Qu'est-ce que LessonUp
Rechercher
Canaux
Connectez-vous
S'inscrire
‹
Revenir à la recherche
Taalverzorging algemeen
Hun hebben morgen een toets --> Fout!
Zij hebben morgen een toets
1 / 34
suivant
Slide 1:
Diapositive
Nederlands
MBO
Studiejaar 1
Cette leçon contient
34 diapositives
, avec
quiz interactifs
et
diapositives de texte
.
Commencer la leçon
Partager
Imprimer la leçon
Éléments de cette leçon
Hun hebben morgen een toets --> Fout!
Zij hebben morgen een toets
Slide 1 - Diapositive
Taalverzorging
Slide 2 - Diapositive
Slide 3 - Diapositive
Welke fout zie je?
Slide 4 - Question ouverte
Me/mij/mijn, je/jou/jouw, u/uw
ons/onze
Wanneer je een bezit aangeeft (en dat bezit direct erachter staat) gebruik je mijn, jouw, uw. onze.
Ik ben mijn laptop vergeten
Je bent jouw laptop vergeten
Dat is onze keuze
Slide 5 - Diapositive
Deze laptop is van mij
Deze laptop is van jou
Deze laptop is van ons
Slide 6 - Diapositive
Slide 7 - Diapositive
Slide 8 - Diapositive
Welke fout zie je?
Slide 9 - Question ouverte
Slide 10 - Diapositive
Is/eens
Heeft de PostNL weer is een pakketje teruggestuurd?
Hij is niet zo slim
Ik ben weer 's naar de dokter geweest met een gat in mijn knie.
's is een afkorting van eens.
Slide 11 - Diapositive
Hun liepen samen door de winkel
Slide 12 - Diapositive
Welke fout zie je?
Slide 13 - Question ouverte
Slide 14 - Diapositive
Het meisje die daar fietst
Slide 15 - Diapositive
Welke fout zie je?
Slide 16 - Question ouverte
Slide 17 - Diapositive
Welke fout zie je?
Slide 18 - Question ouverte
Slide 19 - Diapositive
Slide 20 - Diapositive
Als of dan
Gebruik 'als' bij vergelijkingen
Mijn scooter is net zo snel
als
die van jou.
Gebruik 'dan' bij een verschil
Seizoen 2 van die serie vind ik slechter
dan
seizoen 1
Ik denk dat ik beter in zingen ben
dan
jij
Slide 21 - Diapositive
Welke fout zie je?
Slide 22 - Question ouverte
Hans loopt even hard als mij/ik
Hans loopt even hard als
ik loop
Laura heeft een mooiere stem dan ik (heb)
Bij twijfel kun je de zin aanvullen met woorden die in het eerste deel van de zin al werden gebruikt.
Slide 23 - Diapositive
Gebruik 'dan' bij woorden: 'ander, andere, anders'
De dag liep anders dan ik had verwacht
Slide 24 - Diapositive
Slide 25 - Diapositive
Welke fout zie je?
Slide 26 - Question ouverte
Na of naar
Slide 27 - Diapositive
Na
de les ga ik een broodje kopen
Ik ga
naar
huis
Slide 28 - Diapositive
Je gebruikt 'naar' in alle andere situaties.
Heb je het naar je zin hier?
Naar aanleiding van ons telefoongesprek, stuur ik u deze mail.
Slide 29 - Diapositive
Ik irriteer me aan sommige reclames
--> Fout
Ik erger me aan sommige reclames
Sommige reclames irriteren me
Slide 30 - Diapositive
Welke zin is correct?
A
Koningsdag is altijd op 27 April.
B
Koningsdag is altijd op 27 april.
Slide 31 - Quiz
Welke zin is correct?
A
Maastricht ligt in het uiterste Zuiden van Nederland.
B
Maastricht ligt in het uiterste zuiden van Nederland.
Slide 32 - Quiz
Welke zin is correct?
A
Amsterdam ligt in Noord-Holland.
B
Amsterdam ligt in noord-Holland.
Slide 33 - Quiz
Welke zin is correct?
A
Jan zei: 'Ik wil helemaal niet naar die feesttent.'
B
Jan zei: 'ik wil helemaal niet naar die feesttent.'
Slide 34 - Quiz
Plus de leçons comme celle-ci
Taalverzorging algemeen
il y a 14 jours
- Leçon avec
37 diapositives
Nederlands
MBO
Studiejaar 1
Taalverzorging
il y a 14 jours
- Leçon avec
37 diapositives
Nederlands
MBO
Studiejaar 1
Taalverzorging
Mai 2024
- Leçon avec
37 diapositives
Nederlands
MBO
Studiejaar 1
Taalverzorging
Septembre 2024
- Leçon avec
34 diapositives
Nederlands
MBO
Studiejaar 1
Taalverzorging
Juin 2024
- Leçon avec
28 diapositives
Nederlands
MBO
Studiejaar 1
Veelgemaakte fouten
Mars 2023
- Leçon avec
33 diapositives
Nederlands
MBO
Studiejaar 1
Veelgemaakte fouten
il y a 25 jours
- Leçon avec
19 diapositives
Nederlands
MBO
Studiejaar 1
Taalverzorging
Mars 2023
- Leçon avec
28 diapositives
Nederlands
MBO
Studiejaar 1-4