BS 1: Eten en gegeten worden

6.1 Eten en gegeten worden      blz 70
1 / 37
suivant
Slide 1: Diapositive
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 37 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 3 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 40 min

Éléments de cette leçon

6.1 Eten en gegeten worden      blz 70

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Leerdoelen bij 6.1 Eten en gegeten worden
6.1.1 Je kunt beschrijven dat bij fotosynthese energierijke stoffen worden gevormd uit energiearme stoffen, en hoe bij verbranding die energie weer vrijkomt.
6.1.2 Je kunt de voedselrelaties tussen organismen beschrijven.

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Ecologie
Ecologie gaat over hoe organismen met elkaar samenleven en de invloed die de levenloze natuur daarop heeft.
voorbeeld: leven van een konijn

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Even herhalen: hoe maakt een plant glucose?
Bladgroenkorrels doen aan fotosynthese.

Nodig voor fotosynthese:
  1. Koolstofdioxide
  2. Water
  3. Zonlicht
Producten van fotosynthese:
  1. Glucose
  2. Zuurstof

Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 5 - Vidéo

Wat is fotosynthese?

Slide 6 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Fotosynthese

Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

En nu de nieuwe lesstof!

Slide 8 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

                     Eten.....

Slide 9 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

...En gegeten worden

Slide 10 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Even herhalen: verbranding van glucose
Bij dieren en planten zorgt verbranding in de cellen voor energie.

Deze energie gebruikt de plant om te groeien, zich voort te planten etc.

Het proces van verbranding geef je schematisch weer als:


Slide 11 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat heb je nodig voor verbranding?
  1. Een brandstof ​= een stof die kan verbranden.
  2. Zuurstof

Slide 12 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Voedselketen

  • Pijltje = wordt gegeten door 
    (staat voor de energiestroom!)
  • Alg wordt gegeten door watervlo
  • Vlo wordt gegeten door baars
  • Baars wordt gegeten door reiger
  • Een voedselketen kan bestaan uit meerdere schakels

Slide 13 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Voedselweb
In een voedselweb staan
een aantal  verschillende voedselketens, in verbinding tot elkaar.

Een voedselketen begint altijd met een plant/alg (producent )

Slide 14 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Voedselketen:
Producenten en consumenten
Consument van de eerste orde

Consument van de tweede orde
Consument van de derde orde
Consument van de vierde orde
Producent
  

Slide 15 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 16 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

De energie verplaatst zich door de voedselketen





         
                producent       -->      consument 1e orde     --> consument 2e orde

Slide 17 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Dode resten van organismen kunnen worden gegeten door afvaleters. De afvaleters zijn net als alle andere dieren consumenten in de voedselketen.

Slide 18 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Reducenten
  • Al het dode materiaal van organismen, zelfs oneetbare delen voor afvaleters, kan worden afgebroken door reducenten.
  • Reducenten zijn bacteriën en schimmels en horen niet bij de consumenten. 
  • Eindproduct: mineralen (in de bodem) -> dit hebben planten nodig bij groei en ontwikkeling.

Slide 19 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

0

Slide 20 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Vul in het schema van het voedselweb de volgende organismen op de juiste plaats in (zie afbeelding).
Tip: De waterkever eet de muggenlarve.
Muggenlarve
Snoek
Kikkervisje
Waterkever
Baars
Algen

Slide 21 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

Waar horen pissebedden bij?
A
Consumenten 1e orde
B
Consumenten 2e orde
C
Consumenten 3e orde
D
Consument 1e orde en hoger

Slide 22 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoeveel producenten zijn er in deze afbeelding?

Slide 23 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat heb je niet nodig voor fotosynthese?
fotosynthese:
koolstofdioxide + water + licht => glucose + zuurstof

Mineralen zijn nodig om van glucose eiwitten en vetten te maken, maar dat is geen fotosynthese
A
mineralen
B
zonlicht
C
water
D
koolstofdioxide

Slide 24 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Fotosynthese is..
A
Water + koolstofdioxide + licht -> glucose + zuurstof
B
Glucose + zuurstof -> koolstofdioxide + water + warmte

Slide 25 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Een voedselketen is :
A
rij organismen die elkaar eten
B
een aantal voedselketens die met elkaar verbonden zijn.
C
een rij organismen waarin je ziet wie door wie wordt opgegeten

Slide 26 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is een voedselweb?
A
Één voedselketen
B
Meerdere voedselketens, met elkaar verbonden.
C
Een kringloop van voedsel

Slide 27 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Producent, Consument of Reducent?
A
Producent
B
Consument
C
Reducent

Slide 28 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Producent, Consument of Reducent?
A
Producent
B
Consument
C
Reducent

Slide 29 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Producent, Consument of Reducent?
A
Producent
B
Consument
C
Reducent

Slide 30 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Waarmee begint iedere voedselketen?
A
Consument 1e orde
B
Producent
C
Reducent
D
Heterotroof organisme

Slide 31 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Waar horen pissebedden bij?
A
Consumenten 1e orde
B
Consumenten 2e orde
C
Consumenten 3e orde
D
Consument 1e orde en hoger

Slide 32 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Bij welke groep hoort
de kikker?
A
Producent
B
Consument 1e orde
C
Consument 2e orde
D
Reducent

Slide 33 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

is een plant een consument, producent of een reducent?
A
consument 1e orde
B
producent
C
consument 2e orde
D
reducent

Slide 34 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Is een bacterie een consument, producent of een reducent?
A
consument 1e orde
B
producent
C
consument 2e orde
D
reducent

Slide 35 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Nu kun je als het goed is...
  • Uitleggen wat een voedselketen is
  • Uitleggen wat een voedselweb is en hoe je deze afleest
  • Vertellen wat de rollen in een voedselketen zijn, namelijk:
    - Producenten
    - Consumenten
    - Alleseters
    - Reducenten
  • Uitleggen hoe fotosynthese werkt

Slide 36 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan de slag!
H6.1
- Opdrachten 1, 2, 3 en 6



Slide 37 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions