Zakelijk lezen hoofdstuk 3

Programma maandag 7 februari
- lezen
- Instructie lezen (vrijdag toets!) 
- Zelfstandig werken
- Afsluiting
1 / 16
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

Cette leçon contient 16 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

Éléments de cette leçon

Programma maandag 7 februari
- lezen
- Instructie lezen (vrijdag toets!) 
- Zelfstandig werken
- Afsluiting

Slide 1 - Diapositive

Slide 2 - Lien

Welke vier leesdoelen/leesmanieren heb je?

Slide 3 - Question ouverte

Leesmanieren / leesdoelen
  • Verkennend lezen: je wilt weten wat voor tekst je voor je hebt
  • Zoekend lezen: je bent op zoek naar informatie
  • Grondig lezen: je wilt de inhoud begrijpen
  • Studerend lezen: je wilt de inhoud onthouden

Slide 4 - Diapositive

Verkennend lezen

Slide 5 - Carte mentale

Verkennend lezen: bekijk
  1. de titel of kop (en de ondertitel of onderkop, als die er is)
  2. de tussenkoppen (als die er zijn)
  3. de illustraties (foto’s, tekeningen)
  4. de bronvermelding
  5. de eerste zin(nen) van de tekst
  6. de laatste zin(nen) van de tekst
  7. opvallende zaken in de tekst (namen, getallen, vet- of schuingedrukte woorden)
  8. de eerste zin van elke alinea

Slide 6 - Diapositive

Kernzinnen
  • De belangrijkste zin van een alinea.
  • Het is meestal de eerste, tweede of laatste zin van een alinea.
  • In de kernzin staan de hoofdzaken. In de rest van de alinea staan de bijzaken:

Slide 7 - Diapositive

Wat is de kernzin?

Slide 8 - Diapositive

Wat is de kernzin?
A
Het huis waar ik woon, is al meer dan honderd jaar oud.
B
Je kunt dat zien aan de hoge plafonds.
C
Vroeger zaten er gaskachels in.
D
Toen wij er kwamen wonen, hebben mijn ouders er centrale verwarming in laten plaatsen.

Slide 9 - Quiz

Tekstopbouw
Inleiding
De aandacht van de lezer wordt getrokken.
Het onderwerp wordt aangekondigd.
Middenstuk
Meer informatie over het onderwerp
Kern
Slot
Afsluiting van de tekst

Slide 10 - Diapositive

Verwijswoorden
Woorden die verwijzen naar andere woorden in dezelfde tekst. 

Zullen we naar het strand fietsen? Nee, dat heb ik gisteren ook al gedaan. 
'Dat' verwijst naar 'naar het strand fietsen'. 

Slide 11 - Diapositive

Ik raad je aan om je boek zelf te kaften: het moet een jaar lang netjes blijven.
"Het" verwijst naar:

Slide 12 - Question ouverte

Ik raad je aan om je boek zelf te kaften: dat is een nuttige vaardigheid. "Dat" verwijst naar

Slide 13 - Question ouverte

Slide 14 - Lien

Zelfstandig werken
Opdrachten in de studieplanner

Voor vrijdag heb je de voortgangstoets af. Deze bespreken we in de eerste les ter voorbereiding op de toets. 

Slide 15 - Diapositive

Een deelonderwerp....
A
is de titel van een alinea
B
vertelt waar de hele tekst overgaat.
C
is een onderwerp van de alinea
D
bestaat vooral uit bijzaken.

Slide 16 - Quiz