Cette leçon contient 30 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 6 vidéos.
La durée de la leçon est: 45 min
Éléments de cette leçon
Criminaliteit
H3 Oorzaken van criminaliteit +
H4 Nederland is een rechtsstaat
Slide 1 - Diapositive
Criminaliteit
H3 Oorzaken van criminaliteit
Leerdoelen van deze les:
Je kent de factoren die de kans op criminaliteit vergroten of verkleinen.
Je kan de zes theorieën over crimineel gedrag beschrijven en herkennen.
Je kent de begrippen van H3
Slide 2 - Diapositive
Is crimineel gedrag iemands eigen keuze?
Is crimineel gedrag iemands eigen keuze?
Ja
Nee
Slide 3 - Sondage
Risicofactoren
De kans op het ontwikkelen van strafbaar gedrag neemt toe als kinderen te kampen hebben met een opeenstapeling van elkaar versterkende risicofactoren:
Psychische of gedragsproblemen (aangeboren)
Een onveilige opvoeding
Foute vrienden / groepsdruk
Alcohol- en drugsgebruik
Slide 4 - Diapositive
Slide 5 - Vidéo
Beschermende factoren
Beschermende factoren zorgen voor een kleinere kans op crimineel gedrag. Voorbeelden van beschermende factoren:
Het hebben van een baan / het volgen van onderwijs
Een relatie hebben
Onderdeel zijn van een hecht gezin
hebben van goede sociale vaardigheden
vaardigheden om met andere mensen om te gaan en te communiceren
Slide 6 - Diapositive
Slide 7 - Vidéo
Theorieën om criminaliteit te verklaren:
Aangeleerd-gedragtheorie
Bindingstheorie
Anomietheorie
Rationele-keuze-theorie
Etikettentheorie
Neutraliseringstheorie
Slide 8 - Diapositive
Aangeleerd-gedragtheorie
Wanneer mensen in je omgeving, bijvoorbeeld vrienden of je ouders, crimineel gedrag vertonen, is de kans groter dat jij dat ook gaat doen.
Sutherland (Amerikaans socioloog) bewees dat ‘brave jongeren’ door foute vrienden eerder crimineel werden.
Slide 9 - Diapositive
Bindingstheorie
Mensen hebben bindingen met allerlei mensen. Bijvoorbeeld met familie, partner, vrienden en collega’s > Omdat je je omgeving niet teleur wilt stellen, ben je minder snel geneigd crimineel gedrag te vertonen.
Mensen die minder bindingen hebben vertonen gemiddeld vaker crimineel gedrag.
Slide 10 - Diapositive
Rationele-keuzetheorie
Criminelen wegen de risico's af > ratio = denken
-Hoeveel bewaking is er?
-Hoe groot is de kans dat ik gepakt word?
+Hoeveel levert het op aan geld of spullen?
Gelegenheid maakt de dief
Een laptop ligt voor een raam dat open staat of een fiets die niet op slot staat
Slide 11 - Diapositive
Slide 12 - Vidéo
Etikettentheorie
Deze theorie stelt dat wanneer de omgeving het etiket 'crimineel' op een persoon drukt, die persoon zich hier ook naar gaat gedragen.
Vooroordelen "Marokkanen zijn criminelen"
Etiketten "Eenmaal een dief, altijd een dief"
Aantekening voor het examen
Slide 13 - Diapositive
Anomietheorie
In de westerse maatschappij is je maatschappelijke positie belangrijk.
Volgens de Amerikaanse socioloog Merton zullen sommige mensen de criminaliteit in te gaan om dure spullen te komen en zo rijk en succesvol te lijken.
Slide 14 - Diapositive
Neutraliseringstheorie
Deze theorie stelt dat crimineel gedrag bij jongeren vaak onder groepsdruk gebeurd, waardoor het slechte gedrag wordt ontkend of goedgepraat.
"Ik weet wel dat het verkeerd is maar Iedereen deed het....."
"Het is maar een bushokje... wat maakt dat nou uit"
"Ze lokte het zelf uit..."
Aantekening voor het examen
Slide 15 - Diapositive
Situatie: Maaike wordt vaak uitgescholden voor asociaal. Ze vindt dat ze zich daar maar naar moet gedragen. Bij welke theorie hoort deze situatie?
Situatie: Maaike wordt vaak uitgescholden voor asociaal. Ze vindt dat ze zich daar maar naar moet gedragen.
Bij welke theorie hoort deze situatie?
A
Etikettentheorie
B
Bindingstheorie
C
Neutraliseringstheorie
D
Anomietheorie
Slide 16 - Quiz
Situatie: Timo heeft geen goede relatie met zijn ouders, daarom is hij 's avonds veel alleen buiten en is hij crimineel gedrag gaan vertonen.
Situatie: Timo heeft geen goede relatie met zijn ouders. Daarom is hij 's avonds veel alleen buiten en is hij crimineel gedrag gaan vertonen.
Een rechtsstaat is een land waar de rechten en plichten van burgers en de overheid in de wet zijn vastgelegd.
De overheid mag optreden als jij de wet overtreed= rechtshandhaving.
Burgers worden beschermd tegen willekeur en te grote overheidsmacht = rechtsbescherming.
Slide 20 - Diapositive
Kenmerken van de rechtsstaat:
1. Er is een grondwet
2. De burgers hebben grondrechten(zoals Artikel 1)
3. De overheid moet zich ook aan de wet houden
- er is rechtszekerheid (je weet wat voor straf je krijgt)
- rechtsgelijkheid (iedereen wordt hetzelfde behandeld)
Legaliteitsbeginsel= Handelingen van de overheid moeten gebaseerd zijn op een wet.
4. Er zijn onafhankelijke rechters
5. Het land is een democratie (het volk heeft de macht)
Slide 21 - Diapositive
Trias politica - scheiding der machten
Wetgevende macht (wetten maken)
Uitvoerende macht (dagelijks bestuur)
Rechterllijke macht (rechtspraak)
Bedacht tijdens de Franse
Revolutie
"Scheiding der drie machten":
Om machtsmisbruik te voorkomen
Slide 22 - Diapositive
Wetgevende macht
Regering en parlement maken wetten waar iedereen zich aan moeten houden
De Gemeenetraad kan op lokaal niveau regels opstellen.
Slide 23 - Diapositive
De uitvoerende macht
De uitvoerende macht zorgt ervoor dat wetten worden uitgevoerd en nageleefd. De ministers zijn hiervoor verantwoordelijk.
Het Openbaar Ministerie (OM) en de politie werken samen met de minister van Veiligheid en Justitie om strafbare feiten op te sporen en te vervolgen.
vervolgen
een verdachte voor de rechter brengen.
Slide 24 - Diapositive
Rechterlijke macht
Beoordelen of wetten goed worden nageleefd.
Rechters zijn onafhankelijk en onpartijdig.
Overheid moet zich ook aan de wet houden.
Slide 25 - Diapositive
Knelpunten in onze rechtsstaat
Iedereen in onze samenleving moet gelijk behandeld worden, maar dit is niet altijd het geval. We spreken dan van klassenjustitie. Dit kan verschillende oorzaken hebben.
- Vooroordelen bij politie en OM (etnisch profileren)
- Grotere pakkans
- Zwaardere straffen
- Gebrek aan kennis
- Inkomen opleiding, school en cultuur
Slide 26 - Diapositive
Slide 27 - Vidéo
Slide 28 - Vidéo
Slide 29 - Vidéo
Aan de slag!
Uitleg H3 Oorzaken van criminaliteit en H4 Nederland is een rechtsstaat