçon
Éléments de cette leçon
To be
Slide 1 - Diapositive
'to be' (1)
To be
betekent 'zijn'.
Als een zin de waarheid is dan noemen we dat een
bevestigende zin
(+).
Slide 2 - Diapositive
'to be' (1)
To be
betekent 'zijn'.
Als een zin de waarheid is dan noemen we dat een
bevestigende zin
(+).
Soms staat er geen
I/he/she/it/we/you/they
in de zin. Kijk dan door welk onderwerp het wordt
vervangen.
Voorbeeld:
Jake
(= he) is my brother.
Slide 3 - Diapositive
Vul de juiste vorm van 'to be' in:
I ........... a student.
A
am
B
is
C
are
Slide 4 - Quiz
Vul de juiste vorm van 'to be' in:
You ....... happy.
A
am
B
is
C
are
Slide 5 - Quiz
Vul de juiste vorm van 'to be' in:
She ........... in the house.
A
am
B
is
C
are
Slide 6 - Quiz
Vul de juiste vorm van 'to be' in:
The dog and the cat .......... in the garden.
A
am
B
is
C
are
Slide 7 - Quiz
'to be' (2)
Als je wilt zeggen dat iets
niet
zo is,
dan zet je
not
achter de vorm van
to be
. Dit heet een
ontkennende zin
(-).
Voorbeeld:
I am not / I'm not
a football fan.
Bas and Petra are not / aren't
in the same team.
Slide 8 - Diapositive
Vul de juiste ontkennende vorm van 'to be' in:
Patrick ........ a fan of Martin Garrix.
A
isn't / is not
B
aren't / are not
C
is
D
are
Slide 9 - Quiz
Vul de juiste ontkennende vorm van 'to be' in:
They ........... very good at tennis.
A
isn't / is not
B
aren't / are not
C
is
D
are
Slide 10 - Quiz
'to be' (3)
In gewone zinnen (bevestigende of ontkennende) staan
am/is/are
na
de persoon.
Voorbeeld: Tim is Sam's brother.
In vragen (?) staat
am/is/are
voor
de persoon. Je draait de vorm van
to be
en de persoon dus om.
Voorbeeld: I am Dutch. -> Are you Dutch?
Slide 11 - Diapositive
Maak de volgende zin vragend:
She is my friend.
Slide 12 - Question ouverte
Vul de juiste vorm van 'to be' in:
......... you coming tomorrow?
A
Am
B
Is
C
Are
Slide 13 - Quiz
Vul de juiste vorm van 'to be' in:
........ Jack a good runner?
A
Am
B
Is
C
Are
Slide 14 - Quiz
Ik ken alle vormen van het werkwoord 'to be'
😒
🙁
😐
🙂
😃
Slide 15 - Sondage
Ik weet hoe ik zinnen bevestigend, ontkennend en vragend moet maken.
😒
🙁
😐
🙂
😃
Slide 16 - Sondage
To have (got)
Slide 17 - Diapositive
Have got.
Bevestigende zinnen
I/you/we/they -> have got
he/she/it -> has got
Ontkennende zinnen
I/you/we/they -> have not got
he/she/it -> has not got
Afgekort: haven't/ hasn't got
Vragende zinnen
Werkwoord vooraan:
have you got?
Has she got?
Slide 18 - Diapositive
Have got.
Bevestigende zinnen
I/you/we/they -> have got
he/she/it -> has got
Ontkennende zinnen
I/you/we/they -> have
not
got
he/she/it -> has
not
got
Afgekort: have
n't
/ has
n't
got
Vragende zinnen
Werkwoord vooraan:
have you got?
Has she got?
Slide 19 - Diapositive
Have got.
Bevestigende zinnen
I/you/we/they -> have got
he/she/it -> has got
Ontkennende zinnen
I/you/we/they -> have not got
he/she/it -> has not got
Afgekort: haven't/ hasn't got
Vragende zinnen
Werkwoord vooraan:
have you got?
Has she got?
Slide 20 - Diapositive
Have got.
Bevestigende zinnen
I/you/we/they -> have got
he/she/it -> has got
Ontkennende zinnen
I/you/we/they -> have not got
he/she/it -> has not got
Afgekort: haven't/ hasn't got
Vragende zinnen
Werkwoord vooraan:
have you got?
Has she got?
Slide 21 - Diapositive
I _________ a brother.
A
have got
B
has got
Slide 22 - Quiz
Susan _________ a dog.
A
have got
B
has got
Slide 23 - Quiz
(ontkennend):
you _________ a sister.
A
have got
B
has got
C
haven't got
D
hasn't got
Slide 24 - Quiz
(ontkennend):
Susan and Bob _________ eight kids.
A
have got
B
has got
C
haven't got
D
hasn't got
Slide 25 - Quiz
Vraagwoorden
Slide 26 - Diapositive
Vraagwoorden
Vraagwoorden
(interrogative pronouns) gebruik je om iets te vragen. In de Engelse taal
kennen we de volgende vraagwoorden:
what, where,
when, who, whose, which, why
en how.
Leerdoelen
Ik kan de vraagwoorden benoemen.
Ik kan de vraagwoorden gebruiken in een zin om iets te vragen.
Slide 27 - Diapositive
WAT
WELKE
WIE
WAAROM
WAAR
WANNEER
HOE
Van wie
HOW
WHO
WHAT
WHY
WHEN
WHICH
WHERE
WHOSE
Slide 28 - Question de remorquage
....... have you been?
A
Which
B
Who
C
What
D
Where
Slide 29 - Quiz
......... do you live with?
A
Who
B
When
C
Where
D
How much
Slide 30 - Quiz
........ is my bike?
A
Who
B
Where
C
Which
D
Why
Slide 31 - Quiz
........ lollipop is that? It's Katie's lollipop.
A
Who
B
Whose
C
Which
D
Why
Slide 32 - Quiz
..... can we study better?
A
how
B
who
C
which
D
why
Slide 33 - Quiz
..... colour do you like, blue or red?
A
how
B
who
C
which
D
why
Slide 34 - Quiz
.... does the train leave?
A
when
B
what
C
which
D
why
Slide 35 - Quiz
.... don't you go by bus, Max?
A
who
B
what
C
which
D
why
Slide 36 - Quiz
....cookie do you want?
A
who
B
what
C
which
D
why
Slide 37 - Quiz
... are you doing?
Working.
... are you going?
Home.
... are we leaving?
Tomorrow.
... are your crying?
I'm sad.
... are you doing?
I'm okay.
...
are you talking to?
My mum.
What
Where
Why
When
How
Who
Slide 38 - Question de remorquage
Ik weet wat de Engelse vraagwoorden zijn en hoe ik die moet gebruiken in een zin.
😒
🙁
😐
🙂
😃
Slide 39 - Sondage
Plus de leçons comme celle-ci
Herhaling to be/to have/vraagwoorden
17 days ago
- Leçon avec
42 diapositives
Engels
Middelbare school
mavo
Leerjaar 1
Present Simple Q & N
June 2022
- Leçon avec
38 diapositives
Engels
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 1
Grammar 5: making negations (iontkenningen maken)
January 2022
- Leçon avec
23 diapositives
Engels
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 1
Unit 2: Present simple questions and negations - vragen en ontkenningen
November 2024
- Leçon avec
37 diapositives
Engels
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 1
Unit 1 (voor het pw)
October 2022
- Leçon avec
31 diapositives
Engels
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 1
to be / have got
August 2023
- Leçon avec
24 diapositives
vragen
January 2018
- Leçon avec
17 diapositives
Engels
Middelbare school
mavo, havo, vwo
Leerjaar 1,6
HA1 Grammatica overzicht Unit 1
October 2022
- Leçon avec
12 diapositives
Engels
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 1