Talent 3.3 lezen 3vwo (les 2)

Betoog
1 / 17
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 15 min

Éléments de cette leçon

Betoog

Slide 1 - Diapositive

Leerdoelen
  • Je leert wat een betoog is.
  • Je leert wat een goede opbouw is van een betoog. 

  • Je leert de begrippen standpunt, argument, tegenargument en weerlegging

Slide 2 - Diapositive

Waarom heb jij het nodig om goed te leren argumenteren?

Slide 3 - Question ouverte

Slide 4 - Vidéo

Structuur betoog
Standpunt: Ik vind dat mensen minder vlees zouden moeten eten.
Argument 1: Veel vlees eten is schadelijk voor de gezondheid.
Argument 2: Slachtvee leeft in heel slechte omstandigheden.
Argument 3: De productie van vlees is slecht voor het milieu.
Tegenargument: In vlees zitten onmisbare voedingsstoffen, zoals proteïne.
Weerlegging: Je kunt deze voedingsstoffen ook uit andere voeding halen, bijvoorbeeld paddenstoelen en bonen.

Slide 5 - Diapositive

Er volgen zo een paar vragen...
Om te kijken of je standpunten, argumenten, tegenargumenten en weerleggingen uit elkaar kunt halen. 

Slide 6 - Diapositive

[Het Nederlands verloedert], want jongeren gebruiken steeds meer Engelse woorden als spam, hacken, gamen, cool, relaxed en chill.
A
Argument
B
Standpunt

Slide 7 - Quiz

Het zal mij verbazen als dit jaar de carnavalsoptocht in Maastricht doorgaat. [Er wordt namelijk een erg harde wind voorspeld.]
A
Standpunt
B
Argument

Slide 8 - Quiz

[Leerlingen op het vwo moeten in vijf - in plaats van zes - jaar hun opleiding kunnen afmaken.] Je kunt eerder aan een vervolgstudie beginnen en je zit je minder te vervelen.
A
Standpunt
B
Argument

Slide 9 - Quiz

Als je een tegenargument weerlegt, dan ontkracht je het gegeven tegenargument en zeg je dus dat het tegenargument niet klopt.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quiz

Samengevat: wat heb je nodig voor een goed betoog?
  • Een duidelijk(e) stelling/standpunt t.o.v. onderwerp
  • Eigen argumenten
  • Goede onderbouwing van eigen argumenten (documenteren)
  • Tegenargument(en) [indekken]
  • Weerlegging(en)
  • Goede onderbouwing weerlegging (documenteren)

Slide 11 - Diapositive

Subjectieve argumenten

Subjectieve argumenten worden ook wel waarderende argumenten genoemd. Objectieve (feitelijke) argumenten kun je altijd controleren op hun juistheid. Subjectieve argumenten niet. 

Als vandaag alles open is, dan ga ik liever naar de Pathé dan naar Vue, want de Pathé is een betere bioscoop.

Slide 12 - Diapositive

Stel, je leest in een artikel dat de schrijver niet gelooft dat de aarde steeds verder opwarmt.
Zijn argument: Ik heb het het hele voorjaar koud gehad.
Is dit een objectief of een subjectief argument? Leg je antwoord uit.

Slide 13 - Question ouverte

Vind je voorgaande argument overtuigend? Leg je antwoord uit.
Eigen antwoord.

Slide 14 - Question ouverte

Stel, je leest in een artikel dat je ‘brain food’ moet eten: voeding die goed is voor je hersenen.
Argument: Onderzoek van het Erasmus Universitair Medisch Centrum laat zien dat wat je eet, effect heeft op hoe gezond, alert en actief je bent en dat het zelfs effect heeft op hoe groot je hersenen zijn.
Is dit een objectief of een subjectief argument? Leg je antwoord uit.

Slide 15 - Question ouverte

Vind je het voorgaande argument overtuigend? Leg je antwoord uit.

Slide 16 - Question ouverte

Begrijp je de basiskennis van een betogende tekst? (dus: argument, weerlegging, etc.).
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Sondage