Marktgedrag (2e) Samenvatting

Marktvormen










                        Hoofdstuk 1                                Hoofdstuk 2              Hoofdstuk 3               Hoofdstuk 4
1 / 14
suivant
Slide 1: Diapositive
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

Cette leçon contient 14 diapositives, avec diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Marktvormen










                        Hoofdstuk 1                                Hoofdstuk 2              Hoofdstuk 3               Hoofdstuk 4

Slide 1 - Diapositive

Marktvormen

Slide 2 - Diapositive

Volkomen concurrentie

Slide 3 - Diapositive

Individuele aanbieder








Bij volkomen concurrentie heeft de individuele producent geen invloed op de prijs.
P = GO = MO
De prijs is bij elke afzet gelijk, de producent is een hoeveelheidaanpasser!

Slide 4 - Diapositive

MK en qa
In een markt van volkomen concurrentie heeft de aanbieder geen invloed op P, en dus ook niet op MO. De MK zijn dan ook bepalend voor het aanbod. Ik kan een individuele aanbodfunctie (qa-functie) opstellen vanuit de MK.
  • Qa versus qa?
  • Qa = hele markt
  • qa = individuele aanbieder

De MK-functie (= qa-functie individuele aanbieder) geeft het verband weer tussen het aanbod en de prijs van de individuele aanbieder. Herschrijven: MK vervangen door P en q door qa:
  • MK = q + 5 => qa = P - 5

Slide 5 - Diapositive

Invloed op de prijs
Op een markt van monopolistische concurrentie heeft de aanbieder enige invloed op de prijs.

De prijs (P = GO) loopt daarom niet horizontaal (zoals bij volkomen concurrentie), maar dalend en is gelijk aan de prijsafzetlijn.
 
De aanbieder kan de prijs verlagen om meer te verkopen. De MO is daarbij niet meer gelijk aan GO, maar de helft van de helling!

Slide 6 - Diapositive

GO is niet MO
Als ik meer ga verkopen, ga ik mijn prijs (GO) verlagen. De extra opbrengst (MO) van een extra product wordt dus lager dan de prijs, want deze prijsverlaging geldt ook voor de producten die eerder tegen een hogere prijs zijn verkocht.
= GO

Slide 7 - Diapositive

TO is bergparabool
De TO lijn is bij monopolistische concurrentie niet meer stijgend (zoals bij volkomen concurrentie), maar een bergparabool.

Eerst stijgt de omzet als de prijs daalt omdat de afzet relatief meer toeneemt dan de prijs daalt (elastisch).

Als de prijs verder daalt, neemt de afzet toe maar daalt de omzet, omdat de prijzen sneller dalen dan dat de afzet stijgt (inelastisch).
= GO

Slide 8 - Diapositive

Maximale omzet
Doelstelling maximale omzet (TO) = korte termijn doelstelling om zoveel mogelijk te verkopen om zoveel mogelijk marktaandeel te verkrijgen, of een concurrent uit de markt te drukken.

Maximale omzet als MO = 0!

Zolang MO > 0, zal de TO stijgen bij extra productie. Als M0 < 0, dan zal de TO dalen bij extra productie.

= GO

Slide 9 - Diapositive

Maximale winst
Doelstelling maximale winst = lange termijn doelstelling. Door onderscheidende kenmerken (heterogeen product) kan de aanbieder P > MK vragen.

Maximale winst als MO = MK!

Zolang MO > MK, zal de TW stijgen bij extra productie. Als M0 < MK, dan zal de TW dalen bij extra productie.

= GO

Slide 10 - Diapositive

TO en MO
Gegeven de prijsafzet-functie: qv = -2p + 10 (zie vraag-functie in de grafiek)
 
Wat is dan de TO-functie?
  • eerst de p vrijmaken: p = -0,5q + 5
  • TO = p x q
  • TO = (-0,5q + 5) x q = -0,5q2 + 5q

Wat is dan de MO-functie?
  • MO = afgeleide van TO
  • MO = -q + 5
= GO

Slide 11 - Diapositive

Oligopolisten reageren op elkaar 
De keuze van de één beïnvloedt het resultaat van de ander, omdat ze maar met een kleine groep aanbieders zijn.
  • speltheorie
  • aanbieder is geneigd zijn prijs te verlagen om
       op korte termijn zijn winst te verhogen ten koste van
       de ander (dominante strategie)
  • dit leidt ertoe dat beide hun prijs zullen verlagen:
       nash-evenwicht is suboptimaal (slechte voor beide)
        dit leidt tot prijzenoorlog
  • oplossing: geloofwaardige zelfbinding, maar kartelafspraak mag niet!



Slide 12 - Diapositive

Vaststelling prijs monopolist
De monopolist stelt zijn prijs vast o.b.v. de collectieve vraaglijn met als doel:
  • maximale omzet: MO = 0 of
  • maximale winst: MO = MK of
  • kostendekking: GO = GTK (of TO = TK)

Vraag:
Waarom is deze collectieve vraaglijn (van alle consumenten
samen) gelijk aan de individuele prijsafzetlijn (vraaglijn)?
  • vragers kunnen niet uitwijken naar andere aanbieders
  • de monopolist verkoopt net zoveel als alle consumenten samen vragen
  • de prijsafzetfunctie volgt uit de collectieve vraagfunctie: Qv = q en P = GO


Slide 13 - Diapositive

Vaststelling prijs monopolist
Monopolie: MO ≠ GO (maar de helft daarvan)

  • = maximale omzet
  • (MO = 0)
  • = maximale winst
  • (MO = MK)
  • = kostendekkend
  • (TO = TK of GO = GTK)

Slide 14 - Diapositive