Unit 4 samenvatting pt 2

Laatste les voor de toets!
- Laatste dingen doornemen
- Zelf werken & goed nakijken
- Toets inzien!
1 / 24
suivant
Slide 1: Diapositive
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

Éléments de cette leçon

Laatste les voor de toets!
- Laatste dingen doornemen
- Zelf werken & goed nakijken
- Toets inzien!

Slide 1 - Diapositive

Onderwerpen op de toets
BL: Present Simple, my/you/his/her, to be, present continuous
KL: Pesent Simple, some/any, place adverbs, could/couldn't

Slide 2 - Diapositive

Onderwerpen op de toets
BL: Present Simple, my/you/his/her, to be, present continuous
KL: Pesent Simple, some/any, place adverbs, could/couldn't

Slide 3 - Diapositive

Slide 4 - Diapositive

Place adverbs
Bijwoorden zijn woorden zoals always, never, usually, often
Geeft vaak aan hoe vaak iets gebeurt.

Bijwoorden staan:
- voor het hoofdwerkwoord
I never sing in public.
He often goes to the shop.

Slide 5 - Diapositive

Place adverbs
Bijwoorden zijn woorden zoals always, never, usually, often
Geeft vaak aan hoe vaak iets gebeurt.

- na am / is / are / was / were
He is always late.
I am never angry.
We are often hungry.
Tekst

Slide 6 - Diapositive

Welke klopt?

A
My sister usually watches TV
B
My sister watches TV usually

Slide 7 - Quiz

Welke klopt?
A
Cameras are never cheap
B
Cameras never are cheap
C
Cameras are cheap never

Slide 8 - Quiz

Zet deze woorden in de goede volgorde, en het werkwoord in de goede vorm:
I - (walk) - my dog - always

Slide 9 - Question ouverte

Zet deze woorden in de goede volgorde, en het werkwoord in de goede vorm:
Adam - (buy) - clothes - on the internet - always

Slide 10 - Question ouverte

Could / couldn't
zou kunnen
zou (niet) kunnen

Slide 11 - Diapositive

Vul in: could - couldn't
I was so excited that I ______ sleep.
A
could
B
couldn't

Slide 12 - Quiz

Vul in: could - couldn't
We _____ go to France next summer if you like?
A
could
B
couldn't

Slide 13 - Quiz

Vul in: could - couldn't
If I _____ become a millionaire,
I would definitely do it.
A
could
B
couldn't

Slide 14 - Quiz

Possessive Pronouns
Als het van iemand is

Slide 15 - Diapositive


These are ... bikes.
A
we
B
us
C
our
D
ours

Slide 16 - Quiz


Is this ... umbrella?
A
your
B
yours
C
hers
D
them

Slide 17 - Quiz

Maak gebruik van de possessive pronouns:
I met ________ mother.
A
I
B
we
C
ours
D
her

Slide 18 - Quiz

werkwoord 'zijn'


verb 'to be'
'To be'
positive
(positief)
Ik
ben
Jij
bent
zij
is
Hij 
is
Het
is
Wij
zijn
Jullie
zijn
Zij
zijn
I
am
I'm
You
are
You're
She
is
She's
He
is
He's
It
is
It's
We
are
We're
You
are
You're
They
are
They're

Slide 19 - Diapositive

werkwoord 'zijn'


verb 'to be'
'To be'
negative
(negatief)
I
am not
I'm not
You
are not
You're not
She
is not
She's not
He
is not
He's not
It
is not
It's not
We
are not
We're not
You
are not
You're not
They
are not
They're not
Ik
ben niet
Jij
bent niet
zij
is niet
Hij 
is niet
Het
is niet
Wij
zijn niet
Jullie
zijn niet
Zij
zijn niet

Slide 20 - Diapositive

werkwoord 'zijn'


verb 'to be'
'To be'
question
(vragend)
Ben
ik?
Ben
jij?
Is
zij?
Is
hij?
Is
het?
Zijn
wij?
Zijn
jullie?
Zijn
zij?
Am
I
Are
you?
Is
she?
Is
he?
Is
it?
Are
we?
Are
you?
Are
they?

Slide 21 - Diapositive


____ (zijn) it going to be a difficult test?
A
am
B
to be
C
are
D
is

Slide 22 - Quiz

To be: I _____ (zijn)hungry
A
was
B
to be
C
am
D
is

Slide 23 - Quiz

To be: They ... happy to be here
A
is
B
am
C
are

Slide 24 - Quiz