Schaal

Wiskunde  2B --HF6
Vergroeten en verkleinen 
Je kent hoe en de factor van de vergroting en verkleining kan bereken
Ook bij de opp. en de inhoud
Je kunt berekeningen maken bij tekeningen op schaal
Je kunt een tekening op schaal malen
Uitleg via LessonUp en voorbeelden 

Tijdens de uitleg stel ik vragen om te kijken of je het begrijpt
We gaan een opgave samen uitwerken 58
Tijdens de uitleg stel ik vragen om te kijken of je het begrijpt.
Maken opdracht volgens je planning 
Hoe ging de les? (proces)
Wat heb je geleerd? (doel)
Afmaken van de opdrachten (indien nodig)
1 / 24
suivant
Slide 1: Diapositive
WiskundeMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 15 min

Éléments de cette leçon

Wiskunde  2B --HF6
Vergroeten en verkleinen 
Je kent hoe en de factor van de vergroting en verkleining kan bereken
Ook bij de opp. en de inhoud
Je kunt berekeningen maken bij tekeningen op schaal
Je kunt een tekening op schaal malen
Uitleg via LessonUp en voorbeelden 

Tijdens de uitleg stel ik vragen om te kijken of je het begrijpt
We gaan een opgave samen uitwerken 58
Tijdens de uitleg stel ik vragen om te kijken of je het begrijpt.
Maken opdracht volgens je planning 
Hoe ging de les? (proces)
Wat heb je geleerd? (doel)
Afmaken van de opdrachten (indien nodig)

Slide 1 - Diapositive

 Schaal

Slide 2 - Diapositive

Waar kom je schaal tegen?

Slide 3 - Carte mentale

Waar kom je een schaal tegen?




Slide 4 - Diapositive

Doelen van deze les:

Slide 5 - Diapositive

Slide 6 - Diapositive

Slide 7 - Diapositive

Slide 8 - Diapositive

Slide 9 - Diapositive

1 : 30
1 staat tot 30
1 cm is in werkelijkheid 30 cm




Slide 10 - Diapositive

Voorbeeld
Op de foto is de uitkijktoren 5 cm hoog. De schaal is 1 : 200.

Hoe hoog is de toren in werkelijkheid?



Slide 11 - Diapositive

Nu andersom
Deze uitkijktoren is in het echt 20 meter hoog.
We tekenen de toren met een schaal van 1 : 100

Hoe groot is de toren op de foto?



Slide 12 - Diapositive

Dus:
schaal 1: 250

afbeelding  omrekenen naar  werkelijkheid             x 250
werkelijkheid omrekenen naar afbeelding                : 250


Slide 13 - Diapositive

Ik teken een kerk van 15 cm hoog.
De schaal is 1 : 90.
Hoe hoog (cm) is de kerk in werkelijkheid?

Slide 14 - Question ouverte

Ik maak een maquette van het stadhuis. Hij is 40 cm breed. De schaal is 1 : 50.
Hoe breed is het stadhuis in het echt?

Slide 15 - Question ouverte

De domtoren in Utrecht is 112 meter hoog. Ik maak er een maquette van met de schaal 1 : 200.
Hoe hoog wordt mijn maquette?

Slide 16 - Question ouverte

De 'arc de triomphe' is 45 meter breed. Ik maak er een maquette van met de schaal 1 : 150. Hoe breed wordt de maquette?

Slide 17 - Question ouverte

vergrotingsfactor = 25000

Slide 18 - Diapositive

Het model van Jaime is op schaal gemaakt. In werkelijkheid is Jaime 21 keer zo groot.

De schaal van Jaime is ....
A
21:1
B
1:21
C
21
D
1:8

Slide 19 - Quiz

Als de schaal 1: 50 is dan betekent dat:....
A
de foto is 50x zo klein als in het echt
B
dan moet je het aantal cm op de foto delen door 50
C
dan moet je het aantal cm op de foto keer 50 doen
D
dan moet je bij alle cm op de foto 50 cm optellen

Slide 20 - Quiz


De schaal is 1:400.
Wat is de vergrotingsfactor?
A
1
B
400
C
0,4
D
4000

Slide 21 - Quiz

De schaal is 1 : 400

Hoe spreek je dit uit?
A
1 dubbele punt 400
B
1 2 stipjes 400
C
1 gedeeld door 400
D
1 staat tot 400

Slide 22 - Quiz

Wat betekent de schaal 1 : 50.000
A
1cm is in werkelijkheid 50.000 cm
B
1cm is in werkelijkheid 50.000 meter
C
1 cm is in werkelijkheid 500 cm
D
1m is in werkelijkheid 50.000 cm

Slide 23 - Quiz

Geef hier aan hoever je de uitleg snapt.
😒🙁😐🙂😃

Slide 24 - Sondage