VWO 1 h.9.2 spelling

H. 9.2

Taalverzorging
Spelling
1 / 17
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 15 min

Éléments de cette leçon

H. 9.2

Taalverzorging
Spelling

Slide 1 - Diapositive

leerdoelen

  • je kunt de de persoonsvorm tegenwoordige tijd, verleden tijd en het voltooid deelwoord  goed spellen;

  • je kunt samenstellingen goed spellen;

  • je kunt de bezitsvorm juist spellen.


Slide 2 - Diapositive

Wat doen we deze les?


  • Jullie oefenen met de persoonsvorm tegenwoordige tijd, verleden tijd  en het voltooid deelwoord;

  • We bekijken de theorie van de samenstellingen en de bezitsvorm;

  • Jullie gaan aan de slag met de opdrachten van deze paragraaf.

Slide 3 - Diapositive


Welke twee manieren zijn er om te bepalen of het voltooid deelwoord met een t of een d wordt geschreven?

Slide 4 - Question ouverte

  • Kun je niet horen of je -t of -d moet schrijven? Gebruik dan een van deze manieren.

1 Maak het voltooid deelwoord langer. 
   Hoor je aan het eind een d of een t?

 Voorbeeld



infinitief
langer maken
voltooid deelwoord
rijpen
het gerijpte fruit
hij is gerijpt
rimpelen
de gerimpelde huid
hij is gerimpeld

Slide 5 - Diapositive

2 Gebruik de regel van 't kofschip:


1. Neem de stam van het werkwoord.

2. Kijk naar de laatste letter van de stam.

3. Is dat een medeklinker uit 't kofschip of is het een x?
     - Ja? Schrijf dan -t.
     - Nee? Schrijf dan -d.

Slide 6 - Diapositive


Noteer het werkwoord op de juiste wijze.
Gisteren (schrobben)....hij de vieze vloer met een borstel.

Slide 7 - Question ouverte


Noteer het werkwoord op de juiste wijze.

Wanneer heb jij hem dat (vertellen)......?

Slide 8 - Question ouverte


Noteer het werkwoord op de juiste wijze.

Jarenlang (werken)....zijn ouders bij de gemeente Eindhoven.

Slide 9 - Question ouverte


Welke vorm van de persoonsvorm verleden tijd klopt in de zin?


De vrienden (wachten).....uren op de bus, die maar niet kwam.
A
wachte
B
wachten
C
wachtte
D
wachtten

Slide 10 - Quiz


Welke vorm van de persoonsvorm verleden tijd klopt in de zin?


Onze buren (erven)... een grote som geld.
A
erfte
B
erfde
C
erften
D
erfden

Slide 11 - Quiz


Welke vorm van het werkwoord is juist?

'Het (gebeuren)....niet', riep haar moeder naar haar verwende dochter.
A
gebeurt
B
gebeurdt
C
gebeurd

Slide 12 - Quiz

schrijf (e) n
voorbeelden
Als het eerste deel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is, dat alleen een meervoud op -n of -en heeft.
vissenkom
verdachtenverhoor
bloemenvaas
schrijf geen -n:

voorbeelden
Als het eerste deel van de samenstelling geen meervoud heeft.
roggebrood, ereplaats
Als het eerste deel van de samenstelling alleen een meervoud op -s heeft.
aspergebed, etagewoning
Als het eerste deel van de samenstelling een meervoud op -s en -n heeft.
lindebloesem, groentesoep, aktetas
Als het eerste deel van de samenstelling geen zelfstandig naamwoord is.
huilebalk, rodekool
Als het eerste deel van de samenstelling de betekenis van het tweede woord versterkt.
apetrots, reuzeleuk
Als het eerste deel van de samenstelling een uniek persoon of zaak is.
zonnebank, Koninginnedag
Als het woord niet (meer) herkenbaar is als een samenstelling. Soms lijkt het woord een samenstelling, maar is het dat nooit geweest.
schattebout, spillebeen.
Samenstellingen (e, en)

Slide 13 - Diapositive

Samenstellingen met een tussen -s
schrijf -s
voorbeelden
Als je die klank hoort.
dorpskern, reddingsboot
Als het tweede deel begint met een sisklank, kun je de klank niet horen. Vervang het tweede woorddeel, zodat je hoort of je een tussen -s moet schrijven.
dorpskern                dus ook: Dorpsstraat

reddingsboot           dus ook: reddingsschip

Slide 14 - Diapositive

Bezitsvorm

In plaats van de boormachine van mijn oom kun je ook zeggen 
mijn ooms boormachine
De bezitsvorm van een zelfstandig naamwoord maak je meestal door er een -s achter te zetten.

Voorbeeld

de mountainbike van mijn broer →  mijn broers mountainbike
de passer van Farah                  →  Farahs passer
het broodje van Corné               →   Cornés broodje


Slide 15 - Diapositive


  • Eindigt het zelfstandig naamwoord op een a, i, o, u of y die lang klinkt?

  • Schrijf dan een apostrof voor de s: Mila's regels, Amy's roddels.

  • Eindigt het zelfstandig naamwoord op een sisklank? Schrijf dan alleen een apostrof: Morris' kaartspel, Patrice' gereedschap.

Slide 16 - Diapositive



  • maken: 9.2 spelling opdr. 13 t/m 15
     online of in je boek (blz. 87 t/m 91)

  • leren de theorie van 2.2, 7.2 en 9.2



Huiswerk maandag

Slide 17 - Diapositive