Klinisch-/hersen-/biologische dood en orgaandonatie

Welkom!
1 / 37
suivant
Slide 1: Diapositive
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

Cette leçon contient 37 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min

Éléments de cette leçon

Welkom!

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Tijdsindeling van de les
Check in 5 min
Terugblik op vorige les 10 min
Opdracht 10 min
Uitleg 15 min
Terug naar de opdracht 5 min
Afsluiten


Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Euthanasie

Slide 3 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

Versterven

Slide 4 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

Klinisch-/hersen-/biologische dood en orgaandonatie

Slide 5 - Diapositive

De afgelopen weken hebben we het gehad over alle fasen vooraf aan de dood/
Maar wat is dan dood? Daar gaan we het over hebben.
Periode 9
Week 1
Intro palliatieve zorg, laatste levensfase, sterven
Week 2
Fysiologische veranderingen sterven
Week 3
Euthanasie en versterven
Voorjaarsvakantie
Week 4
Klinisch-/hersen-/biologische dood
Week 5
Na overlijden... Wensboekje
orgaandonatie
Week 6
Documentaire 
Week 7
Casuistiek
Week 8
Casuistiek
Week 9
Terugkoppeling casus client 2

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Leerdoelen
  • Je herkent de kenmerken die behoren bij de term klinisch dood.
  • Je herkent de kenmerken die behoren bij de term hersendood.
  • Je herkent de kenmerken die behoren bij de term biologisch dood.
  • Je legt het verschil uit tussen klinisch, biologisch en hersen dood.
  • Je herinnert kenmerken van de relatieve en de absolute kenmerken van de dood.

Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Opdracht
Vul het schema in zoals jij denkt dat passend is.
Zonder dit op te zoeken
timer
10:00

Slide 8 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Klinisch dood
  • Iemand heeft geen hartslag, ademhaling en bloeddruk meer
  • Reanimatie is misschien nog mogelijk

Slide 9 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Relatieve en absolute kenmerken van de dood

Slide 10 - Diapositive

Onder klinisch dood verstaan we de toestand waarin de hersenen, ademhaling en bloedsomloop niet meer functioneren. Iemand die klinisch dood is ademt niet; er is geen circulatie en ook de hersenen functioneren niet. De kenmerken van klinisch dood zijn onder te verdelen in relatieve en absolute kenmerken.

De relatieve kenmerken van de dood zijn: bewusteloosheid; geen ademhaling; geen hartslag en bloeddruk; volkomen spierslapte; afwezigheid van reflexen, met name de pupilreflex; bleek worden van de huid.

Onder normale omstandigheden volgen in de loop van de uren na het overlijden de absolute kenmerken van de dood. De dood is dan onherroepelijk. Deze kenmerken zijn: verminderde oogboldruk, lijkvlekken (livores) en lijkstijfheid (rigor mortis). 
Biologische dood
  • Er is geen hartslag, ademhaling en bloeddruk meer
  • Er is onherstelbare weefselschade aan de hersenen
  • Het overlijden kan vast worden gesteld door een arts

Slide 11 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hersendood
  • Er is geen activiteit meer in de grote en kleine hersenen en ook niet in de hersenstam
  • Het hart klopt nog (want deze kan zonder aansturing uit de hersenen functioneren)

Slide 12 - Diapositive

Een bijzondere situatie doet zich voor bij hersendood. In dit geval heeft de patiënt nog wel een hartslag en bloedsomloop. Alle andere hogere functies van de hersenen zijn niet meer aanwezig, dit geldt ook voor de ademhaling. Deze situatie doet zich alleen voor op een intensive care.

Als eerste wordt er meestal een elektro-encefalogram (eeg) gemaakt.

Slide 13 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Terug naar de opdracht

Verander dat waarvan jij denkt dat dit nodig is.

Slide 14 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Dood of niet?

Slide 15 - Diapositive

Schijndood, ook wel bekend als "terminale ondervinding" of "apparent death" in het Engels, is een medische toestand waarbij de vitale functies van het lichaam, zoals hartslag, ademhaling en hersenactiviteit, zo zwak zijn dat ze niet waarneembaar zijn. Dit leidt gemakkelijk tot een verkeerde diagnose waarbij iemand wordt doodverklaard. Terminale ondervinding, zoals het ook genoemd wordt, is overigens wel anders dan in coma zijn. Bij een coma zijn de vitale functies soms verzwakt, maar nog wel aanwezig.
= zeer zeldzaam

Coma: zijn alle functies aanwezig maar verzwakt
Wat neem je mee uit deze les?
(bv. van de leerdoelen, welk inzicht, nieuwe feiten/weetjes)

Slide 16 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 17 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 18 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Video
Leven beëindigen door te stoppen met eten en drinken
 

Slide 19 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 20 - Lien

Leven beindigen zonder eten en drinken
tot 9:10
Orgaandonatie
Vanaf 12 jaar kun je je keuze registreren.
Vanaf 18 jaar sta je geregistreerd, tenzij je aangeeft dat je dat niet wil.

Als je 18 wordt: brief
Geen reactie? Na 6 weken brief
Geen reactie? Je staat geregistreerd

Slide 21 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Registratie opties:
1. Ja, ik geef toestemming. 
2. Nee, ik geef geen toestemming.
3. Mijn partner/ familie beslist
4. Iemand anders, namelijk ..., beslist.
Je kunt aangeven welke organen je wel/ niet wil doneren.

Slide 22 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Orgaandonatie
  • Beating of non-beating
  • Weefsel / orgaandonatie

Belangrijk: geen infectie, geen uitgezaaide tumoren, leeftijd

Nieuwe wet: iedereen vanaf 18 jaar donor, tenzij …



Slide 23 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Deze organen kun je doneren: 
Hart - hartkleppen - oogweefsel (hoornvlies) - longen - aorta/slagader - lever - alvleesklier - nieren - dunne darm - huid - botweefsel

Slide 24 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Sommige mensen zijn tegen orgaandonatie

Hier hebben ze meerdere redenen voor 

Slide 25 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Reden 1. 
Ben je wel echt dood als je je organen afstaat aan iemand anders?

Slide 26 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Reden 2. 
Mag het van je geloof? 

Slide 27 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Reden 3. 
Doet een arts er wel alles aan om jou te redden, als je bijvoorbeeld een ongeluk hebt gehad? Of kiest hij voor je organen om iemand anders te redden?

Slide 28 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat zou jij doen?
7 Stellingen

Eens? Ga staan
Niet mee eens? Blijf zitten

Slide 29 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stelling 1

Alleen als je zelf donor bent, heb je recht op een donororgaan

Slide 30 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stelling 2

Als je zelf hebt aangegeven donor te willen zijn, moeten je ouders iets anders kunnen bepalen

Slide 31 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stelling 3

Een rookverslaafde heeft evenveel recht op donorlongen als iemand met een gezonde levensstijl

Slide 32 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stelling 4


Iedereen in Nederland moet automatisch donor zijn

Slide 33 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stelling 5

Ik wil alleen donor worden als mijn ouders het met die beslissing eens zijn

Slide 34 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stelling 6



Ik wil alleen donor zijn als ik zelf mag bepalen wie de ontvanger is

Slide 35 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stelling 7

Ik wil nu nog geen keuze maken over orgaandonatie, dat doe ik later wel

Slide 36 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Opdracht
Maak TM pathologie boek
Module 15 'Rond het sterven'
Paragraaf 4 en 5

Slide 37 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions