1. Chronologisch kunnen werken met de periodes (Prehistorie, Oudheid, Middeleeuwen, Vroegmoderne Tijd en Moderne Tijd), de tien tijdvakken en de historische contexten.
2. Oplossen van door-de-tijd-heen vragen.
Vragen in de vorm van: zet deze 6 gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde van vroeger naar later.