Cette leçon contient 16 diapositives, avec diapositives de texte.
Éléments de cette leçon
Les 5 Rentabiliteit
opdracht 35 t/m 39 Sarphati
Slide 1 - Diapositive
Geld kun je in een bedrijf investeren, waarmee het winst kan opleveren. Je kunt geld ook op de bank zetten, waarmee het rente oplevert. Van alles waar je geld in steekt kun je de procentuele opbrengst berekenen. Je noemt dat de rentabiliteit, het rendement of de winstgevendheid.
Slide 2 - Diapositive
Het uiteindelijke doel van een ondernemer is verdienen aan zijn investering.
Door de rentabiliteit te berekenen weet je welk percentage je verdient met het geïnvesteerde vermogen
Er zijn drie vormen van rentabiliteit:
rentabiliteit van het vreemd vermogen (RVV)
rentabiliteit van het eigen vermogen (REV)
rentabiliteit van het totaalvermogen (RTV).
Slide 3 - Diapositive
Slide 4 - Diapositive
Rentabiliteit van het eigen vermogen (REV)
Uit het exploitatieoverzicht van een onderneming blijkt wat het bedrijfsresultaat is.
Een positief bedrijfsresultaat is nettowinst, een negatief bedrijfsresultaat is nettoverlies.
Bij een eenmanszaak wordt een deel hiervan gezien als gewaardeerd loon van de ondernemer.
Slide 5 - Diapositive
Het bedrijfsresultaat van een onderneming minus het gewaardeerd loon noem je ook wel het rendement eigen vermogen of de opbrengst van het eigen vermogen.
Als je dit rendement uitdrukt in procenten van het gemiddeld geïnvesteerd eigen vermogen (GEV), spreek je van de rentabiliteit van het eigen vermogen (REV).
Slide 6 - Diapositive
Het gemiddeld geïnvesteerd eigen vermogen (GEV) is het gemiddelde van het eigen vermogen aan het begin van het jaar en het eigen vermogen aan het einde van het jaar.
Slide 7 - Diapositive
Rekenvoorbeeld
Voor het berekenen van de rentabiliteit gebruiken we als voorbeeld de volgende gegevens van Servijn, eigenaar van een webwinkel in boeken.
Van het bedrag aan afschrijvingen + betaalde interest boekte Servijn € 22.400 als afschrijvingen.
De rest gaf hij uit aan interest.
Per 1 januari bestaat het vermogen van Servijn uit een eigen vermogen van € 235.000 en een vreemd vermogen van € 313.000. Per 31 december zijn deze bedragen respectievelijk € 245.000 en € 327.000.
Slide 8 - Diapositive
Gevraagd
Bereken voor Servijn de rentabiliteit van het eigen vermogen (REV).
Uitwerking:
Voor het berekenen van de REV moet je weten wat de opbrengst van het eigen vermogen is.
Opbrengst eigen vermogen = bedrijfsresultaat – gewaardeerd loon.
Voor Servijn is dat: € 145.600 – € 78.400 = € 67.200.
Hierna bereken je het gemiddeld geïnvesteerd eigen vermogen in het afgelopen jaar.
GEV = EV begin jaar + EV einde jaar = € 235.000 + € 245.000 = € 240.000
2 2
Met deze gegevens kun je de rentabiliteit van het eigen vermogen (REV) berekenen.
Slide 9 - Diapositive
REV = opbrengst EV × 100% = € 67.200 x100% =28%
GEV € 240.000
Het eigen vermogen levert de ondernemer dus 28% op.
Dat is heel wat meer dan wat hij gekregen had als hij dit geld op de bank had gezet.
Slide 10 - Diapositive
Berekening RVV:
Bereken voor Servijn de rentabiliteit van het vreemd vermogen (RVV).
Uitwerking:
Om de RVV te kunnen berekenen, moet je weten welk bedrag aan interest is betaald en wat het gemiddeld geïnvesteerd vreemd vermogen is.
De afschrijvingen + betaalde interest samen is € 33.600.
De afschrijvingen zijn gegeven: € 22.400.
De betaalde interest is dus € 33.600 – € 22.400 = € 11.200.
Slide 11 - Diapositive
Hierna bereken je het gemiddeld geïnvesteerd vreemd vermogen in het afgelopen jaar.
GVV = VV begin jaar + VV einde jaar = € 313.000 + € 327.000
2 2
= € 320.000
Nu kun je de rentabiliteit van het vreemd vermogen berekenen: